Hoog slapend, laag trainend op weg naar EK

Bram Som werd gisteren in Hengelo vierde op de 800 meter in een tijd van 1.47,02.

De atleet bleef boven de limiet voor de EK deze zomer.

Minder dan twee maanden voor de Europese kampioenschappen atletiek in Barcelona heeft de titelhouder op de 800 meter zich nog niet geplaatst. Maar Bram Som maakt zich geen zorgen. Die limiet (1.46,70) loopt hij wel, anders heeft hij niets op de EK te zoeken, is zijn opvatting. Bij de FBK Games in Hengelo bleef hij gisteren tussen de buien door steken op een vierde plaats in „een klotentijd” van 1.47,02.

Zijn ontevredenheid was voor Som geen reden tot zorg. Hij werkt planmatig naar de EK toe en staat in deze fase van zijn voorbereiding geen negativisme toe. Natuurlijk had Som in Hengelo glanzend willen presteren, maar gezien zijn trainingsopzet en de belabberde weersomstandigheden vond hij het ook weer niet onlogisch dat een toptijd achterwege bleef.

Eigenlijk vond Som dat hij een acceptabele race had gelopen. „Tactisch was het zelfs heel goed. Ik had alleen verwacht wat meer strijd met Abubaker Kaki (de Soedanese winnaar in 1.45,66, red.) te kunnen leveren. Maar al met al is een verschil van anderhalve seconde met Kaki niet zo slecht. Wat me tegenviel was dat ik op de laatste meters voorbij werd gelopen door de Pool Marcel Lewandoski en de Spanjaard Manuel Olmedo. De conclusie: ik heb nog werk te doen.”

Op weg naar ‘Barcelona’ heeft Som een novum in zijn trainingsprogramma opgenomen met een hoogtestage van drie weken in het Oostenrijkse Kühtei. Na minder goede ervaringen in de Verenigde Staten en Kenia wil hij het principe live high, train low uitproberen. Door in Kühtei op 2.020 meter te slapen en in Innsbruck op 600 meter te trainen hoopt Som beter dan voorheen van zijn inspanningen op hoogte te herstellen en vooral aan kracht te winnen.

Wetenschappelijke onderzoeken wijzen op goede resultaten van die aanpak en Som heeft het gevoel dat hoog slapen en laag trainen bij hem zal aanslaan, hoewel hij gisteren in Hengelo toegaf het experiment ook spannend te vinden. Som heeft het live high, train low-centrum ontdekt via de Duitse schaatsster Anni Friesinger, die er altijd haar hoogtestage deed en ambassadeur van het trainingscentrum in Kühtei is. Friesinger op haar beurt is een kennis van zijn mentale coach Marco Hoogerland, die Som op hoogtecentrum in Oostenrijk attendeerde.

In de schaduw van Som leverde Arnoud Okken een abominabele prestatie. De atleet die zich wél voor de EK in Barcelona heeft gekwalificeerd werd op de laatste 200 meter door alle tegenstanders voorbijgelopen en finishte als negende en laatste in een internationaal matige tijd van 1.52,35. Een deceptie voor de atleet die de laatste jaren zoveel blessureleed heeft gekend en dacht op de weg terug te zijn. Maar zijn hernieuwde test in een internationaal aansprekend veld werd een afgang. Naar eigen zeggen doordat hij vanaf de start met het hoge aanvangstempo was meegegaan. Okken vond dat hij zich had opgeblazen. Aan de afgang in Hengelo wenst hij vooralsnog geen conclusies te verbinden. Okken gaat uit van een incidentele afgang en vertrouwt erop nog voor de EK op zijn oude niveau terug te keren.

De beste Nederlandse prestatie werd geleverd door een jonkie. Het grote meerkamptalent Dafne Schippers kreeg in Hengelo startrecht op de 100 meter en maakte die uitnodiging met een vijfde plaats en een voortreffelijke tijd van 11,56 seconden meer dan waar. Zij liep een limiet voor de WK junioren in het Canadese Moncton, het toernooi waarvoor ze zich overigens al via de meerkamp had gekwalificeerd.

Adrienne Herzog leverde een acceptabel prestatie op de 5.000 meter. Zij werd dertiende en bleef 15.34,37 bijna vijf seconden verwijderd van de limiettijd voor de EK in Barcelona.

Succes was er verder voor de Antilliaan Churandy Martina die de 100 meter won in 10,15 seconden. Hij bleef daarmee ver verwijderd van de 9,97 die hij vorig jaar in Hengelo liep, maar dat was gezien de weersomstandigheden allerminst verwonderlijk. Op het moment van de finale van de 100 meter kwam de regen met bakken uit de hemel en blies er een straffe wind over de baan. Onder die omstandigheden liep Martina een goede tijd. Bovendien won hij in een sterk veld.

Naast het slechte weer was de afwezigheid of het matige presteren van grote kampioenen opvallend. Er was een indrukwekkende lijst grote namen aangekondigd, maar om verschillende redenen maakte een gering aantal haar of zijn reputatie waar. De Cubaanse wereldrecordhouder en olympisch kampioen Dayron Robles kwam ten val op de 110 meter horden. De Panamese verspringer Irving Saladino meldde zich geblesseerd af, evenals de Zuid-Afrikaanse Mbuaeni Mulaudzi, de wereldkampioen op de 800 meter. Ronduit teleurstellend presteerden de olympisch kampioen Pamela Jelimo uit Kenia (800 meter) en haar landgenoot Brimin Kipruto, de olympisch kampioen steeple.

Uiteindelijk deden de Amerikaanse verspringer Dwight Phillips (8,42 meter), de Amerikaanse 100-meterloopster Carmelita Jeter (11,16), de Keniaanse 800-meterloopster Janeth Jepkosgei (2.02,03) en de Ethiopsche Meseret Defaf op de 5.000 meter (14.28,87) wat er van hen verwacht mocht worden. Alleen bleven uitschieters door het slechte weer uit.

Voor de organisatie riepen de FBK Games herinneringen op aan het jaar 2000 waarin de wedstrijd wegens de storm moest worden afgelast. Zo ver kwam het gisteren niet al was het stadion nog niet voor de helft gevuld. Een tegenvaller voor een evenement dat dringend verlegen zit om een hoofdsponsor om op niveau te blijven.