'In Madrid groeit het gras anders'

Golfer Robert-Jan Derksen eindigde gisteren als tiende op het prestigieuze Masters toernooi van Madrid.

„Mijn beste dagen kunnen nog komen.” De ‘strokes’ van Derksen gingen zo goed dat de tiende plek in Madrid, een uitzonderlijke prestatie voor een Nederlandse golfer, een teleurstellend was. Zijn goede slagen gaven hem wel vertrouwen. 

Welk gevoel overheerst nu?

„Ik baal nog steeds een beetje. Mijn lange slagen waren subliem, beter dan ooit. Het probleem zat hem in de putts.”

Wat ging daar mis?

„Nederlanders zijn gewend om te spelen op gras dat recht omhoog groeit. In Madrid is het gras anders. Het gras groeit niet omhoog, maar een kant op. Ik had de baan van tevoren goed bestudeerd, maar het gras verandert op de dag zelf ook nog omdat het meedraait met de stand van de zon. Dat maakte het putten erg moeilijk. Ik sprak met Joost Luiten [deed ook mee in Madrid, red.] in het vliegtuig en hij had het zelfde probleem.”

Hoe groot is het verschil met de absolute top?

„Op het eerste gezicht zul je weinig verschil zien tussen de toppers en mij. Maar de echte top is een stukje constanter. Als een wereldtopper honderd ballen slaat, slaat hij er 98 goed en ik misschien 95. De top is ook meer allround, die kan op elke baan uit de voeten. Luke Donald, winnaar in Madrid, speelt veel in Amerika en heeft daar geleerd te spelen op gras zoals dat in Madrid.”

Wat staat er nu op het programma?

„Eerst een toernooi in Wales en daarna twee weken rust. Golf is mentaal een zware sport en soms moet je de batterij opladen. Ik ken geen andere sport waarbij één slag zulke desastreuze gevolgen kan hebben. In tennis kun je een dubbele fout slaan of zelfs een set verliezen en toch winnen. In golf kun je je minder fouten permitteren.”