Transplantatie van beenmerg verlost muis van dwangstoornis

Muizen met een bepaalde genmutatie vertonen ziekelijk poetsgedrag dat lijkt op het gedrag van mensen met een dwangstoornis. Het obsessieve poetsen verdwijnt na een beenmergtransplantatie met gezonde cellen.

Het afwijkende gedrag wordt veroorzaakt door microgliacellen in de hersenen. Frappant is dat dit geen zenuwcellen zijn; het zijn cellen van het immuunsysteem, afkomstig uit het beenmerg. Het mechanisme is ontrafeld door onderzoekers van de University of Utah onder leiding van Nobelprijswinnaar Mario Capecchi (Cell, 28 mei).

Vermoedens dat microgliacellen de activiteit van de zenuwcellen in de hersenen kunnen beïnvloeden, worden door dit onderzoek bevestigd. Bovendien is eerder vastgesteld dat psychiatrische aandoeningen vaak samengaan met immunologische afwijkingen. Het gevonden verband is hierdoor minder vergezocht dan het lijkt.

Microgliacellen komen overal in de hersenen voor. Het brein bevat zelfs meer microglia dan zenuwcellen. Vanouds is bekend dat microglia betrokken zijn bij de bestrijding van ziekteverwekkers die tot de hersenen doordrongen en het opruimen van beschadigde cellen. Het zijn stervormige cellen die met hun uitlopers de hersenen aftasten op zoek naar ongerechtigheden. Als ze die tegenkomen nemen ze die op en breken ze die af. In die zin lijken de microgliacellen op de elders in het lichaam opererende macrofagen. Ze zijn alleen een stuk kleiner, maar ontstaan net als de macrofagen uit voorlopercellen in het beenmerg.

Hoewel microgliacellen vrij actief door de hersenen bewegen, viel op dat ze vaak halt houden bij synapsen, de verbindingen waarmee zenuwcellen met elkaar communiceren. Dat doen ze echter alleen bij synapsen die op dat moment actief zijn. Capecchi’s goep vroeg zich af of ze op de een of andere manier ook de activiteit ervan beïnvloeden.

Zijn groep ontdekte eerder dat muizen met mutaties in het gen Hoxb8 obsessieve poetsers zijn. Ze gaan er tot bloedens toe mee door, lijken geen pijn te voelen en vallen er ook andere muizen mee lastig. Het gen is actief tijdens de embryonale ontwikkeling, maar ook bij de groei en ontwikkeling van de voorlopers van de microglia. Daarom gaven de onderzoekers muizen met een mutatie in Hoxb8 een beenmergtransplantatie met gezond beenmerg. Het pathologisch poetsen hield meteen op. Dat de microgliacellen de activiteit van de hersenen beïnvloeden, staat nu buiten kijf. Hoe ze dat doen, blijft voorlopig nog een raadsel. Huup Dassen