Kleinere klassen - het enige wat helpt

De belangrijkste weken van het jaar zitten erop voor Han Daniëls (58), docent geschiedenis aan College Hageveld in Heemstede. Daniëls heeft alle zesdeklassers les gegeven die vorige week eindexamen geschiedenis deden. Nu is het afwachten of een jaar lang verdiepen in de Republiek der Nederlanden en Vietnam vrucht afwerpt.

College Hageveld is een categoriaal atheneum, gelegen in een lommerrijke omgeving. De school is gehuisvest in een voormalig kleinseminarie. Dat heeft zo zijn voordelen: de mediatheek bijvoorbeeld ligt onder de met fresco’s verluchtigde centrale koepel van het complex. Grootstedelijke onderwijsproblemen zijn ver weg.

Dat wil niet zeggen dat Daniëls, die dertig jaar in het vak zit, de afgelopen decennia niets gemerkt heeft van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. „Vanaf de eerste dag dat ik lesgaf, is het onderwijs vernieuwd.” Middenschool, tweede fase, studiehuis.

Geslaagd zijn deze veranderingen wat hem betreft niet. Aanpassing volgde op aanpassing. Over het centrale idee achter de hervormingen van de afgelopen tien jaar – leerlingen zelfstandiger maken – is hij wel positief. „De wereld verandert, jongeren zijn zelfstandiger geworden. Maar ook onrustiger, mondiger. Gewoon voor de klas gaan staan en een uur een verhaal vertellen, kan niet meer.”

De vernieuwingen hebben niet gewerkt, zegt Daniëls, doordat beleidsmakers nauwelijks luisteren naar de werkvloer. Dat ligt niet zozeer aan de politiek. „De politicus die als bewindspersoon op het ministerie van Onderwijs zit, kan veelal niet op tegen zijn ambtenaren. Die hebben de echte macht in het onderwijs, met de overlegorganen waarmee zij zaken doen.”

Zijn stemgedrag laat Daniëls niet afhangen van de onderwijsparagraaf van de diverse partijen, zegt hij. „Dat ik les geef, is maar één onderdeel van mijn persoonlijkheid. Ik kijk naar welke maatschappij de partijen voorstaan.”

Het valt hem op dat bijna alle partijen nu zeggen meer geld voor onderwijs te willen uittrekken. Daar is hij blij mee, maar of de miljarden daadwerkelijk beschikbaar komen, is maar de vraag. „We zitten in een economische crisis.”

Als er toch extra geld komt, moet dat besteed worden aan twee zaken: betere salarissen voor leraren en kleinere klassen. Daniëls: „Kleinere klassen zijn de beste manier om het onderwijs te verbeteren. En als je het vak van leraar echt aantrekkelijker wilt maken, dan moet je meer betalen.”

Een beter salaris verhoogt hopelijk de status van het vak, zegt Daniëls. „De burgemeester, de huisarts en de onderwijzer – dat waren vroeger de notabelen van het dorp. De legitimiteitscrisis waarmee gezaghebbende instituten kampen, heeft ook de positie van de leraar aangetast. En dat terwijl op school een steeds groter deel van de opvoeding plaatsvindt. Daar zou erkenning voor mogen zijn.”

Maar Daniëls wil niet zeuren. „Docenten op een vmbo in de grote steden, die hebben het een stuk zwaarder.” Hij maakt een weids gebaar in de richting van het grasveld achter de school, waar leerlingen in groepjes liggen te kletsen. „Wie hier eenmaal lesgeeft, wil nooit meer weg.”