Gezocht: Franse gravelspelers

Ruim een kwarteeuw wacht Frankrijk op een opvolger van Yannick Noah. Met meer gravelbanen en een beter juniorenprogramma moet het goed komen.

Met een verkrampt gezicht liep hij naar het net. Er was pas één set gespeeld, maar Jo-Wilfried Tsonga kon niet meer. De beenblessure die hem eerder parten had gespeeld in zijn partij tegen Thiemo de Bakker, dwong hem nu de handdoek in de ring te gooien. Vijf minuten later was het stadion Philippe-Chatrier zo goed als leeg.

Roland Garros is amper een week oud en de statistieken liegen er niet om: van de 31 Fransen die in het enkelspel tot het hoofdtoernooi doordrongen, bereikte er niet één de kwartfinales. Met Aravane Rezai en Marion Bartoli waren zaterdag al de laatste Françaises uit het toernooi verdwenen. De eerste verloor nipt van de Russin Nadia Petrova: 7-6, 4-6 en 8-10. De tweede kon niet op tegen het tactisch vernuft van Shahar Peer uit Israël: 6-7 en 2-6. Met Tsonga verdween de laatste man.

De komende maanden zullen kenners zich buigen over de vraag wat er – opnieuw – misging. Vorig jaar was de oogst na een week graveltennis ook al mager: van de 34 deelnemers van eigen bodem waren er toen nog vijf over. ‘Het Franse tennis zoekt wanhopig naar een kampioen’, kopte de krant Le Figaro, alsof het een personeelsadvertentie betrof. Waar bleef toch die opvolger van Yannick Noah, de laatste Fransman die in de Coupe des Mousquetaires won, in 1983?

Marion Bartoli nam zaterdag alvast een voorschot op de discussie. De nummer veertien van de wereldranglijst merkte op dat er bij de vrouwen dit jaar in Parijs maar twee geplaatste Françaises op de deelnemerslijst staan, waardoor de kans op afvallers nu eenmaal groot is. „En wat ook niet helpt is dat de Fransen met hardcourt opgroeien”, stelde Bartoli. „Alle trainingscentra hebben hardcourtbanen, dus hoe kun je je als junior dan bekwamen op gravel?”

Bartoli was zestien toen ze voor het eerst een gravelbaan opstapte. „Als je dat vergelijkt met de Spanjaarden, die dag in dag uit op gravel spelen, is de optelsom snel gemaakt.”

Op andere soorten ondergrond doen de Fransen het een stuk beter. Bartoli bereikte drie jaar geleden op Wimbledon de finale, waarin zij moest buigen voor Venus Williams. Amélie Mauresmo won in 2006 zowel het grastoernooi als de Australian Open. Bij de mannen bereikte Tsonga in 2008 de finale in Melbourne en stond Cedric Pioline dertien jaar geleden in de eindstrijd van Wimbledon. Alleen Mary Pierce vormde het afgelopen decennium een uitzondering: zij won Roland Garros in 2000.

Rezai, die de afgelopen dagen in Parijs tot een publiekslieveling uitgroeide, was een stuk optimistischer dan Bartoli. Ze zei dat ze veel had geleerd van haar zesde optreden in de Franse hoofdstad. „Volgend jaar zal ik me voorafgaand aan het toernooi wat beter voorbereiden op deze ondergrond”, aldus de Iraans-Franse tennisster. „Misschien moet ik wat intensiever trainen op dropshots, zodat ik mijn tegenstander op het verkeerde been kan zetten.”

Optimistische geluiden kwamen ook van Patrice Hagelauer, technisch directeur van de Franse tennisfederatie. In zijn kantoor, waar foto’s van Mauresmo, Pierce en het nationale Davis-Cupteam de wanden sieren, vertelde hij gisteren welke maatregelen er zijn genomen om de toekomst van het Franse tennis veilig te stellen. Zo worden in september vier nieuwe gravelbanen in gebruik genomen bij het nationale instituut voor sport en lichamelijke opvoeding (INSEP) in Parijs en nog eens tien extra bij een nieuw te openen tenniscentrum in het zuiden van Frankrijk. „Misschien moet ik Bartoli daar eens van op de hoogte brengen”, lachte Hagelauer.

De Franse tennisfederatie besloot vorig jaar ook om dertien meisjes toe te laten tot het Parcours de l’Excellence, een ontwikkelingsprogramma voor jong talent dat tot dan toe alleen voor jongens openstond. „Vóór die tijd hebben we ook al eens geëxperimenteerd met het toelaten van meisjes”, zegt Hagelauer. „Maar we merkten dat er weinig belangstelling was. Meisjes hebben, meer dan jongens, de behoefte bij hun ouders te blijven wonen. Dat soort obstakels kun je alleen overwinnen als je meer aandacht hebt voor de ontwikkelingsverschillen tussen de beide seksen. Ik geloof dat we die draai inmiddels wel hebben gemaakt.”

Zijn er nog Franse junioren die wij de komende jaren in de gaten moeten houden? Hagelauer schiet bijna uit zijn stoel. „Mais oui! Onze grote troef is Kristina Mladenovic, het supertalent van Servische komaf dat vorig jaar de juniorentitel in Parijs won. Van haar gaan we de komende jaren nog veel horen. De nieuwe Amélie Mauresmo, let op mijn woorden.”