Het voetbalgesticht

Dit is de volgorde: 1. belangrijke voetbalwedstrijd. 2. burgemeester en politie laten weten op alles te zijn voorbereid, 3. behoudens een enkel incident verloopt de wedstrijd voorbeeldig. 4. alle goedwillenden bereiden zich voor op een mooi feest. 5. goed georganiseerde raddraaiers provoceren, gooien stenen. 6. platte petten en mobiele eenheden trekken knuppel, honden bijten. 7. raddraaiers vallen winkels aan. 8. burgemeester stelt vast: mooi feest voor velen bedorven door enkelen. 9. opvang gedupeerde middenstand en geslagen agenten met gelegenheid tot verwerking traumatische ervaringen. 10. voetbalbestuurders in zak en as, gaan maatregelen nemen. 11. deskundigen verzekeren dat meer politie niet helpt. 12. minister kondigt genadeloos optreden aan, met preventieve arrestaties. 13. justitie past lik op stuk beleid toe, wil meer video-opnamen. 14. veroordelingen; veel maatschappelijke dienstverlening. 15. raddraaiers gelouterd. 16. belangrijke voetbalwedstrijd. 17. zie verder 2, enz.

Hoe lang is het geleden dat de supporters ontdekten dat treinen bedoeld zijn om te worden gesloopt? Dat zou de Nederlandse Spoorwegen niet meer overkomen. Na de volgende interessante wedstrijd zag je de treinstellen weer staan, op het emplacement bij Haarlem. En in de kranten foto’s van coupés, het inwendige van bussen en trams na de behandeling. Dat in tijden van oorlog de partijen hun woede koelen op elkaars onroerend goed is bekend. Maar in volle vredestijd op zo’n manier tekeergaan tegen publiek eigendom?

Ik ben eens in zo'n supporterstram terechtgekomen, een paar jaar geleden. Ik had geluk, ik was in gematigd gezelschap dat zich bepaalde tot gebruikelijk antisemitisme en wat halfhartige pogingen om, door groepsgewijs heen en weer te springen, de tram te laten kantelen. Toen ontdekte een voetballiefhebber het bezempje waarmee de bestuurder aan het eindpunt het rijtuig aanveegt. Goedaardiger, vreedzamer gereedschap kun je je niet voorstellen. Het bezempje werd aangevallen. Een supporter bleek niet sterk genoeg om de steel op zijn knie te breken. De woede nam toe, die weerstand moest gebroken worden. Het bezempje werd tegen een bank aangezet en kapot getrapt. Ongedeerd heb ik het eindpunt bereikt. Ik dacht: dit zijn taferelen uit een psychiatrische inrichting.

De volgorde die ik hierboven heb beschreven is de Nederlandse versie van Nietzsche’s eeuwige wederkeer. Daaraan zijn we dus allang gewend. Maar er is één kant van de zaak waaraan ik niet wen: dat voetbal als een sport wordt beschouwd. Het is gelegaliseerde razernij. Zoals iedereen weet die voetballende kinderen heeft, het schuimbekken en de geweldpleging beginnen al in de juniorencompetitie. ‘Rolbevestiging’ wordt gegeven door het gedrag van de beroepsspelers op het veld, de trainers langs de kant, en wat verder bij de wedstrijd hoort. Als je de methoden van de gewone etnologie op de voetballerij zou toepassen en alle bevindingen in een boek zetten, zonder te vermelden dat het over voetbal ging, zou je er meteen van overtuigd zijn dat hier wilde, primitieve, voorhistorische stammen waren beschreven.

Dit weet ook iedere minister, burgemeester, voorzitter, trainer, scheidsrechter. Telkens als er weer voor een paar miljoen kapot is geslagen, een paar mensen in elkaar zijn geramd, met scherp is geschoten, eventueel iemand het niet heeft overleefd, klinkt het vrome koor van de ontzetting: mooie sport, raddraaiers, mag nooit meer voorkomen, blabla-amen.

Het is leugenachtig, want iedereen kan op z'n vingers natellen dat het de volgende keer weer gebeurt, meer ranselpartijen, meer schade, meer ontzetting. En de diepste oorzaak, dat weten we allemaal, is het voetbal zelf. Afschaffen kun je het niet. Wil je geen bijverschijnselen, dan moet je voortaan de competitie en de EK en WK in voetbalgestichten afwikkelen. Het is hard, maar de praktijk bewijst: met minder kan het niet.

Door vakantie van S. Montag herhalen we een aflevering, van 1 mei 1999.