Niet de appels zijn rot maar de mand deugt niet

In veel morele vraagstukken is het niet moeilijk je standpunt te bepalen.

Maar er zijn ook kwesties waarbij je je afvraagt wat je er nu eigenlijk van moet vinden.

Het verhaal gaat als volgt. Ik kwam thuis en zei dat ik geen vlees meer wilde eten. Ik was vijf. Niemand herinnert zich nog precies hoe ik tot dit besluit kwam. Ik had iets opgepikt over dieren die hun hele leven in kooitjes doorbrengen en alleen bestaan om te worden opgegeten. Veel mensen vonden me een aansteller.

Nu, 28 jaar later, eet ik nog steeds geen vlees – op het verkreukelde stukje salami na dat ik een dronken bui van een pizza afgris. Tegenwoordig knikken de meeste mensen begrijpend, behalve als ik vertel dat ik vijf was (ik was eigenlijk vier) toen ik begon. Vegetarisme is namelijk duurzaam en duurzaam is hip. Het succes van een boek als Dieren eten van Jonathan Safran Foer, een journalistiek-filosofisch werk over de bio-industrie, laat zien dat mensen bereid zijn zich te verdiepen in het leven van degene die op hun bord ligt. Het boek is een verslag van gruwelijkheden, dat ik met een mengeling van pijn en genoegen las: eindelijk zag ik mijn intuïtieve weerzin met een omvangrijke hoeveelheid feiten onderbouwd.

Dit voorbeeld illustreert het ongrijpbare proces dat ten grondslag ligt aan onze ideeën over goed en fout. In sommige morele vraagstukken is het niet moeilijk je standpunt te bepalen, maar er zijn talloze kwesties waarbij je je afvraagt wat je nu eigenlijk moet vinden: in welke situaties is abortus geoorloofd? Wanneer is euthanasie een goede keuze? Hoe doe je een politicus als Wilders recht? Hoe verantwoordelijk is een zelfmoordterrorist? Ook bij meer alledaagse vragen – bijvoorbeeld: wat is eerlijkheid in een liefdesrelatie – is het lang niet altijd helder wat ‘goed’ is.

In A Very Bad Wizard, Morality behind the Curtain interviewt filosoof Tamler Sommers psychologen, filosofen en biologen die zich in hun vakgebied bezighouden met moraal. De theoretische en technische benadering biedt enerzijds houvast maar toont tegelijkertijd de begrenzing van het menselijke rationele vermogen.

Bijvoorbeeld: een broer en een zus gaan met elkaar naar bed. Moeten ze dat zelf weten of kan zoiets eigenlijk niet? Wanneer je mensen deze situatie voorlegt – een broer en zus die met beider instemming seks hebben – reageert het leeuwendeel van de proefpersonen afwijzend. Als reden geven ze de kans dat er kinderen met genetische afwijkingen uit voorvloeien en de mogelijkheid dat de relatie tussen broer en zus verstoord raakt. In het verhaal over de broer en zus wordt echter verteld dat ze dubbele anticonceptie gebruiken en dat hun band er sterker door is geworden, ook al hebben ze besloten het niet nog eens te doen. Hiermee worden de argumenten waarom het verkeerd zou zijn van tafel geveegd.

Wat er vervolgens gebeurt is dat mensen verward raken, een fenomeen dat sociaal-psycholoog Jonathan Haidt, een van de geïnterviewde wetenschappers, ‘moral dumbfounding’ (morele verwarring) noemt. Elke reden die ze geven voor hun afkeuring komt te vervallen. Wat rest is het besef dat het niet goed is.

Volgens Haidt illustreert dit dat ons morele oordeel tot stand komt middels twee losstaande processen: oordelen en beredeneren. Onze intuïtieve en emotionele reactie onderbouwen we met rationele argumenten – in plaats van andersom, zoals we geneigd zijn te denken.

Vanuit het perspectief van filosoof Galen Strawson zie je mensen als een stel willoze wezens hun leven leiden, terwijl ze in de veronderstelling verkeren dat ze vrij zijn en dus verantwoordelijk voor hun daden. Strawson betoogt dat omdat de vrije wil niet bestaat, mensen in wezen niet (moreel) verantwoordelijk zijn voor hun daden. Hij redeneert als volgt: het handelen van een mens wordt bepaald door wie hij is, en wie hij is wordt bepaald door zijn genetische bagage en de omstandigheden waarin hij opgroeide. Omdat je niet ultiem verantwoordelijk bent voor wie je bent, kun je ook niet ultiem verantwoordelijk worden gehouden voor wat je doet.

Dat zou dan ook gelden voor zware misdadigers. Deze moeilijk te verteren waarheid krijgt handen en voeten in het Stanford Prison Experiment waarin studenten werden onderverdeeld in gevangenen en bewakers. Het experiment moest na zes dagen gestaakt worden, omdat het gedrag van de bewakers te grof en onmenselijk werd. Ook de bedenker van het onderzoek, psycholoog Philip Zimbardo, werd meegesleept en liet de bewakers de gevangenen vernederen zonder in te grijpen.

Toen Zimbardo de foto’s van de schandalen in Abu Ghraib zag, en hoorde dat men het over ‘die paar rotte appels’ had, kon hij verklaren dat normale mensen in bepaalde situaties tot dit soort extreem gedrag in staat zijn. Wat hij op de foto’s zag – seksuele vernederingen, naakte gevangenen met zakken over hun hoofd – had hij precies zo zien gebeuren bij zijn eigen studenten. Niet de appels waren rot, maar de appelmand, de situatie: diensten van twaalf uur, vermoeidheid, stress, onduidelijke boodschappen van bovenaf.

Het mechanisme dat volgens Zimbardo ten grondslag lag aan de grove behandeling van de gevangenen werd in eerste instantie aangezwengeld door angst voor rebellie. Toen de bewakers de gevangenen eenmaal met harde hand terecht hadden gewezen, ervoeren ze de kick van de macht. En dat smaakte naar meer. Een van de studenten zei later: ‘We got off on having them be our puppets.’

Ietsje vrolijker gestemd over de mens word je van de bioloog Frans de Waal, die in zijn onderzoek met apen een evolutionaire basis voor empathie en moraliteit ontdekte. Hij bestrijdt de zogenaamde veneer theory volgens welke moraliteit slechts een dun laagje cultuur is dat de egoïstische en agressieve aard van de mens moet maskeren. Oprechte empathie, de basis voor moraliteit, zit volgens De Waal in de aard van de mens.

Hoe is het vervolgens mogelijk dat empathie zulke verschillende moraliteiten op lijkt te leveren? Psycholoog Haidt vergelijkt morele oordelen met oordelen over schoonheid. Zonder erover na te denken vind je iets mooi of lelijk. Zo vind je een bepaalde handeling van een persoon instinctief goed of fout, en dat maakt moraliteit een ongrijpbaar fenomeen.

Volgens filosoof Stephen Stich is het wel mogelijk om de menselijke moraal in de werkelijkheid te onderzoeken. Stich benadert eeuwenoude filosofische vraagstukken vanuit een empirisch standpunt, bijvoorbeeld de vraag of mensen wezenlijk altruïstisch zijn. Hij bestrijdt echter moreel realisme: het idee dat moraliteit als een wetenschap te benaderen is. Volgens deze gedachte is een gebrek aan kennis over een bepaald onderwerp de reden dat mensen er andere morele oordelen op na houden. Meer kennis – over vlees eten, over vrouwenbesnijdenis – zal ervoor zorgen dat mensen meer overeenstemming bereiken in hun morele oordelen. Onzin, zegt Stich. Onze moraliteit vloeit voort uit het normenstelsel dat een zekere functionele waarde heeft (of had) in de omgeving waarin we zijn opgegroeid. Hij vergelijkt het met het aanleren van een taal: wanneer je bent groot geworden in het Nederlands kun je later alle talen nog leren, maar je blijft Nederlandstalig.

Dit maakt hem zeker geen aanhanger van moreel relativisme, benadrukt Stich. Volgens hem onttrekken morele oordelen zich aan de vraag of ze waar of niet waar zijn. Stich maakt een vergelijking met cultureel bepaalde vormen van walging. Neem chica: een Zuid-Amerikaanse locale drank waar onder meer mensenspuug in verwerkt is. Walgelijk, in de ogen van de meeste westerlingen. Maar iemand uit Ecuador denkt daar heel anders over. Aan het drankje verandert niks, het is onze perceptie die bepaalt wat we vinden en voelen – daar kan niets goed of fout aan zijn.

Dat kennis over andermans cultuur niet helpt je eigen moraal te relativeren, heeft volgens Stich te maken met het feit dat onze moraliteit bepaalt wat voor mensen we zijn. Daarom is het gemakkelijker te verkroppen dat mensen chica drinken dan dat ze hun vrouwen een hoofddoek laten dragen, of, andersom, juist zomaar blootshoofds de straat op laten gaan. Deze intuïtieve oordelen zijn grotendeels een product van onze omgeving en misschien is dat wel de reden dat een discussie op basis van rationele argumenten meestal spaak loopt. Het lijkt alsof we door middel van een logische redenering bepalen waar we staan. Wat we in feite doen, is koortsachtig verklaren wie we zijn.

A Very Bad Wizard, Morality behind the Curtain door Tamler Sommers, Believer Books (Mc Sweeney’s)