Zeilsters halen achterstand bij het matchracen snel in

De Nederlandse zeilsters presteren opvallend goed in een nieuwe olympische discipline, het matchracen. De oude Yngling-zeilsters van Maurice Paardenkooper staan nu al in de wereldtop.

Voor een land dat geen enkele geschiedenis heeft in het matchracen, is de Nederlandse entree in de nieuwe olympische discipline wonderbaarlijk verlopen. Een jaar na de introductie van de nieuwe olympische klasse zijn Renée Groeneveld, Annemieke Bes en Brechtje van der Werf bij de Delta Lloyd Regatta op het IJsselmeer bijna onverslaanbaar.

„Je ziet meteen waar wij goed in zijn: een boot hard laten varen”, zegt coach Maurice Paardenkooper. „Dat hebben ze geleerd in hun vorige boot, de Yngling. Na wat oefenen in de nieuwe boot varen ze toch harder dan de rest van het veld.”

Jarenlang trainde hij met negen meiden in de Yngling, wat resulteerde in een zilveren medaille in Peking (2008). Maar de groep stapte noodgedwongen over omdat de internationale zeilfederatie (ISAF) de Yngling afvoerde van de agenda. Het spectaculaire matchracen – bekend van de America’s Cup – heeft toekomst, al staat het over twee jaar bij de Olympische Spelen in Londen alleen bij de vrouwen op het programma.

Wat de overstap vergemakkelijkte is dat de nieuwe boot, Elliott 6m (zes meter), net als de Yngling een kielboot is voor een driekoppige bemanning. Toch moeten de Nederlandse zeilsters veel leren, zegt de 23-jarige stuurvrouw Groeneveld. „Het is compleet anders. Je zeilt één tegen één, de wedstrijdjes duren maar twintig minuten en de baan is veel korter. Alles moet heel snel, dus de techniek is heel belangrijk. Elke handeling moet kloppen, of je nu overstag gaat of een spinnaker hijst.”

Een ander verschil met de oude Yngling-klasse is dat de organisatie de boten levert. Groeneveld: „Je moet het doen met een boot die je krijgt. In onze Yngling zaten de klemmetjes precies op de plek die je zelf wilde. Dat is even wennen.”

Maar de Elliott 6m heeft voor haar ook een paar voordelen: „Dit is een veel leukere boot. Veel sneller, ziet er beter en sportiever uit, met zijn mooie brede achterkant. De Yngling was een redelijk logge boot. Het is leuk als het er goed uitziet, op de plaatjes.”

Maar matchracen is even wennen voor de Nederlandse talenten, die generaties aan ervaring achterlopen op hun concurrenten in zeillanden als de Verenigde Staten, Frankrijk, Engeland, Denemarken, Australië of Nieuw Zeeland. „Wij hebben in Nederland helemaal geen traditie met matchracen”, zegt Paardenkooper, die met oud-olympiër Roy Heiner zelf wel deelnam aan wedstrijden. „Het zit in Nederland niet in de opleiding. Wij hebben alleen maar fleetracen. Ik weet eigenlijk niet hoe dat komt. Wij hebben geen America’s Cup-ervaring, andere landen wel. Daar zit het matchracen in de cultuur. Als je idolen hebt gecreëerd die America’s Cup hebben gevaren, krijg je sneller jeugd mee.”

Ondanks de successen in het eerste jaar moeten de Nederlandse zeilsters nog veel leren, beseffen ze. „Het is een spel”, zegt Paardenkooper. „In het traditionele olympische zeilen, in een vloot, moet je bij zo snel mogelijk bij de startlijn zijn. In het matchracen moet je bij de start voor de ander liggen.” Klinkt eenvoudig, zegt Groeneveld, maar daar gaat een tactisch steekspel aan vooraf. Juist dat tweegevecht voor de start maakt de America’s Cup zo’n fascinerend schouwspel. „Vanaf vier minuten voor de start probeer je controle te krijgen over de andere boot.”

Op weg naar ‘Londen 2012’ proberen de Nederlandse vrouwen hun achterstand op het gebied van tactiek zo snel mogelijk in te halen. Groeneveld: „We analyseren veel beelden van video-opnames die we maken van concurrenten. We hebben met de Australiërs getraind en heel erg veel geleerd. En we proberen kennis te halen uit het mannencircuit, waar veel ervaring is met matchracen. We willen zeilers zoeken die ons meer over de tactiek kunnen leren.”

Maar Paardenkooper ziet ook dat zijn eigen groep zeilsters op een ander terrein in het voordeel is ten opzichte van veel concurrenten. „Wij weten wat olympisch zeilen is, welke investeringen je moet doen, dat je zes dagen per week naar de sportschool moet, dat je veel van huis bent. Ik hoef ze daar niets over te leren. Ze zitten overal zelf bovenop”

Niet alle concurrenten in het matchracen komen uit de Yngling. De boten van Australië, Frankrijk en Engeland komen uit andere matchrace-klassen en missen de professionaliteit die olympische zeilers nu hebben. Zo won Groeneveld vorig jaar ‘Sail for Gold’ in olympisch Weymouth (2012) en onlangs ‘Palma’. Paardenkooper: „We moeten het spel beter onder de knie krijgen. Maar ik zie zeker kansen voor 2012.”