Een actiepartij met onvervalst linkse standpunten

De ‘rode Jehova’s’ worden SP’ers ook wel genoemd.

Ze gaan van deur tot deur met hun huisblad en luisteren als geen ander naar de gewone man. Deel 8 van een serie.

De Socialistische Partij bereikte tijdens de verkiezingscampagne van 2006 in sommige kringen een soort cultstatus, met grachtengordelbonus en al. Onder aanvoering van de charismatische Jan Marijnissen haalde de SP maar liefst 25 zetels, wat tot dan voor onmogelijk was gehouden.

Maar toen.

Met al die zetels was de SP nog steeds niet meer dan de grootste oppositiepartij. Van meeregeren kwam niets terecht, CDA en PvdA zagen dat niet zitten. Marijnissen verdween (opnieuw) in de oppositiebankjes, kreeg last van zijn gezondheid en trad halverwege de kabinetsperiode die volgde noodgedwongen af.

De peilingen lieten toen al een terugval zien. Onder Marijnissens opvolger Agnes Kant werd dat alleen maar erger. Tragisch dieptepunt: haar vertrek na de gemeenteraadsverkiezingen. In de opiniepeilingen staat de SP op minder dan de helft van het destijds bereikte resultaat. De nieuwe leider, de goedmoedige Brabander Emile Roemer, doet er het liefst gekscherend over. „Je kunt van me zeggen wat je wilt”, zei hij vorige week woensdag in het lijsttrekkersdebat in Carré, „maar niet dat ik te vroeg heb gepiekt”.

En het is waar: zonder al te hooggespannen verwachtingen zal Roemer de komende dagen redenen geven waarom het ondanks de problemen van de partij, een goed idee is SP te stemmen. Eén daarvan zou kunnen luiden: omdat het een actiepartij is die veel op straat is, de wijken in gaat en die onvervalst linkse standpunten koestert over inkomens, sociale zekerheid en welvaartsverdeling.

Kortom: een partij die niet een lichte voorkeur voor de ene bezuiniging boven de andere heeft, maar die een volkomen andere inrichting van Nederland wil. Een partij ook met een gedegen organisatie, qua ledental een van de grootste van Nederland.

En een partij met typische kenmerken, waarvan de zogenoemde afdrachtsregeling één van de meest in het oog springende is: de interne partijwet die bepaalt dat SP-politici een groot deel van hun inkomen afstaan aan de partijkas. Al noemen ze die niet in het verkiezingsprogramma, de regeling is ook verkiezingstechnisch een sterk punt. Die biedt immers de garantie dat een stem op de SP nooit naar een ‘zakkenvuller’ zal gaan – geen onbelangrijke stemoverweging, zo blijkt uit recent onderzoek van Synovate.

Die regeling houdt ook al te grote ego’s buiten de deur, zoals de huidige Tweede Kamerfractie van de SP laat zien. Die bestaat uit hardwerkende, zichzelf wegcijferende parlementariërs. Tegelijk hebben die onbaatzuchtige werkers de partij met een probleem opgezadeld: het zijn geen leiders. Mede daarom was er weinig discussie toen Emile Roemer de rest van de fractie per mail liet weten in te zijn voor het leiderschap. Goed idee. Want hoe paradoxaal ook: de partij die het succes grotendeels heeft de danken aan één man, bevat zelf opvallend weinig leiderstypes.

SP’ers erkennen dit probleem. „En toch denk ik dat kiezers uiteindelijk zullen zien dat ze met ons the real thing krijgen, hoe de poppetjes er verder ook uitzien”, zegt het jonge SP-Kamerlid Renske Leijten. „Met de SGP zijn wij zelfs de enige met een kraakheldere ideologie. De PvdA zegt nu tegen liberalisering te zijn, maar het was juist de PvdA die daar in de jaren negentig de motor achter waren toen liberalisering modieus was.”

Ha, daar is-ie: de PvdA. Gesprekken met SP’ers over ideologische consistentie leiden opvallend vaak tot een staaltje mopperen over de PvdA. Het is een haat-liefderelatie. SP’ers zijn zich ervan bewust dat de enige mogelijkheid tot regeren via de PvdA loopt. Maar ze willen die partij ook overbodig maken. „Het was toch voormalig PvdA-leider Wim Kok die zo nodig uit de sociaal-democratische traditie wilde stappen?” Kamerlid en SP-ideoloog Ronald van Raak stelt de vraag retorisch. Hij doelt op het pleidooi van Kok, halverwege de jaren negentig, om de ‘ideologische veren’ af te schudden. Van Raak: „Vanaf dat moment waren wij de enig overgebleven vertegenwoordiger van de sociaal-democratie in Nederland.” Boodschap: wie op de PvdA van vroeger wil stemmen, zit goed bij de SP.

Maar een kiezer stemt met het oog op morgen. Dat weet de SP. De partij kan daarom maar slecht omgaan met het ‘eigen gelijk’ in de kredietcrisis: het bewijs voor de waarschuwing dat vrijheid voor het bedrijfsleven niet coûte que coûte tot welvaartsvergroting voor iedereen leidt. „Het is niet fijn”, zo valt in het verkiezingsprogramma van de SP te lezen, „om achteraf gelijk te krijgen”. En het is ook „niet voldoende dat politici spijt betuigen”, zo vervolgt het programma: „Politici moeten de wereld niet anders interpreteren, zij moeten de wereld veranderen.”

In deze woorden klinkt de echo van een citaat van Karl Marx, wat de revolutionaire oorsprong van de partij in herinnering brengt, 38 jaar geleden. De SP kwam toen voort uit de splintergroepering KPN/ML, ofwel: Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties.

Tijden zijn veranderd. De SP erkent inmiddels het koningshuis, accepteert Nederlandse deelname aan de NAVO en heeft, sinds enkele maanden, het verzet opgegeven tegen de ‘commissie stiekem’, de Kamercommissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Ze opereert ook niet meer uit naam van het oude arbeidersproletariaat, maar komt op voor ‘de nieuwe onderklasse’: thuiszorgers, schoonmakers, binnenschippers, postbodes, bouwvakkers en andere ‘werkende armen’ die, geliberaliseerd en wel, zichzelf steeds vaker noodgedwongen verhuren als slecht betaalde zelfstandigen.

Om hun belangen goed te behartigen verricht de partij zelf, met eigen geld, allerlei onderzoeken, zoals naar de opvattingen van leraren, gevangenispersoneel en politieagenten. Daarmee wapent de partij zich tegen het verwijt van ‘populisme’, een verwijt dat ze goed kennen, maar dat de partijtijgers ook opvallend koud laat. Dat de SP opvattingen huldigt die ook op straat zijn te horen, is voor hen juist een bevestiging van de kracht van hun werkwijze. Ze lopen al vanaf 1972 langs de deuren met hun huisblad De Tribune, leggen hun oor te luister en sluiten zich aan bij burgerprotesten, of nemen die over. Van protestacties tegen zendmasten tot steun voor stakende schoonmakers, van amokmakende ouderen in een verzorgingstehuis tot een buurtinitiatief voor meer speelruimte – als de SP de zaak redelijk vindt, is ze erbij. Op het laatste partijcongres, kort na de gemeenteraadsverkiezingen, peperde Marijnissen het de leden nog eens in: ook eenmaal in het college van B en W moeten SP’ers zich niet opsluiten in het gemeentehuis. Want ook als bestuurder kun je samen met buurtbewoners actievoeren.

Wat niet wegneemt dat de grondbeginselen van de partij bij de SP essentieel zijn. Niet voor niets noemde een historicus zijn artikel over de SP ooit ‘De rode Jehova’s’. En hun overtuiging helpt ze in donkere dagen, want als niet iedereen wil geloven, doet dat niets af aan de kracht van dat geloof. Jan de Wit, Kamerlid en een van de SP’ers van het eerste uur: „Bij het verwerken van de dalende peilingen helpt het dat wij een opdracht hebben: strijden tegen oneerlijke verhoudingen. Dat werk kun je overal en altijd doen, ook buiten de politiek.”

Toch is er één ding dat ze allemaal steekt. Ze regeren niet mee, ondanks de enorme verkiezingswinst in 2006. Dus positioneert de partij zich nu vooral als club die regeringsfähig is. De leus ‘Stem tegen, stem SP’ is passé. Nu willen ze compromissen sluiten.

Want dát is het doemscenario: dat de mensen, omwille van de macht, dan toch maar voor Cohen kiezen. „Die redenering is zo verdomd oneerlijk”, zegt Kamerlid Leijten. „Wij zetten de misstanden op de agenda, zij doen niets. En daar worden ze dan nog voor beloond ook.”