Tsonga knokt zich langs teleurstellend talent

Thiemo de Bakker oogstte veel lof voor zijn constante prestaties van de laatste maanden. Zijn nederlaag gisteren tegen Jo-Wilfried Tsonga, in de derde ronde in Parijs, kwam hard aan.

Als junior was Thiemo de Bakker bijna al zijn tegenstanders de baas. Zolang hij maar „een beetje gas gaf”, zoals oud-prof Richard Krajicek het eerder in deze krant verwoordde, hoefde hij zich weinig zorgen te maken. Bij zijn overstap naar het seniorencircuit was dat één van de zaken waar de Nederlandse tennisser het meest aan moest wennen: ook als hij goed speelde kon hij toch verliezen.

De afgelopen jaren deden zijn vele begeleiders er alles aan om De Bakker ervan te overtuigen dat hij alleen met hard werken vooruitgang kon boeken. Jan Siemerink, John van Lottum, Rohan Goetzke, Hugo Ecker, Raemon Sluiter, Eddy Bank en Dennis Schenk – ze gaven hem allemaal dezelfde boodschap mee: niet achteroverleunen. Het initiatief nemen, ook als het tegenzit. Met talent alleen red je het in het profcircuit niet.

In zijn eerste partij op Roland Garros, tegen Olivier Patience, bewees De Bakker al aan hoe ver hij gevorderd is. Nadat de Fransman hem aan het eind van de tweede set gebroken had – en daarmee de wedstrijd in evenwicht bracht – liet de Nederlander het hoofd niet hangen. Nadat hij aan het begin van de derde set twee breekpunten onbenut liet, werkte hij zelf een breekpunt weg met een fraai dropshot. De Bakker redde zichzelf uit een moeilijke situatie en gaf de partij niet meer uit handen.

In zijn tweede partij, tegen Spanjaard Guillermo Garcia-Lopez, herpakte De Bakker zich na twee regenpauzes en een matige tweede set. Hoewel hij niet zijn beste spel liet zien, wist hij zijn tegenstander toch regelmatig onder druk te zetten. „Ik had geen gevoel in mijn forehand”, zei hij achteraf. „En mijn service liep niet al te best. Deze wedstrijd ging meer over hard werken dan mooi tennis. Maar ik heb wél gewonnen.”

Hoe zou De Bakker zich houden tegen Jo-Wilfried Tsonga, de Fransman die hij onlangs op het gravel van Barcelona nog de baas was? „Als ik goed serveer kan ik het hem lastig maken”, stelde hij voorafgaand aan de partij vol zelfvertrouwen. En het feit dat hij in een stadion vol chauvinistische Fransen moest spelen, deerde hem naar eigen zeggen niet. „Ik ben niet bang voor Tsonga. Als ik hem dan toch moet pakken, dan het liefst op centercourt.”

Na zijn verloren viersetter (7-6, 6-7, 3-6 en 4-6) was De Bakker gisteren een stuk minder spraakzaam. Hij was „redelijk kapot” van de nederlaag, die voor zijn gevoel niet nodig was geweest. Goed, zijn service kwam niet uit de verf. Maar wat zou er zijn gebeurd als hij na de gewonnen eerste set ook de tweede had gepakt? „Waarschijnlijk had ik hem mentaal gesloopt”, concludeerde hij.

Feit is dat de Nederlander geen beste partij speelde. Niet alleen zijn eerste services belandden vaak in het net, ook op zijn forehand kon hij niet vertrouwen. Het feit dat hij zo veel dropshots produceerde in netelige situaties, was niet zozeer een bewijs van moed, maar vooral van wanhoop. Of hij de partij echt gewonnen had als hij de tweede set naar zich toe had getrokken, valt te betwisten. Tsonga dacht er in elk geval het zijne van. „Ik had tot het eind toe gevochten”, zei de Fransman. „Pijn of geen pijn.”

Dat de charismatische Fransman bijna in tranen uitbarstte na de wedstrijd, kwam door het feit dat hij last ondervond van een spierblessure in zijn bovenbeen. Dankzij het publiek, dat vier sets lang in hem was blijven geloven, had hij de partij tot het eind uitgespeeld. De pijn verbijtend brak Tsonga zijn tegenstander aan het begin van de derde set. Hij liep uit naar 5-3 en benutte zijn eerste van twee setpunten: 6-3. In de vierde set kreeg hij geen enkel breekpunt meer tegen. Het uitserveren was bijna een formaliteit.

Dat De Bakker zich met wisselvallig spel voor de derde ronde op een grandslamtoernooi wist te plaatsen, kan als hoopgevend worden beschouwd. De 21-jarige tennisser oogstte de afgelopen dagen in Parijs veel lof van kenners, en staat volgens zijn manager Ken Meyerson in de belangstelling van een aantal gerenommeerde topcoaches. „Top-vijf-materiaal”, noemde Meyerson zijn nieuwe aanwinst. Met een service als die van Andy Roddick. En met een van de beste backhands die hij ooit had gezien.

Volgens zijn begeleiders moet De Bakker zich vooral niet het hoofd op hol laten brengen. Die topcoach zal zich heus nog wel eens aandienen. Laat hem eerst maar zorgen dat hij zijn dagelijkse routines volgt: goed eten, goede lichaamsverzorging, veel trainen en wedstrijden analyseren. Want hij mag tegenwoordig dan vechten als het tegenzit, deze zaken bepalen óók of iemand over een topsportmentaliteit beschikt.

Dat De Bakker gisteren al besefte dat hij over een paar dagen trots kan zijn op zijn prestaties in Parijs, bewijst dat hij opnieuw een stap heeft gezet op de lange weg die hij nog heeft te gaan.