De put komt wel dood. Maar wanneer?

En wéér mislukte een poging om het olielek in de Golf van Mexico te dichten.

Terwijl de kust vervuilt, wordt het vermoeden sterker dat het nog maanden duurt.

De Britse oliemaatschappij BP heeft zijn zoveelste nederlaag geleden in de strijd om het olielek op de bodem van de Golf van Mexico te dichten. Ook de laatste methode, de zogeheten top kill, heeft niet gewerkt. Afgelopen zaterdag kondigde BP aan deze poging te staken, nadat twee eerdere methodes ook al waren mislukt. De olie blijft uit het lek spuiten, nu al bijna zes weken lang.

Terwijl BP zich beraadt op volgende stappen, groeit de ramp in omvang. Er is meer olie gelekt dan bij die andere catastrofe waarmee steeds de vergelijking wordt gemaakt: het zinken van het schip de Exxon Valdez voor de kust van Alaska, in 1989. Daarmee is de huidige olieramp inmiddels de grootste uit de Amerikaanse geschiedenis.

Nu begint de blik te verschuiven naar een andere, nog veel grotere ramp. Die met het boorplatform Sedco 135F, in 1979, een ramp die naderhand bekend werd onder de naam Ixtoc I. In meerdere opzichten lijkt de huidige ramp hier meer op. Ook de Ixtoc I speelde zich af in de Golf van Mexico, maar dan in het Mexicaanse deel. Ook toen ging het om een blow out – het onder hoge druk vrijkomen van gas of olie – van een net geboorde put. Verder brandde ook toen het drijvende platform af, en zonk vervolgens. En ook toen werd er van alles geprobeerd om de lekkende bron te dichten. Maar het duurde uiteindelijk tien maanden voor dat lukte. Naar schatting 500 miljoen liter olie spoelde aan op de Amerikaanse zuidkust – dat is nog maar een deel van wat er werkelijk uit het gat op de zeebodem lekte, want een aanzienlijk deel verdampte aan het zeeoppervlak en een deel werd in brand gezet. De Ixtoc I is de op een na grootste olieramp tot op heden, op de vele gesaboteerde oliebronnen tijdens de Eerste Golfoorlog (1990-1991) na.

Toch is er ook een verschil met de Ixtoc I. Een groot verschil. Destijds werd er nog niet zoveel in diep water geboord. Het lek zat op een diepte van 50 meter onder het zeeoppervlak. Nu is dat 1.500 meter, wat het veel lastiger maakt om erbij te komen.

Ondanks dat weet BP dat het verder moet. Dit weekend heeft het bedrijf, in overleg met de Amerikaanse overheid, besloten een volgende reddingspoging te starten. Dit keer is het de bedoeling om eerst de afgebroken riser, dat is het stuk pijpleiding tussen het boorplatform en de boorput, af te snijden. Vervolgens moet er over het lek een kap komen. De olie en het gas moeten dan via die kap, en verder via een buis, naar boven stromen en opgevangen worden op het daar aanwezige boorschip Discoverer Enterprise.

BP heeft zich nog niet uitgelaten over de slagingskans van deze operatie. Dat deed het bedrijf eerder wel bij de top kill – daar lag de kans op succes tussen de 60 en 70 procent. Misschien wil BP zich niet nog een keer branden aan zo’n inschatting. Wel laat het bedrijf weten dat ook deze nieuwe methode nooit eerder is toegepast op zulke diepte. Al het werk moet ook dit keer weer worden verricht door op afstand bestuurbare robots. BP verwacht dat de kap over twee à drie dagen is geplaatst.

En wat als ook dat niet werkt? Volgens olie-ingenieur Rudy Weerheym, die zelf jarenlang olie- en gasputten heeft geboord in de Noordzee, bestaat dan nog de mogelijkheid om een tweede blow out preventer te plaatsen, bovenop de eerste. Dit apparaat staat bovenaan de boorpijp, en is opgebouwd uit een serie afsluiters die in geval van nood de pijp afknijpen of doorsnijden. In dit geval werkte de blow out preventer niet. Het was de derde en laatste veiligheidsbarrière die niet goed functioneerde, wat leidde tot de huidige ramp waarbij elf mensen om het leven kwamen. Het aantal dierlijke slachtoffers (vissen, schildpadden, pelikanen en talloze andere organismen) loopt nog op.

Als ook dat niet lukt, is er volgens Weerheym nog maar één oplossing: het boren van een zogeheten relief well. Dat is een nieuwe put die in een diagonale lijn tot helemaal onderaan de oorspronkelijke put wordt geboord. Die wordt dan onder hoge druk vol gespoten met zware boorvloeistof, die als het ware de stroom met olie en gas afsnijdt. Daarna wordt de pijp gedicht met cement.

Het is een hels karwei. Het boorteam van BP moet erin zien te slagen om diagonaal tot ruim vijf kilometer onder de zeebodem precies bij de oorspronkelijke pijp uit te komen, die daar een doorsnede heeft van zo’n 25 centimeter.

Toch wordt het boren van zo’n relief well gezien als de ultieme oplossing. Weerheym bevestigt dat deze methode zal werken. Het is voor hem alleen de vraag hoe snel BP het voor elkaar krijgt. „De put komt wel dood. Maar wanneer?”

BP houdt het zelf op augustus. Voor de zekerheid boort het twee relief wells. Dat gebeurde in 1979, bij de Ixtoc I, ook. Maar nadat de eerste relief well gereed was, duurde het vervolgens toch nog drie maanden voordat het lek echt was gedicht. Of dat in het geval van BP ook zo zal zijn? De platforms en de schepen van waaruit het bedrijf nu opereert krijgen in ieder geval vanaf volgende week te maken met het nieuwe orkaanseizoen. Dus of ze ongehinderd door kunnen blijven werken, is nog maar de vraag.

De Amerikaanse overheid houdt er inmiddels steeds meer rekening mee dat het dichten van het lek in ieder geval tot augustus duurt. Dat heeft de topadviseur van president Obama op het gebied van energie en klimaat, Carol Browner, gisteren op tv gezegd. „De overheid bereidt zich voor op het ergste”, zei ze.

Olie-ingenieur Weerheym hoopt dat het zover niet hoeft te komen. Misschien werkt de nieuwe methode, het plaatsen van een kap, beter dan de eerste keer. BP probeerde al eerder een grote trechter te plaatsen, toen nog over de hele riser, die kromgebogen op de zeebodem lag. Maar het bedrijf kwam erachter wat het betekent om op een waterdiepte van 1.500 meter te werken. De druk is daar enorm – elke duizend meter komt er 100 bar bij. Dan wordt de olie erg stroperig: gas gaat verbindingen aan met waterkristallen en vormt zogeheten gashydraten. De stroperige olie en de gaskristallen verstopten het smalle stuk van de trechter en BP moest de poging opgeven. Daarom gaat de Britse oliemaatschappij deze keer proberen warm zeewater mee naar beneden te pompen, om te voorkomen dat de kap dichtslibt.

Dat de laatste methode, de top kill, is mislukt vindt Weerheym jammer. „Het had kunnen werken”, zegt hij. De methode is vaak genoeg wel met succes toegepast, onder meer na de Eerste Golfoorlog, om de brandende oliebronnen in Koeweit te dichten.

Bij een top kill wordt onder hoge druk zware boorvloeistof in de boorpijp gespoten, als tegendruk tegen de omhoog wellende olie en het gas. Als dat is gelukt, kan de boorpijp aan de bovenkant worden gedicht met een cementen plug. BP spoot in drie dagen tijd bijna vijf miljoen liter boorvloeistof in de boorpijp. Zonder succes. Volgens Weerheym was de opwaartse druk van de olie en het gas zo groot dat het grootste deel van de boorvloeistof mee naar boven is gespoten, via de gebroken riser de zee in. BP probeerde tijdens de top kill ook nog een zogeheten junk shot. Daarbij wordt allerlei materiaal de boorpijp in gepompt. Stukken touw, golfballetjes, stukken autoband. Volgens Weerheym heeft BP dat gedaan in hoop dat daarmee het gat in de riser zou worden gedicht. Maar ook dat is dus niet gelukt.

Het is nu weer twee dagen wachten en hopen op het succes van de volgende ingreep.