Kom het morrende volk tegemoet, pak de foute rijken aan

In de VS en Europa is een lange hete zomer van sociale onvrede op komst tenzij de fiscale pijn eerlijk wordt verdeeld, schrijft historicus Simon Schama. Op pagina 2-3 roept André Szász lijsttrekkers op te praten over de euro

Brits historicus en kunsthistoricus.Schrijft voor de Financial Times en is auteur van ‘Overvloed en onbehagen’, ‘Dodelijke zekerheden’, ‘Kunstzaken’, ‘De ogen van Rembrandt’ en ‘Burgers: een kroniek van de Franse Revolutie’.

Het is allerminst mijn bedoeling om olie op het vuur te gooien, maar wie de zwavelgeur in de lucht ruikt, kan zich niet onttrekken aan de gedachte dat ons wel eens woelige tijden te wachten kunnen staan. De Spaanse vakbonden hebben een algemene staking uitgesteld; de bloedige barricaden en de rode hemden hadden de straten van Berlijn kunnen vullen in plaats van die van Bangkok, en de Britse coalitieleiders zitten voorlopig als een jong verliefd stel op het voorste bankje. Maar in Europa en Amerika bestaat de kans op een lange hete zomer van sociale onvrede. Historici zullen ons voorhouden dat er vaak geruime tijd verstrijkt tussen het begin van economische rampspoed en de ophoping van sociale onrust. In het eerste bedrijf leidt de schok van een crisis aanvankelijk tot angstige verwarring, de roep om politieke verlossers en instinctieve reacties tot zelfbescherming – niet tot de georganiseerde mobilisatie van verontwaardiging. Of het nu 1789 of 2010 is, een nieuw bewind dat met de storm meedrijft, krijgt even de tijd om te proberen het onheil te beperken. Als het laat zien uit alle macht orde op zaken te willen stellen, kan het rekenen op een tijdelijke legitimatie.

Het tweede bedrijf is lastiger. Objectief gezien kunnen de economische omstandigheden verbeteren, maar alles draait om de perceptie en een adempauze biedt een gevaarlijk vervreemde bevolking de ruimte om de ruwe onderbreking van zijn stijgende verwachtingen in ogenschouw te nemen. Hoe staat het met de opmars van het inkomen, de verwerving van bezit, het cliché dat de volgende generatie het beter zal hebben dan de vorige? Het failliet van deze uitgangspunten dringt in zijn volle omvang door en roept het wrokkige gevoel op dat ‘Iemand Anders’ de gemeenschappelijke tegenspoed moet hebben veroorzaakt. Het vaste scheldwoord van de Franse Revolutie voor de geldschieters die de schuld van de ellende kregen, was ‘rijke egoïsten’. Onze eigen plutocraten wacht misschien niet de guillotine, maar dat het financiële onheil, met zijn uitwerking op de ‘echte’ economie, het gevolg was van duistere transacties met als enige doel snel winst te maken, geeft een sterk gevoel van maatschappelijk verraad.

Op zo’n moment wordt de schade beperkt door de daders aan de schandpaal te nagelen – door hen ter verantwoording te roepen en schuldbekentenissen af te dwingen. Daarom is het psychologische effect van financiële regelgeving vrijwel even essentieel als de institutionele preventie. Wie ertegen ageert, loopt op termijn het gevaar zijn eigen belangen in gevaar te brengen. Als overheden verzuimen om opnieuw de integriteit van het publieke rentmeesterschap te bevestigen, zal de verdenking rijzen dat ondanks de verhalen over een nieuw begin de boosdoeners én het nieuwe bewind van hetzelfde laken een pak zijn. Beide dreigen dan te worden vermalen door de volkswoede of te worden overtroefd door gevaarlijker exploitanten van de verontwaardiging.

Als minimaal vereiste vergt de overleving van een crisis dat de fiscale pijn eerlijk wordt verdeeld. In het Frankrijk van 1789 werd de toenmalige adel gewoon burger: er kwam een eind aan hun vrijstelling van grondbelasting, ze zagen met veel vertoon af hun privileges, ze leverden juwelen in voor de schatkist. Ook de immense landgoederen van de geestelijkheid werden geveild voor La Nation. Een vreugdevuur van blingbling is te veel verwacht, maar een pragmatische rentmeester van ’s lands economie

Vervolg Sociale onvrede: pagina 2

Pak de foute rijken aan

moet zich in 2010 hoeden voor een misplaatst beroep op regressieve indirecte belastingen, vooral als ze worden geheven om indruk te maken op een obligatiemarkt waarmee gewone mensen zich amper verbonden voelen. Elke crisisbegroting moet zich op zijn minst rekenschap geven van de pijn die het volk voelt en dat zich dus slachtoffer voelt, en een overtuigend verhaal presenteren over de verdeling van de lasten. Anders zal een akelige toestand onherroepelijk heel snel nog veel akeliger worden.

We staan dan ook voor een explosief moment: een krachtproef voor de democratische instituties in een tijd van extreme begrotingsdruk. Zeker, we mogen blij zijn dat de mobilisatie van publieke energie bij verkiezingen massale malheur kan kanaliseren tot verandering. We moeten geloven dat dit ook in Groot-Brittannië nog kan gebeuren. Elders zijn de vooruitzichten grimmiger. In de poel des verderfs van de eurozone richt de vijandigheid zich op niet-gekozen organen – de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds – en die kan zich alleen maar ophopen. Wie bij de strenge ingrepen aan het kortste eind trekt – als loontrekker in de publieke sector of ontvanger van een versoberde sociale uitkering – zal geen goed woord voor zijn verre meesters overhebben. De inwoners van het rijkere noorden, die verplicht zijn te subsidiëren wat ze als Latijnse lamlendigheid zien, zullen niet alleen de gemeenschappelijke munt, maar ook ‘Europa’ als een historische vergissing gaan beschouwen en terugverlangen naar de mark of de franc. Chauvinistische bewegingen zullen herleven, gericht tegen immigranten en Brusselse dictaten, met een destructiever razernij dan we sinds de oorlog hebben meegemaakt.

Hetzelfde soort romantiek van voor de zondeval, gericht op een elitair federaal gezag, woedt als een koorts in de VS. De Tea Party, die zojuist de eerste overwinning heeft geboekt met de zege van de reactionaire Rand Paul op de keuze van de officiële Republikeinse partij, laat zich het beste begrijpen door haar te zien als verwant aan de Great Awakenings en de populistische furies aan het einde van de 19de eeuw. De roep klinkt om afschaffing van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, en soms ook van de sociale zekerheid, gevoed door de complottheorie dat de financiële crisis niet werd veroorzaakt door een tekort, maar door een overmaat van overheidsregulering. In rechtse praatprogramma’s op de radio wordt de bewering dat Washington in de ban van het socialisme is als evangelische waarheid gepredikt. Net als pater Coughlin in de jaren 30 weten de radiohitsers perfect de haat te orkestreren van de luisteraars die in de war zijn omdat ze in economische nood verkeren.

Tegen deze vloedgolf zijn feiten niet bestand. Als de Republikeinen in de Senaat kortstondig financiële regelgeving weten te blokkeren door die als een inbreuk op de vrijheid voor te stellen in plaats van als een maatregel die minimaal noodzakelijk is om de gemeenschappelijke zaak te waarborgen, dan weten we dat de waarheid hulp nodig heeft van de presidentiële oppercommunicator. Hij is weer op campagne, maar net als bij de hervorming van de gezondheidszorg komen zijn inspanningen aan de late kant en laat hij zich hinderen door misplaatste beleefdheid. Maar wil zijn regering de verkiezingen in november nog met een zweempje gezag overleven, dan zal Barack Obama meer moeten zijn dan een bovenmeester. Dan zal hij zeker zo strijdbaar het woord moeten voeren als het leger der rechtschapenen dat de Grondwet aan zijn kant meent te hebben en dat met zijn primitieve uithalen het bestuur van de Amerikaanse Republiek ten val kan brengen.