'We kiezen dieren die in het gebouw passen'

Artis is erfgoed en educatie, zegt directeur Balian. „Mensen die de natuur bestuderen en kunst maken van wat ze zien, dat is Artis zoals het ooit is bedoeld.”

Twee vrouwen zitten bij de gierenvolière met een groot vel voor zich. Scherpe snavels, lange veerpennen en grote klauwen verschijnen in zwarte vegen op het witte papier. In de rust van de doordeweekse morgen is het zachte krassen van het houtskool goed te horen.

„Dit is Artis”, zegt directeur Haig Balian met een tevreden blik op de houtskooltekeningen. „Mensen die de natuur bestuderen en kunst maken van wat ze zien. Dit is Artis zoals het ooit is bedoeld. En dit is wat Artis nog meer moet worden.” Hij pauzeert even, alsof hem plotseling te binnen schiet onder welke naam de Amsterdamse dierentuin in 1838 werd gesticht. „Natura Artis Magistra was het toch? De natuur is de leermeesteres van de kunst!”

De oudste dierentuin van Nederland ondergaat een gedaanteverwisseling die mogelijk pas tegen 2016 zal zijn voltooid. Voor in totaal 80 miljoen euro wordt onder meer de parkeerplaats ondergronds gebracht om plaats te maken voor roofdierverblijven. De verbouwing en restauratie kregen onlangs een impuls door een miljoenendonatie van de BankGiro Loterij voor de heropening van het natuurhistorische museum dat in 1938 dichtging.

Balian, een bevlogen en charmante spreker, wil dolgraag uitweiden over wat het Nieuwe Groote Museum zal gaan heten. Maar eerst neemt hij zijn gasten mee voor een langdurige rondleiding door de dierentuin: „Want dit is een typische Engelse landschapstuin, die zo is aangelegd dat je er uren in kan rondwalen.” Hij maakt een gebaar dat de hele diergaarde moet omvatten: „Kijk eens naar de zichtlijnen! De wandelpaden zijn een verlengde van de omliggende straten, de vijvers een voortzetting van de grachten.”

Het vogelhuis, een negentiende-eeuws gebouw aan de noordkant, is een grote bouwput. Balian wijst in de kale muren op twee deuren met een boogje erboven: „Die zijn tevoorschijn gekomen, toen we de toevoegingen uit de jaren zestig weghaalden.” Hij wendt de blik naar een glazen tongewelf aan de buitenkant: „Die komt er nu ook beter uit door de restauratie, dat wordt een echte serre.”

In het vogelhuis wordt als de nieuwe fundering klaar is een grote betonnen bak gemaakt. In die bak komt een dikke laag humus. In het dak komt glas dat uv-licht doorlaat, zodat bomen en planten kunnen groeien. De gesloten galerij aan de achterkant wordt een open gaanderij, waar het publiek de vogels in het groen kan zien fladderen. „Alles gaat zo veel mogelijk open, alles in Artis moet transparant zijn.”

Zijn ideaal is het vier jaar geleden geopende vlinderpaviljoen. Dat is een soort kas vol bomen, planten, vijvers en bruggetjes, waar meer dan duizend vlinders huizen. Vleugels in duizelingwekkende kleuren bewegen boven plateaus met fruit. In ‘poppenkasten’ kruipen vlinders uit hun poppen. Fluisterpalen vertellen Aziatische en Zuid-Amerikaanse vlinderlegenden. „Daar kun je de natuur werkelijk ervaren. Daar leer je de natuur echt kennen.”

Dat moet ook, zegt Balian, want de „kern van Artis is educatie”, natuureducatie om precies te zijn. „Bewoners van de stad komen nog nauwelijks in contact met de natuur en dat geldt nog sterker voor de nieuwe Nederlanders. Met Artis brengen wij de mensen dichter bij de natuur.” Balian spreekt drie studenten aan die midden in de tuin het gedrag van prairiehonden observeren. Ze maken notities. Ze doen een project voor school. Balian reageert enthousiast: „Dit bedoel ik nu met educatie.”

Artis is er ook voor het het in stand houden van dieren- en plantensoorten. „Het gaat al lang niet meer alleen om de Big Five of de Big Ten”, zegt Balian. Ofwel grote dieren als de olifant en de tijger waarvoor het publiek van oudsher naar de dierentuin komt. Het gaat ook om minder beroemde diersoorten, die worden gefokt in programma’s met andere dierentuinen. Artis koestert bijvoorbeeld zijn miereneters. In een hok ligt een aanbiddelijk pasgeboren mierenetertje op de rug van de moeder. „Moeder was in Argentinië huisdier, totdat ze niet meer te houden was.”

Artis is ook erfgoed, zegt Balian, want het Engelse park en de beurtelings romantische en klassieke gebouwen zijn monumenten van landschapsarchitectuur en bouwkunst. Zo ontwierp Gerlof Salm (1831-1897), architect van de Keizersgrachtkerk en Paradiso, in Artis de bibliotheek, de bruggetjes over de vijvers en het aquariumgebouw. Dit laatste gebouw, met zijn pilaren als van een Griekse tempel, is in 1997 heropend na een ingrijpende verbouwing.

Bij de uitvoering van het ‘masterplan’ wordt het erfgoed gekoesterd, benadrukt Balian. „In de jaren zestig is het verblijf voor de kleine zoogdieren net een paar meter over een zichtlijn gebouwd. Zoiets zal nu niet meer gebeuren.” Het karakter van de monumentale gebouwen wordt niet aangetast. „We kiezen dieren die goed in een gebouw passen.”

Het respect voor het verleden verhindert niet dat Artis een forse ingreep zal doen aan de noordwestkant van de dierentuin. Daar zit nu een allegaartje van kantoren en studio’s, waar onder meer De wereld draait door wordt opgenomen. De studio’s gaan weg en de kantoren maken plaats voor een brasserie die vanaf de straat toegankelijk wordt. Artis sloopt namelijk een betrekkelijk jong pand vlak bij de hoek. De kinderboerderij wordt verplaatst, zodat er een plein ontstaat. „Mijn droom is dat Artis ooit gratis wordt, een groot openbaar park. „Financieel kan dat – nog – niet, maar een publiek plein is een begin.”

Op deze plek komt ook de ‘Micro Zoo’, waar de wereld van bacteriën en schimmels inzichtelijk wordt gemaakt. „We hebben een lange traditie die terug gaat tot Antoni van Leeuwenhoek. Nederland heeft ook een veelbelovende toekomst, waarin biotechnologie voor een grote revolutie zal zorgen. Maar om te zorgen dat kinderen daarvoor willen studeren, zullen we hen kennis moeten laten maken met de micronatuur.”

Artis is druk bezig met deze eerste ‘microdierentuin’ ter wereld. De financiering komt naar verwachting dit jaar rond. „Elk mens draagt twee kilo aan micro-organismen met zich mee”, zegt Balian en wrijft over zijn lichaam. „We zijn overdekt met honderden soorten bacteriën.” Bezoekers kunnen straks ‘ervaringen’ opdoen om de micro-organismen te leren kennen. „We hebben allerlei ideeën en ontwerpen die nu worden getest.”

In een statig gebouw van de architect J. van Maurik opent Balian een grote deur. „Dit is een van de geheimen van Artis”, zegt hij en openbaart een grote hal met grijze planken op de vloer. Hij gaat voor op een lange trap naar boven, waar een overloop met balustrades uitzicht biedt op een enorme ruimte die in ruim anderhalve eeuw onveranderd lijkt. In het gedempte daglicht verrijzen reusachtige vitrinekasten. Om de hoek hangt in schemerduister een harige huid aan de wand. „Herken je het dier? Dit was een nijlpaard.”

Zeker zo belangrijk als het tonen van dieren was in de beginjaren van Artis het verzamelen van ‘naturalia’, zoals in de negentiende eeuw vaak gebeurde. Artis had een rijke verzameling dieren op sterk water, skeletten, opgezette dieren, schelpen, fossielen en gesteenten. Die waren vanaf hier te zien, in het Groote Museum. De vitrinekasten zijn nu leeg. „Dit is een museum van een museum.”

Maar het Groote Museum werd snel te klein. De naturaliaverzameling werd samengevoegd met de collectie van de Universiteit van Amsterdam en uiteindelijk overgebracht naar het Zoölogisch Museum. De volkenkundige verzameling van Artis verhuisde in 1921 naar het nabijgelegen Tropenmuseum. In 1938 ging het museum dicht door geldgebrek en raakte in vergetelheid.

Artis gaat het museum heropenen onder de naam Nieuwe Groote Museum, dat een Academie voor Biodiversiteit zal herbergen. „De oorspronkelijke verzameling was bedoeld om de rijkdom van het leven op aarde te tonen. Dat doen we straks weer, met educatieve programma’s die laten zien wat biodiversiteit is en hoe die bedreigd wordt. Tegelijkertijd willen we tonen hoe het museum er vroeger uitzag, met de vitrines.”

De laatste ijsbeer van Artis vertrok in 2008 naar Blijdorp. „Wij hebben geen ruimte meer voor een echte ijsbeer, maar zetten hier wel een opgezette neer. Dat verwijst naar de opgezette dieren van voorheen en je laat toch een ijsbeer zien.” IJsberen worden bedreigd door het afsmelten van de Noordpool. „Het is ook een voorbeeld van bedreigde biodiversiteit.”

Het museum toont verder schilderijen met dieren, omdat die onthullen hoe vroeger naar het leven op aarde werd gekeken. In de negentiende eeuw was de samenhang van wetenschap, kunst en natuur nog vanzelfsprekend. Die samenhang willen we graag terugbrengen.”