Grote baas

Achteloos checkte Ruud Gullit zijn laatste sms’jes. Daarna gleed de telefoon in de binnenzak van zijn pak. Het bidbook voor een komend WK in Nederland lag bij de FIFA. De rondgang langs de media zat er voor die dag op. Even bobo-af.

Ik vroeg Ruud Gullit naar het komende WK. Hij weet uit ervaring hoe je zo’n toernooi doorkomt. Niemand zal vergeten hoe hij als aanvoerder van het fijne stel uit 1988 de beker omhoog mocht houden.

Gullit maakte meteen duidelijk waar het om draait. Natuurlijk moet je goed kunnen voetballen en op en rond het veld de zaken voor elkaar hebben. Maar het moet vooral meezitten.

En belangrijker nog volgens Gullit: etaleer niet meteen al je klasse, denk niet dat je er met mooi spel komt en probeer als je een slechte wedstrijd speelt tóch te winnen.

Als je het huidige Nederlands elftal langs de meetlat van Gullit legt, zit de selectie meteen in de rode zone. Het team kan prachtig voetbal spelen, bezit een uitzonderlijke aanval met de geuzennaam ‘De Grote Vier’. In de hoofden van de spelers zitten ideeën over steekpasjes, hakjes, onwaarschijnlijke passeerbewegingen. Het vertrouwen is groot. Maar het gaat er om, volgens Gullit: hoe gedraag je je als het niet loopt? Wat doe je nadat je achter komt door een onterechte strafschop, na een verkeerd gegeven rode kaart?

Gisteren vergeleek Mark van Bommel het Nederlands elftal met zijn Bayern München. „Dit elftal heeft meer klasse. We zijn stabieler en hebben voorin nog meer individuele klasse. Dus zijn we beter dan Bayern.”

Van Bommel heeft gelijk. Maar wat doet Oranje als het in de eerste wedstrijd op het WK minder speelt dan Bayern en zelfs slechter is dan FC Oss?

Tijdens een training liet Robin van Persie zien dat hij in vorm is. Hij kreeg de bal, draaide een halve slag en ramde hem in het doel. De klasse droop er vanaf. Je wordt vanzelf overmoedig als je Robin van Persie ziet voetballen. Met hem in de gelederen kan het niet misgaan.

In een interview met de Volkskrant beseft Van Persie dat de druk groot is, zeker naarmate het toernooi vordert. Hij piekert zich suf over waarom het bij het Nederlandse elftal in de laatste fase steeds fout loopt. „Het is frustrerend (…). Als we weer zover komen, moeten we beseffen: dit nooit weer, want dat doet pijn.”

Tijdens de wedstrijden zelf is er geen tijd voor onbegrip. Geheven handen in de lucht, dat levert niets op.

Succes en onheil zullen uit onverwachte hoek komen. Nooit vergeten dat Marco van Basten tijdens het EK van 1988 op de bank begon om later in de finale met een schitterende goal aan de winst bij te dragen. Dus: niet vreemd opkijken als Klaas-Jan Huntelaar een bepalende rol gaat spelen als de doelpunten uitblijven.

Het spelen van een toernooi wordt vaak een droom genoemd. Geef alle spelers een tik in het gezicht. Het is geen droom, het is keiharde werkelijkheid. Een waardeloze scheidsrechter, een bal op de paal, een selectiespeler die uitglijdt in de badkamer van het hotel. Allemaal mogelijk.

In die zin ben ik blij met de Grote Baas van de Kleine Vier. Over het trainingskamp in Oostenrijk zei hij: „Prima voorbereiding. Tot nu toe.”

Die laatste drie nuchtere woorden kunnen het verschil maken.