'In iedere relatie ligt de hel op de loer'

In een schilderij zag mezzosopraan Christianne Stotijn een brug tussen werken van Brahms en Schönberg. „Beide gaan over de consequentie van een gemaakte keuze.”

Pilgrim at the gate of Idleness, zo heet de bijzondere bijdrage van Christianne Stotijn aan de Rotterdamse Operadagen. In de Grote Zaal van De Doelen zingt Stotijn met haar chocoladebruine altstem twee liederencycli van Brahms en Schönberg tegen een achtergrond van filmbeelden op een reusachtig scherm.

Inspiratiebron van het project is het gelijknamige negentiende eeuwse schilderij van Edward Burne-Jones. Daarop komt een pelgrim aan bij een poort waar de ledigheid haar hand uitsteekt om hem binnen te laten. De vraag is of de pelgrim de verleiding zal weerstaan, zoals Schönberg in zijn pre-atonale liederencyclus Das Buch der hängenden Gärten de zoete verleiding van de tonaliteit probeert te weerstaan.

Gaat de pelgrim de poort door, dan slaat hij een weg in die juist niet naar de zuivere liefde zal leiden, maar naar alles wat achter de ledigheid verborgen ligt.

Christianne Stotijn: „Ik ontdekte het schilderij in 2008 tijdens een bezoek aan het Dallas Museum of Art. Bijna meteen realiseerde ik me dat dit beeld de verbindende schakel kon zijn tussen twee liederencycli die ik graag samen wilde uitvoeren: Schönbergs Das Buch der hängenden Gärten en de Vier Ernste Gesänge van Brahms, beide werken die gaan over de consequentie van een gemaakte keuze.”

Om recht te doen aan de symbolische beeldenrijkdom van teksten en muziek zocht Stotijn samen met fotograaf Marco Borggreve en pianist Joseph Breinl naar een manier om het verhaal en de daarin uitgedrukte emoties zo duidelijk mogelijk over te brengen. Filmmakers Daan Noppen en Monica Hernandez hielpen een samenspel te creëren tussen muziek, mise-en-scène en projecties, onder regie van Wim Trompert. Zo groeide The pilgrim uit van recital tot theater. Een eerdere versie ging in 2009 in première in De Munt in Brussel.

„Mijn fascinatie voor deze werken gaat ver terug. Liederen van Brahms en Schönberg worden vaak gezien als zwaar en lastig te doorgronden. Natuurlijk zijn er barrières. De taal is er één van. Stefan George schreef Das Buch der hängenden Gärten in poëtisch, maar archaïsch Duits. Het zijn ook verhalen die moeten bezinken.”

Das Buch der hängenden Gärten en Vier Ernste Gesänge verkennen de grenzen tussen liefde en dood. „Schönbergs cyclus eindigt in een desillusie, omdat de liefde te oppervlakkig was. Een vrouw verlaat haar man en de tuin waar hun liefde zich afspeelde desintegreert. In Brahms komt tot uiting dat liefde tot over de dood kan reiken. ‘Dood, hoe bitter ben je!’, roept de zanger, maar dan komt het inzicht: ‘Dood, hoe genezend ben je.’ Tegen alle regels van het geloof in en zonder hoop besluit hij zijn geliefde in de dood te gaan zoeken. Liefde is de grootste kracht.”

Stotijn koos voor een symbolische visuele verbeelding, omdat ze geen letterlijke vertaling van de tekst wilde. „Bij Schönberg vormen de natuurbeelden een weerspiegeling van mijn eigen emoties. Twee dansers wijzen elkaar af en jagen elkaar obsessief achterna. Hun zuivere liefde ontaardt in bezitsdrang, begeerte en jaloezie. De paradijstuin verandert in een afschuwelijke kale vlakte. Het is de ontwikkeling van de hemel naar de hel, die in iedere relatie voortdurend op de loer ligt. De spelonken in de tekst zie je op abstracte wijze terugkeren in de projecties. Brahms kijkt als het ware over de dood heen, vanuit het diepe vertrouwen dat liefde groter is dan alle elementen die dagelijks terugkeren in je bestaan. Als bij Brahms de dood in beeld komt, tuimelt het hele universum over me heen.”

‘Pilgrim at the gate of Idleness’, 29 en 30 mei, De Doelen, R’dam. Inl: operadagenrotterdam.nl