In ons gedrag zijn wij allen klimaatsceptici

Helaas stoot bijna elke leuke activiteit broeikasgas uit. Dat geldt ook voor klimaatstraatfeesten. Als het weinig kost, willen de mensen best iets doen maar voor offers is geen animo.

Bij de ingang van de feestweide werd ik verrast met bubbeltjeswijn in coupjes van hard plastic. Verder was er bier in plastic bekers. Ik had verwacht dat je je eigen kroes moest meenemen voor met de hand geperste appel-wortelsap. Dit was toch een klimaatfeest. Zes huishoudens in de Waalwijkse Peter Corneliusstraat, waar het feest werd gehouden, hadden de nationale beker voor energiebesparing gewonnen. Die zou op het feestveld van de nieuwbouwwijk worden uitgereikt door de zingende Romeo uit Idols, Jim Bakkum. Maar niet alles kan klimaatvriendelijk, ook niet bij zo’n evenement. Zelfs de leiding van de 500 klimaatstraatfeesten van afgelopen zaterdag begrijpt dat het leven bestaat uit compromissen.

De klimaatstraatfeesten, betaald door VROM, de Postcodeloterij en een aantal andere goede doelen, moeten aantonen dat beperking van uitstoot ook leuk kan zijn. Helaas stoot bijna elke leuke activiteit broeikasgas uit. In Waalwijk stond de bontgekleurde Landrover Freelander 2 van tv-weerman en klimaatkampioen Piet Paulusma, ook aanwezig voor de goede zaak. Zo’n auto is handig voor een cameraploeg. En misschien is vierwielaandrijving voor Paulusma’s expedities onontbeerlijk. Deze auto haalt wel de hoogste uitstootklasse G. Zo hebben we allemaal onze pekelzonden.

Er is geen eenvoudige technische oplossing voor de opwarming van de aarde. Voor het beperken van de opwarming tot slechts twee graden Celsius moeten grote offers worden gebracht. Alleen al Nederland zou zijn energiegebruik moeten halveren. Dan verdwijnen veel leuke dingen. Daar komt niets van terecht. Nederland is een middenmoter op het gebied van besparing. Een klimaatneutraal bestaan is nu eenmaal vreugdeloos en primitief.

Vandaar dat er in deze verkiezingscampagne wordt gezwegen over het klimaat. Het overleg in Kopenhagen vorig jaar is mislukt. De mensen klampen zich vast aan de koude winter die Nederland achter de rug heeft en aan een paar details van de wetenschappelijke rapportage over de opwarming die overdreven bleken. „Dus het klopt toch niet. Laat ze het eerst maar eens uitvechten”, denken ze. Volgens peilingen in Amerika, Groot-Brittannië en Duitsland geloven daar nog slechts minderheden in het broeikaseffect. Bij de televisiedebatten hoorde ik Femke Halsema van GroenLinks als enige iets mompelen over duurzaamheid. De tekorten van vandaag hebben nu voorrang op een waarschijnlijk wetenschappelijk doemscenario in de verre toekomst. Er is geen urgentie. Het klimaat trekt geen kiezers. Op een paar pilaarheiligen na zijn we in ons gedrag vrijwel allemaal sceptici.

Er is wel bereidheid om energie te besparen, als dat geld scheelt. Terwijl op het Waalwijkse veldje Jim Bakkum met oorverdovende sterkte over het veldje schalde, hield ik er noodgedwongen doorheen schreeuwend een kleine peiling onder de toehoorders. De burgemeester was op de fiets gekomen, had ik al gezien. Zijn gemeente Waalwijk wil zelfs klimaatneutraal worden, gelukkig pas in 2043. Huisvaders gaven hoog op over de hoogrendementsketel en de nieuwe dakisolatie. Een vrouw zei dat ze de opladers niet meer in het stopcontact laat zitten. Haar man had een radicale tip: „Verwarming uit en deken over je heen.” Zoiets doe je niet uit idealisme, maar als het gas en licht zijn afgesloten. Het klimaatstraatproject wint ook minder welgestelden voor energiebesparing. Maar die hebben al de kleinste auto’s en kleinste huizen met de laagste plafonnetjes. Mensen die zich zorgen maken over het klimaat verdienen vaak meer en stoten meer uit.

Ik kwam een gepensioneerd echtpaar tegen van Indonesische afkomst, op de fiets op weg naar het feest. Ze hadden een hr-ketel, dubbel glas, reden minder auto. Hij had een mooi zwart petje op, souvenir van het Kraton sultanspaleis in Yogyakarta, Indonesië. Elk jaar, rond november, gaan ze op vliegvakantie. Ze letten op de prijzen, zodat ze goedkope vluchten kunnen boeken. Geef hun ongelijk. Nu zij zich eindelijk verre reizen kunnen veroorloven, zou het niet meer mogen?

Het echtpaar Lucy en Jeroen Mayer, de enthousiaste motor achter de energiebesparing in de Corneliusstraat, vliegt dit jaar naar Disneyland in Orlando, Florida. Zij is verkoopster bij de Praxis, hij werkt voor de elektronicawinkel Expert. Na een jaar van straatacties voor spaarlampen, dakisolatie, 30 graden wasjes, de thermostaat een graadje lager en in de publiciteit komen, zijn ze aan vakantie toe. Het kost wel meer CO2 dan het gemiddeld jaarverbruik voor gas en licht van een gezin.

Lucy somt de voordelen van de buurtacties op: „Het hoeft niet veel geld te kosten, je leert de buurt kennen, dus je voelt je veiliger en je hebt iets om over te praten.” Zeker waar. Het witachtige spaarlicht in de zitkamer went wel, zegt ze: „Je moet wat voor het milieu terugdoen.”

Zo denken veel Nederlanders. Iets voor het milieu terugdoen als liefdadigheid. Meer lukt niet. Dan maar een bewustwordingscampagne, denkt de overheid, want tot serieuze maatregelen komt het niet. Aan de klimaatactie doen landelijk 30.000 bewoners van 5.500 straten mee. Je verdient ook veel punten met publiciteit. De Nederlandse bijdrage. De rest komt na het volgende kabinet.