Kredietstatus VS-banken onduidelijk

Zijn de grootste Amerikaanse banken te groot om ze een lagere kredietstatus toe te kennen? Met behulp van wetgeving om het probleem aan te pakken dat sommige financiële instellingen te groot zijn geworden om failliet te mogen gaan, moeten Bank of America (BofA), Citigroup en andere banken gedwongen worden op eigen benen te gaan staan. Maar de kredietwaarderingen van Amerikaanse banken zullen zeker nog enige tijd rekening blijven houden met de steun van de overheid.

De waarderingen van de grootste instellingen kregen in 2008 een impuls toen de overheid tussenbeide kwam om de sector te stabiliseren. Kredietbeoordelaars als Standard & Poor’s en Moody’s verhoogden de kredietstatus van de betrokken banken. De status van BofA blijft op de schaal van Moody’s bijvoorbeeld maar liefst vijf streepjes hoger dan zonder overheidssteun het geval zou zijn.

Destijds was dat wel zinvol. Maar nu kan de financiële hervormingswetgeving, in het bijzonder het plan om het gecontroleerd failliet laten gaan van in gebreke blijvende instellingen te vergemakkelijken, de veronderstelling dat de overheid uiteindelijk toch wel de helpende hand zal toesteken helemaal onderuithalen. S&P en Moody’s zijn van plan de wetgeving pas te beoordelen als zij haar definitieve vorm heeft gekregen, en dan te bekijken of de banken het voortaan echt alleen zullen moeten uitzoeken. Het zou kunnen dat ze uiteindelijk tot de conclusie komen dat grote financiële instellingen nog steeds profiteren van impliciete overheidssteun. Maar in de toekomst zal dit net als voorheen vooral een politieke inschatting zijn.

Uiteraard hadden de kredietbeoordelaars gelijk met betrekking tot Fannie Mae en Freddie Mac. Hun hoge kredietwaarderingen, waarin de impliciete overheidssteun tot uitdrukking kwam, heeft obligatiehouders jarenlang gerustgesteld. Maar door de ‘eigenstandige’ kredietstatus van beide firma’s naar de kleine lettertjes te verbannen, stimuleerden de kredietbeoordelaars beleggers en politici de ogen te sluiten voor de buitensporige schulden vant Fannie en Freddie.

Het is niet gezond als financiële instellingen afhankelijk zijn van overheidssteun. Bovendien werkt dat uiteindelijk heel veel politieke bemoeienis in de hand. Als de kredietbeoordelaars blijven geloven dat steunoperaties mogelijk zijn, moeten zij dat beleggers beter duidelijk maken. Beter nog: misschien moet iedere waardering die is gebaseerd op de impliciete veronderstelling dat de betrokken instelling te groot is om failliet te mogen gaan, vergezeld gaan van een forse waarschuwing.

Agnes T. Crane

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com

Vertaling: Menno Grootveld