De gymnasiaste en de leerling-kapster

Het is in Nederland bijna ongepast om het Eurovisie Songfestival serieus te nemen. Misschien is er daarom geen ander land dat het op dat podium al jarenlang zo slecht doet. Toch is het zinnig om nader te beschouwen hoe de stand van zaken in deze sector van de lichte popmuziek als graadmeter zou kunnen dienen voor culturele en politieke trends.

Eerlijk gezegd dacht ik dat de inzending door de TROS van het door Pierre Kartner geschreven liedje Ik ben verliefd (Sha-la-lie) – van het begin af aan unisono gehoond door grachtengordel én RTL Boulevard – wel eens kansrijk zou kunnen zijn. De laatste jaren drong immers in veel nationale inzendingen de geest door van een herlevende volkscultuur, etnisch en populistisch geïnspireerd. Je ziet glitterversies van balalaika’s, doedelzakken en herdersfluiten, dus waarom zou Nederland dan geen draaiorgel opvoeren?

Sieneke, de 18-jarige leerling-kapster uit Nijmegen, die het liedje in Oslo mocht zingen, spreekt nauwelijks Engels. Ze wordt op handen gedragen door locale radiostations uit het oosten van het land, die zich specialiseren in het Nederlandstalige repertoire. Die kringen staan muzikaal en cultureel dichter bij de rest van het Europese vasteland dan de meer Angelsaksisch georiënteerde elite. Zo kwam in 1975 de laatste Nederlandse winnaar, Teach-In met Ding-a-dong, uit Twente.

Maar Sieneke haalde de finale weer niet, en winnaar werd de 19-jarige gymnasiaste Lena uit Duitsland, met het op YouTube populaire Engelstalige liedje Satellite, dat al na een paar maten zeer vrolijk stemt. Ook Lena’s Engels is het resultaat van huisvlijt, maar haar tegen het publiek uitgesproken I heart you is een veel grappiger vergissing dan Sienekes uitspraak bij de BBC: It is a simple song that goes not out of your head.

De TROS rekende op drie punten mis. Voor het eerst sinds tijden bepaalde een vakjury de helft van de stemmen en werd het primaat van de wansmaak daar ernstig door gematigd. Het liedje was zelfs voor Eurovisiebegrippen te dun en te onbenullig. Maar het belangrijkste is dat het een beetje over lijkt met het extreme nationalisme in de muzikale voorkeur van Europese publieke omroepen. Na Lena werd een Turkse rockband tweede en een Roemeens popduo derde. Vooral op de Kaukasus en de Balkan leeft nog de neiging om allegorische abrikozenpitten te bezingen, maar de meerderheid van de inzendingen hoort thuis in de categorie vlotte, universele Europulp.

De Noorse televisie organiseerde als pauzenummer een virtuele flash mob, een dansje uitgevoerd in talloze Europese huiskamers en straten. De verschillen worden kleiner, eigenlijk is heel Europa gewoon weer toe aan ABBA.