Niemand spreekt over seks als zorg

Seksuele dienstverlening aan gehandicapten door verzorgers is verboden. Maar de verlangens zijn er wel. Dus: praten, of een praktisch dienstverlener.

Een stap terug in de tijd, vindt George Bastings. Hij schrok van de felle negatieve reacties op de verlamde Eindhovenaar die een thuiszorgster vroeg hem te bevredigen – haar collega’s hielpen hem ook, en anders zou hij haar ontslaan. Dat verzoek mondde uit in aangifte bij justitie, acties van zorgvakbond NU’91 en AbvaKabo FNV, en veel slechte publiciteit.

Natuurlijk, erkent de voorzitter van de stichting Handicap en Seksualiteit, de man hád zijn vraag niet zo mogen stellen. Maar de behoefte aan intimiteit van mensen met een beperking komt nu weer in de sfeer van ‘vieze mannen’. En daar proberen Bastings en zijn stichting de problematiek juist uit te halen. „Mensen staan er niet bij stil dat iemand in een rolstoel net zo goed zijn verlangens heeft.”

Het taboe moet eraf. Zorgverleners moeten seksuele behoeften van gehandicapten leren onderkennen, liefst al tijdens de opleiding. Zodat ze hen kunnen doorgeleiden, naar huisarts, psycholoog of therapeut. Of naar wat in het jargon een ‘praktisch dienstverlener’ heet. „Doe je er niets mee, dan loopt die gehandicapte vast”, zegt Bastings.

Praktijkervaring genoeg. Bastings en andere vrijwilligers praten tijdens het telefonisch spreekuur van de stichting met vijf- tot achthonderd mensen per jaar. Meest mannen, een enkele vrouw. Vrouwen mailen liever – via de website van de stichting: deschildpad.nl.

De vraag was of het vaak voorkomt dat zorgverleners om seksuele diensten wordt gevraagd. Niemand heeft precieze cijfers. En minister Klink (Volksgezondheid, CDA) weigert onderzoek naar aanleiding van ‘het geval-Eindhoven’. Gehandicapten zelf lopen er niet mee te koop, weet Bastings. Net zo goed als zorgverleners vragen om seks of om bemiddeling vaak uit de weg gaan.

Bastings: „Op het spreekuur hoor je van mensen in een woonvorm [begeleid wonen, een tehuis] dat het onbespreekbaar is. Daar zijn we niet voor, zeggen verzorgenden. Maar als iemand zich aan een medecliënt vergrijpt, is het huis te klein. Dan zeg ik: hij gaf het aan en jullie negeerden dat.”

Bastings schat dat „10, 15 procent” van de zorgverleners toch stiekem sekswensen inwilligt. Toen hij in de jaren negentig als ADL-medewerker (Algemene Dagelijkse Levensbehoeften: wassen, eten geven, aankleden, etcetera) in een vormingscentrum werkte, waren er onder zijn 21 collega’s „vier of vijf, zowel mannen als vrouwen” die seksuele diensten verleenden. „Die waren sowieso wat ruimdenkender, maar het was uit oprechte compassie dat ze cliënten op die manier hielpen. Ze zien de noden en willen iets betekenen. Terwijl de protocollen ook toen zeiden: einde oefening.”

Handicap en Seksualiteit wil aan die protocollen niets veranderen, zegt Bastings. Al zijn de intenties goed, het is een verzorger verboden seksuele handelingen te verrichten met een cliënt. Zorgbudgetten zijn er niet voor bestemd en het belast een in principe zakelijke relatie.

Hoe zwaar een gehandicapte ook lijdt onder gebrek aan een relatie, intimiteit of seks, een verzorger kan de ‘hulpvraag’ alleen bespreken. De oplossing ligt elders, als die al te vinden is. Bastings: „Je moet er iets aan doen, zonder dat je alles oplost. Een relatie of seksualiteit is niet voor iedereen weggelegd.” Soms kan contact met lotgenoten of een patiëntenvereniging het probleem draaglijker maken.

Onderzoek door seksuologen en Rutgers Nisso Groep naar seksuologische behandeling bij chronisch zieken en gehandicapten (2007) wees uit dat praten en advies winst oplevert „in de beleving van de deelnemers”, in acceptatie en zelfbeeld. Verbeteringen in het seksueel functioneren konden de onderzoekers niet vaststellen.

Maar praten alleen is voor sommige bellers naar ‘De Schildpad’ niet voldoende. Incidenteel verwijst Bastings hen naar ‘praktische dienstverleners’. Zij hebben ervaring met gehandicapten en bieden intimiteit of seks zonder winstoogmerk. Niettemin waarschuwt hij altijd voor afhankelijkheid. „Het kan een bepaalde rust geven, maar is niet altijd de ideale oplossing. En het kost toch 75 euro voor anderhalf uur.”

Is sekszorg via het persoonsgebonden budget (pgb) een optie? Bastings betwijfelt het. „Waar leg je de grens? Bovendien los je een belangrijk deel van de problematiek er niet mee op. En maatschappelijk is het niet te verkopen.”

Bastings hoopt dat de consternatie rondom de verlamde Eindhovenaar seks geen groter taboe maakt voor zorgverleners. „Dat zo’n vrouw naar de politie gaat, dat vind ik wel ver gaan, hoor.” En dat NU’91 de beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden wil aanscherpen, is ook geen goed signaal. „De bespreekbaarheid van handicap en seksualiteit is toegenomen, maar er zijn nog steeds cliënten die geen kant op kunnen. Verzorgenden en hun leidinggevenden moeten het juist meer aandacht geven. Nog steeds is een gesprek over seks geen vast onderdeel bij de intake van een cliënt.”

Evelien Tonkens, hoogleraar actief burgerschap, hekelde onlangs in de Volkskrant de vereniging voor pgb-houders Per Saldo, die begrip vroeg voor seksuele verzoeken van gehandicapten. „Wassen, afwassen, aftrekken, de cliënt moet het allemaal kunnen vragen”, aldus Tonkens. „In welk moreel universum leven die lui?” Zorgontvangers moeten weten dat seksuele intimidatie strafbaar is, stelde ze „en dat dit al begint bij de vraag naar seks”.

Hardvochtig en rechtlijnig, oordeelt Bastings. „Ik mis het menselijk aspect, begrip voor een basisbehoefte. Zo’n verzoek is vaak een noodsignaal. Moet je dat bestraffen?”