Kammen is de enige optie om luizen weg te krijgen

Redacteur Mark Hoogstad verwijt ?een fanatiek legertje vrijwilligers? bezig te zijn met een ?heksenjacht op hoofdluis? door kinderen op de basisschool er na elke schoolvakantie op te controleren (Achterpagina, 21 mei). Door zijn sarcastisch getoonzette argumentatie zou je hem snel gelijk geven: ontzettend je best doen om met ?eetlust ontnemende? middelen je kinderen vrij te houden van die onschuldige beestjes, en dan zó aangesproken worden door een ?gedreven luizenmoeder?, dat gaat te ver. Maar controle en behandeling zijn blijkbaar nodig. Althans, dat vinden de GGD?s, het RIVM, de schooldirectie en andere ouders. En feit is dat die ?hocuspocusshampoo? een truc is die luizen beginnen te doorzien, dus kammen is de enige optie.

Wat hygiënisch is, daar denkt iedereen anders over. Het gaat hier om afspraken tussen de school en ouders, die regelmatig onder de aandacht worden gebracht. Als iemand je daar op aanspreekt is ze blijkbaar al snel van de ?anti-jeukpolitie?, op pad gestuurd door de anti-luizenindustrie, of de maakbare samenleving. Maar zoals je een agent niet de huid volscheldt als je een bekeuring krijgt, zo nagel je een vrijwilliger niet in een column aan de schandpaal en zeker niet in een kwaliteitskrant. Je begint een feitenonderzoek ? de voors (gevoel van hygiëne, beperking infecties) en tegens (pesten van ?luizenkinderen?) ? van de behandeling van hoofdluis, of je praat eens met je buurvrouw van de luizenbrigade.

Manfred van der Vlies

Vriend van de buurvrouw van de luizenbrigade, Rotterdam