Nieuw type sterexplosie in sterrenstelsel ontdekt

Een internationale groep astronomen, onder meer van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft een nieuw type sterexplosie ofwel supernova ontdekt (Nature, 20 mei). Dit type hangt waarschijnlijk samen met witte dwergen, de gekrompen overblijfselen van sterren zoals onze zon. Een laag helium aan hun oppervlak zou op een bepaald moment een soort kernfusiebom kunnen worden en zo deze hele laag laten exploderen. Daarmee onderscheidt dit type explosie zich van de andere supernova’s, die nog veel krachtiger zijn.

Tot nu toe kenden astronomen twee fundamenteel verschillende typen sterexplosies. Bij het ene type stort de kern van een zware ster aan het einde van zijn leven onder invloed van de eigen zwaartekracht in tot een neutronenster of zwart gat. De dan vrijkomende gravitatie-energie blaast de rest van de ster de ruimte in. Bij het tweede type gaat het om een witte dwergster die gas van een begeleider aanzuigt. Druk en temperatuur in het inwendige kunnen dan zo hoog oplopen dat er opeens kernfusie gaat optreden die de hele ster opblaast.

Het nu ontdekte nieuwe type werd in januari 2005 waargenomen in NGC 1032, een sterrenstelsel op een afstand van 110 miljoen lichtjaar. In de buitenwijken van dit stelsel was opeens een lichtpunt te zien dat daar een maand eerder niet had gestaan. Vervolgwaarnemingen lieten zien dat deze supernova niet tot de twee bekende typen behoorde. Bovendien bleek de helft van de weggeblazen materie calcium te zijn, een element dat kan ontstaan tijdens de plotselinge fusie van helium op een witte dwerg. Deze plaatselijke heliumdetonatie zou de oorzaak van de explosie kunnen zijn geweest.

Hagai Perets en collega’s denken dat de hiervoor benodigde helium afkomstig is van een begeleidende ster. In de archieven vonden de astronomen meer van dit soort calciumrijke supernova’s. Toch laat men de champagne nog even onder de kurk. In hetzelfde nummer van Nature presenteren Japanse astronomen namelijk onderzoek aan een andere calciumrijke supernova die volgens hen gewoon tot het eerstgenoemde type – met een instortende kern – behoort. Misschien laten supernova’s zich moeilijker in hokjes indelen dan tot nu toe werd gedacht. George Beekman