Terugval?

De Nederlandse volleyballers spelen het tweede deel van de EK-kwalificatie. Voor de zege op Zweden, gisteren, verloor het team van Portugal en Macedonië. Kampt het Nederlandse volleybal met een terugval?

Joop Alberda, ex-technisch directeur van de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo), coachte het team dat in 1996 de olympische titel won: „Nederland speelt in de World League, dus hoort het bij de beste zestien landen van de wereld. Het team moet Portugal en Macedonië makkelijk kunnen verslaan. De kans dat ze het dit weekend in Rotterdam herstellen, is niet groot. Alleen de nummer één uit de poule kwalificeert zich direct voor het EK, de nummer twee krijgt een herkansing. Horstink is er niet bij omdat hij wegens privéomstandigheden niet te lang van huis wil zijn, de kwalificatie is nu in de achtertuin. Ik vind het een groot probleem dat niet iedereen zich beschikbaar stelt. We hebben te maken met volleyballers die alleen in het oranjeshirt uitkomen wanneer het hun uitkomt. Ik hoop dat Horstink en de anderen zich realiseren dat ze ook de kwalificatie voor de Spelen in 2012 op het spel zetten. Het doet mij denken aan het WK in 2006 waar Nederland ontbrak. Schuil, Nummerdor en Van de Goor maakten andere keuzes waardoor de bondscoach in de kwalificatie niet over het beste team kon beschikken. Dat ze zich toen niet plaatsten, was acceptabel. Als Nederland het EK mist, dreigt de sport af te glijden.”

Marcel Sturkenboom, algemeen directeur van de Nevobo en oud-volleybalinternational: „In Macedonië was het een heksenketel. Het was geen kattenpis om daar op het juiste moment te pieken. Daarom ga ik ervan uit dat dit een incident was en dat ze zich gewoon kwalificeren.”

Ron Zwerver, oud-international, won goud in 1996: „Meer favorieten verloren vorig weekend. Zo verloor Italië van Turkije. Dat komt doordat sommige mindere landen een langere voorbereiding hebben gehad. Spelers komen net terug uit nationale competities, er is meer tijd nodig om een goed team neer te zetten. Daar komt bij dat een aantal jonge talenten is ingestroomd bij Nederland. Zij moeten hun positie nog vinden. De toekomst zal uitwijzen of Nederland voldoende talent heeft om op wereldniveau mee te kunnen. We moeten onszelf een spiegel voorhouden. De clubs, trainers en spelers moeten meer investeren. Clubs moeten ervoor zorgen dat de spelers meer kunnen trainen. Dat moeten de spelers ook willen, ook wanneer ze daarvoor vroeg hun bed uit moeten. Verder zie je Nederlandse clubtrainers nooit bij belangrijke internationale wedstrijden op de tribune zitten, terwijl zij zichzelf ook moeten willen verbeteren.”

Bert Goedkoop, technisch directeur van de Nevobo en ex-bondscoach: „Sinds de gouden medaille op de Spelen in 1996 is sprake van een terugval. Deze mindere kwalificatiereeks is niet representatief. Het team heeft een voorbereiding gehad van tien dagen, terwijl andere landen een fulltime programma draaiden. We zitten in een overgangsfase. Steeds meer jonge spelers worden ingepast. In het volleybal heb je ongeveer twee generaties nodig om een nieuw topteam neer te zetten. Het komt wel goed met de Nederlandse volleyballers. Wat is goed? We spiegelen het team altijd aan de gouden generatie van 1996, een uitzonderlijke ploeg die ook een uitzonderlijk goed programma kon draaien. Inmiddels is volleybal in elk land professioneel, op dat gebied kunnen we geen voorsprong meer behalen. We hebben nog wel het voordeel dat ons volk het langste ter wereld is. Nu moeten we, door scouting op scholen, ervoor zorgen dat extreem lange mensen ook gaan volleyballen.”

Olof van der Meulen, oud-volleybalinternational, ook goud op de Spelen in Atlanta: „Dat Nederland bij de top-16 van de wereld hoort, zegt niet zoveel. Het moet op het veld gebeuren. Wij wonnen in de finale van de Spelen ook van Italië terwijl zij eerste op de wereldranglijst stonden. Ik ga er nog steeds van uit dat Nederland erin slaagt om zich, direct of indirect, te plaatsen voor het EK. Ik denk dat plaatsing voor de Spelen in Londen met dit team erg lastig gaat worden.”