Nergens zo leuk als in Ramallah

De Palestijnse stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever heeft een bloeiend uitgaansleven. Ondanks én dankzij de Israëlische bezetting.

Oost-Jeruzalem? Doods. Amman: saai. Beiroet en Damascus: onbereikbaar. Nidal Rafa (34), een Palestijnse uit Oost-Jeruzalem, gaat alleen nog uit in Ramallah. „Iedere keer als ik hier kom, is er weer een nieuwe kroeg of disco geopend. Ramallah is voor jonge mensen de leukste plek in de Arabische wereld.”

Nidal Rafa zit in café Zamn, in het centrum van Ramallah. De stad ligt op de bezette Westelijke Jordaanoever, omringd door controleposten van het Israëlische leger. Rafa trotseert iedere donderdag met liefde het Israëlische checkpoint Qalandia. Het nieuwe café Zamn, haar vaste stek, is een verzamelplaats voor jonge, hoogopgeleide Palestijnen. Overdag is het een koffiehuis met jazzmuziek, ’s avonds komen de gasten voor de waterpijp en het regionaal gebrouwen Taybeh-bier. Zamn zit vol. „Binnenkort openen we ons tweede café”, zegt mede-eigenaar Walid Husseini. „We kunnen de stroom gasten niet aan.”

De afgelopen paar jaar is Ramallah onherkenbaar veranderd. Er is een bloeiend uitgaansleven ontstaan. In twee maanden tijd zijn er tien nieuwe restaurants geopend. In de door armoede en geweld geteisterde stad, die vooral zwaar te lijden heeft gehad onder Israëlische invallen tijdens de tweede intifadah (2000-2005), wemelt het nu van de nieuwbouwprojecten.

Waar het uitgaansleven zich beperkte tot een paar plekken waar vooral buitenlanders rondhingen – diplomaten, medewerkers van hulporganisaties – is het nu meer en meer een zaak van de Palestijnen zelf. Ze dansen op opzwepende Arabische muziek in de populaire club Urjwan, eten met een panoramisch uitzicht op de bovenste verdieping van het Ankars Suites Hotel, of drinken zich lam in een van de vele discreet verborgen cafés. „De bovenlaag van de bevolking van Ramallah is rijk en liberaal”, zegt ondernemer Fajan Harb. Hij opent binnenkort een bruin café, met de Duitse bierlokalen als inspiratie. „Vier bieren op de tap, uniek in Ramallah.”

Veel jonge Palestijnen in Ramallah werken voor westerse organisaties en vertegenwoordigingen, of de uitgebreide bureaucratie van de Palestijnse Autoriteit. Ze hebben geld. Bovendien houden ze van lange avonden uitgaan, zegt Harb. „Thuis alcohol drinken komt bijna niet voor, dus zitten ze al vroeg in het café aan het bier.” Niet alleen de christelijke minderheid drinkt alcohol, zegt Harb. Ook onder de islamitische Palestijnen wordt gedronken.

Café La Vie stroomt rond een uur of negen vol. In het schaarsverlichte interieur met kleine zithoekjes zitten jonge stelletjes tegen elkaar aan. Saleh Totah, de eigenaar, heeft niet veel tijd om te praten. Hij moet alles zelf doen, zegt hij. „Er is zoveel geopend, dat er te weinig obers zijn.” Totah werkte jarenlang voor een toeristenbureau, maar heeft nu eindelijk zijn droom verwezenlijkt. Een eigen café. „Ik organiseer muziek- en dansavonden. Vorige week hadden we de eerste Palestijnse Death Metalavond. Het publiek paste er niet meer in, zo druk was het.”

La Vie ligt verscholen achter een muur en een schutting. Dat heeft alles met de omgeving te maken. Het café ligt in het straatarme vluchtelingenkamp Kaddoura. „Mijn broer vond het te onveilig, dus heeft hij die schutting geplaatst”, zegt Totah. De islamitische inwoners van Kaddoura zijn te arm en te conservatief om naar La Vie te gaan, zegt hij, sommigen nemen aanstoot aan de alcohol en muziek. „Tot nu toe is er nog niets gebeurd.”

Alles is politiek op de Westelijke Jordaanoever, uitgaan dus ook. In Israël, zegt ondernemer Fajan Harb, wordt zijn succes als ondernemer gezien als het bewijs dat de zogeheten ‘economische vrede’ tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit werkt. De Israëlische ambassadeur in de Verenigde Staten, Michael Oren, noemde onlangs de spectaculaire skyline van Ramallah het beste bewijs van het succes van die strategie. Premier Netanyahu ziet Israëlische steun aan economische voorspoed voor de Palestijnen als alternatief voor ‘politieke vrede’, een Palestijnse staat. Dus als het goed gaat op de Westelijke Jordaanoever, ebt de roep om zo’n staat vanzelf weg.

Fajan Harb wordt boos. Ramallah, zegt hij, „heeft succes óndanks de bezetting, niet dankzij”. Wel is het zo, bedenkt hij zich, dat je hier makkelijker binnenkomt dan eruit kunt. „Die controleposten van het Israëlische leger passeer je niet zomaar. De jonge Palestijnen die geld hebben, moeten dat hier uitgeven, want ze kunnen nergens anders heen. Er is een kunstmatige bubble gecreëerd. De omstandigheden zijn vervelend, maar de stad bloeit er van op.”