'Er moet een fiscale poot komen onder de EU'

De Europese Unie moet meer macht krijgen en meer invloed op de begrotingen van lidstaten, om crises als de huidige rond de euro te voorkomen, zegt de Italiaanse hoogleraar en voormalig regeringsadviseur Marcello Messori.

Geen westers land zag zijn economie zo krimpen in 2008 en 2009 als Italië. Daarnaast heeft het land een gigantische staatsschuld, lage arbeidsproductiviteit, heel veel corruptie en een gigantische zwarte economie. Jarenlang al was Italië het zwakste jongetje van de Europese klas. En toch richt het wantrouwen van investeerders en kredietbeoordelaars zich dezer dagen niet op Italië. Niemand heeft het over een aanstaand faillissement. De Europese Unie heeft geen noodbezuinigingen gevraagd. Italiaanse staatsobligaties vinden nog altijd aftrek op de internationale kapitaalmarkt. Waarom houdt Italië stand?

De situatie van Italië is minder somber dan in Noord-Europa wel wordt gedacht, zegt hoogleraar Marcello Messori, regeringsadviseur ten tijde van premier Massimo D’Alema tien jaar geleden: „Geen land is immuun voor de crisis, maar mij lijkt niet dat Italië een van de landen is die het meeste risico lopen.”

Waarom? Italië werd altijd tot de kwetsbare Zuid-Europese staten gerekend. Wat is nu ineens het geheim van Italië?

„Allereerst is Italië minder dan de VS of Noord-Europese landen getroffen door de bankencrisis van 2008. Onze banken zijn traditioneler. Zij richten zich op het beheren van de rijkdom van particulieren en het verschaffen van krediet aan bedrijven. Ze hadden nauwelijks geïnvesteerd in vage Amerikaanse hypotheekpakketten. De overheid heeft banken dus ook nauwelijks hoeven te steunen. Daardoor is ons begrotingstekort niet zo gestegen als elders.”

Door de kredietcrisis is het verschil tussen de staatschuld van Italië en die van andere landen dus kleiner geworden?

„Ja, want het begrotingstekort van Italië is verhoudingsgewijs beperkt gebleven. Het was bij ons in 2009 5,3 procent, even groot als in Nederland. In Groot-Brittannië was het maar liefst 11,5; in Ierland 14,3; in Griekenland 13,6; in Spanje 11,2; in Portugal 9,4. Zelfs Frankrijk had een tekort van 7,5 procent.”

Blijft staan dat Italië nu een staatsschuld heeft van 118,6 procent van het bruto binnenlands product, 1800 miljard euro. De derde staatsschuld in de wereld. Het IMF eist extra bezuinigingen.

„Ja, maar het is geen reden voor acuut alarm. Men is er tijdens de financiële crisis anders tegenaan gaan kijken. Internationale economen realiseren zich nu beter dat niet alleen een hoge staatsschuld tot instabiliteit leidt, maar ook hoge schulden bij particulieren en bedrijven. Italië heeft inderdaad een enorme staatsschuld. Maar Italiaanse huishoudens hebben weinig schuld, 59 procent van het bbp tegen een Europees gemiddelde van 90 procent.

„Als je de staatschuld en de schulden van huishoudens en bedrijven optelt, en die afzet tegen het bbp dan zie je dat de totale schuld in Italië nauwelijks hoger is dan in Duitsland en zelfs lager dan in veel andere Europese landen. Dankzij de grote spaarreserves van Italiaanse huishoudens kan de staat voor het dekken van tekorten nog goed bij haar eigen burgers terecht. Ze kan bijvoorbeeld de vermogensbelasting verhogen, waardoor ze minder afhankelijk is van de internationale markt.”

Hoe kan het dat Italiaanse huishoudens zo rijk zijn?

„Het geldt natuurlijk maar voor een deel van de bevolking. Rijkdom in Europa is nergens zo oneerlijk verdeeld als hier. Maar een eerste verklaring voor de Italiaanse privérijkdom is niets anders dan de consequentie van de hoge staatsschuld. In de jaren zeventig en tachtig stegen de schulden van de staat pijlsnel. De Italiaanse staat moest heel veel lenen en deed dat bij haar burgers tegen heel hoge rentes. Wie staatsobligaties nam, kon rekenen op een nettorendement van 5 procent. Het was veilig en gemakkelijk verdienen voor de Italianen. Hierdoor werden de burgers rijker en de staat armer.”

Is dat genoeg om uit de gevarenzone te blijven? Nergens is de economie zo is gekrompen als hier. De zwarte economie is groot, de maffia rukt op, de arbeidsproductiviteit is laag en een rentestijging kan de staatschuld veel duurder maken. Al met al heeft Italië volgens de Wereldbank een ongunstig investeringsklimaat.

„Op de korte termijn staat Italië er niet veel slechter voor dan veel andere Europese landen, maar voor de middellange termijn is er inderdaad wel een probleem. We hebben groei nodig om de staatschuld af te lossen. Zonder grote hervormingen is het moeilijk die groei te realiseren.’’

Doet de regering daar genoeg aan?

„Minister van Financiën Giulio Tremonti heeft het voor de korte termijn goed gedaan. Hij heeft de hand op de knip gehouden. Hij had er ook voor kunnen kiezen om de publieke uitgaven niet in de hand te houden en de economie te stimuleren. Dat had tot een explosieve groei van de staatsschuld geleid en tot grote instabiliteit, zoals nu in Spanje aan de orde is.”

Deze week heeft het Italiaanse kabinet een bezuiniging van 24 miljard euro in twee jaar aangekondigd. De rechterhand van Berlusconi, Gianni Letta, zei dat dit nodig was om te voorkomen dat Italië een Grieks scenario zou gaan volgen. Is er dus toch meer aan de hand?

„Dit was geen noodingreep, zoals in Griekenland, Portugal of Spanje. Dit was al voorzien. Italië had net als andere landen al toegezegd in 2012 weer te voldoen aan de eis het begrotingstekort onder de 3 procent van het bbp te brengen. Ook Frankrijk, Duitsland en Nederland bezuinigingen vanwege deze doelstelling.”

Maar is dit voldoende?

„Tremonti had het nog beter kunnen doen. Hij had de crisis moeten gebruiken om de uitgaven te reorganiseren. Ik ben Schumpeteriaan. Crises die heel hoge economische en sociale kosten hebben, kunnen een positief effect hebben als ze worden gebruikt om de zwakste bedrijven te laten verdwijnen en de sterken te stimuleren. Zo kun je de concurrentiekracht vergroten. Italië heeft een sociaal zekerheidsstelsel dat is gebaseerd op deeltijdwerkloosheid. Bedrijven krijgen subsidies om werknemers waarvoor geen werk is in dienst te houden. Ik blijf centrum-links en geloof in gelijkheid en sociale bescherming. Toch vind ik dat we in plaats van deeltijdwerkloosheid al veel eerder een serieuze flexibele verzorgingsstaat hadden moeten invoeren. Ook hadden we de verkwisting in de overheidssector al lang moeten aanpakken. Tremonti heeft de weg van de minste risico’s gekozen. Geen structurele hervormingen.”

Hoe moet het volgens u binnen Europa verder met de verhouding tussen de zwakkere mediterrane landen en de rijkere landen in het noorden? Nederlanders vrezen ook op de lange termijn te moeten betalen voor de zuidelijke staten.

„Het is waar dat Nederlanders, Duitsers en anderen op korte termijn lasten moeten dragen voor Griekenland en andere zwakkere landen. Maar nu zeg ik iets dat niet zal worden gewaardeerd in veel EU-landen. Er moet een fiscale poot aan de Europese Unie komen. Sterke fiscale samenwerking. Ik denk aan Europese controle vooraf van nationale begrotingen op cruciale aspecten. Ook zouden er automatismen moeten zijn, instituties die automatisch ingrijpen zonder lang politiek overleg als er weer een crisis als in Griekenland ontstaat.”

En wat betekent voor de Noord-Europese burger? Dat een percentage van de belastingopbrengsten automatisch naar Europa gaat?

„Dat hij belasting betaalt niet alleen gekoppeld aan zijn eigen staatschuld, maar ook gekoppeld aan die van andere staten. In ruil daarvoor mag zijn regering eisen stellen aan de mediterrane staten. Europa moet de Zuid-Europese landen dwingen de belastinginning te verbeteren en helpen om de zwarte economie aan te pakken. Europa moet eisen opleggen, zodat lidstaten naar elkaar toe kunnen groeien.”

Maar 35 procent van wat in Italië omgaat is zwart. Nederlanders willen helemaal geen extra belasting betalen voor Grieken en Italianen die zelf de belasting ontduiken en hun economie daarmee tekort doen.

„Dat is terecht. Maar als de euro in elkaar stort, leidt iedereen schade. De Nederlandse burger is beter af met een gedisciplineerd Italië in de euro dan met een ongedisciplineerd Italië dat de munteenheid elk jaar met 20 procent devalueert ten opzichte van de gulden. Dat leidt, zoals in het verleden, voor een Nederlandse burger tot goedkopere Italiaanse producten. Maar de Nederlandse arbeider loopt het risico zijn baan te verliezen omdat zijn bedrijf niet meer concurrerend is. Juist dankzij de euro kunnen Nederlanders in Europa een sterke concurrentiepositie behouden, omdat zwakkere landen als Italië de euro niet kunnen devalueren. Italiaanse producten blijven relatief duur.

„Als ik een Nederlandse burger was, zou ik me vanuit egoïstisch standpunt afvragen wat me meer oplevert. Binnen de euro helpen om schokken in andere landen op te vangen, maar concurrerend blijven. Of geen geld overmaken aan zwakkere EU-staten, de euro opgeven en leven in een instabiele wereld. Ik zou geen twijfel hebben. Op de lange termijn zou de Nederlander of Duitser het buiten de euro verliezen op de wereldmarkt.’’

Maar de Noord-Italiaanse partij Lega Nord wil al niet solidair zijn met het arme en maffiose zuiden. Er is veel geld naar Zuid-Italië gegaan. Zorgden misbruik, belastingontduiking en maffia er niet voor dat het grotendeels in een bodemloze put viel?

„Nee, dat is het verkeerde voorbeeld. Neem Oost-Duitsland. Dat is een succesverhaal. Ik denk dat we in Europa meer naar macroregio’s moeten gaan die als motor dienen om de andere gebieden de kansen te bieden hen in te halen. Dat heeft gewerkt in de gouden tijd van Europa, de decennia na de oorlog. De uitdaging is in Zuid-Europa meer Noord-Europese strengheid, en zorgen dat het zuiden weer concurrerend wordt.”

Is dat te realiseren?

„Wie geloofde in 1992 in de opzet van de Europese Monetaire Unie? We moeten niet de weg van de minste weerstand kiezen. Niet geld naar zwakkeren, zonder daar begrotingsdiscipline voor terug te eisen. Ik denk dat we optimistisch kunnen zijn, juist omdat we gezien hebben hoe groot het besmettingrisico is als in een land een crisis uitbreekt. Duitsland en Nederland hebben kunnen zien dat het einde van de euro niet enkel de ineenstorting van Griekenland betekent, maar dat iedereen het heel lang veel slechter zal hebben. De mensen moeten begrijpen dat solidariteit op dit moment een vorm van egoïsme is. Voor zekerheid op de middenlange termijn moeten we nu geld overmaken en samen een Europees fiscaal systeem opbouwen.”

U heeft kinderen. Denkt u werkelijk dat uw zoon in een welvarend Italië volwassen zal worden?

„Mijn zoon wil weg uit Italië. Hij wil in Engeland studeren. Wij willen dat hij hier blijft. Hij verwijt ons dat we jarenlang alleen maar aan tafel hebben gekankerd op Italië. Dat klopt. Italië geeft geen enkele kans aan jongeren, ze vluchten weg. Er is geen land in Europa waar de rijkdom zo oneerlijk is verdeeld. Er zijn veel mensen die maar 1000 euro per maand verdienen, maar veel Italianen leven nog altijd goed. We hebben de beste restaurants ter wereld en heerlijke vakantiebestemmingen. Er is spaargeld bij de bovenklasse die de macht heeft en die merkt niet dat het misgaat.

„We zijn als het oude Venetië dat in de zestiende en zeventiende eeuw werd overvleugeld en de macht over de zee verloor aan de Nederlanders. Toen hebben de Venetianen nog twee eeuwen voort gefeest met decadente banketten en mooie vrouwen. Totdat het geld op was. Ik wil niet dat een deel van dit land op de pof heel goed leeft, terwijl een ander deel zucht onder de crisis. Ik wil dat er begrotingsdiscipline komt.”

Berlusconi geeft wellicht het verkeerde voorbeeld met zijn ‘dansmeisjes’ en corruptierechtszaken. Ook andere ministers worden nu onderzocht omdat ze vooral oog lijken te hebben voor hun eigen belangen. Noord-Europeanen voelen er weinig voor hen te subsidiëren en zijn bezorgd.

„Ook Italianen zijn bezorgd over hun leiding. Ik wil een duidelijke boodschap afgeven: niet iedereen in Italië is zo.”