Engelen

De Grote Vier weten het zeker: zij moeten altijd spelen. De zeven andere jongens in de basis kunnen hooguit aangetrouwd zijn. Bastaards, bijna. De engelen van Oranje: Van Persie, Van der Vaart, Sneijder, Robben. En daaromheen nuttige idioten.

Rang en stand: ouderwetser kun je het niet bedenken.

Gedeeld leiderschap is in weinig organisaties een succes. Je krijgt toch rivaliserende syndicaten. Sekteleiders zijn niet voor niets hooggeplaatste eenlingen. Waarom zou dat in de Oranjesekte anders zijn? Vroeger had je Cruijff, en de rest. In het succesvolle jaar 1988 was er één leider: Gullit. Marco van Basten zat zelfs nog een tijdje op de bank. De derde Milanees, Frank Rijkaard, kon sowieso geen voorganger zijn – hij las liever Freud.

Voor het eerst in de nationale voetbalhistorie zou het Nederlands elftal in Zuid-Afrika een politburo op het veld hebben staan. Vier onvervreemdbare heren aan wie de vorm van de dag niet besteed is, laat staan vrouwenkwesties. Griepje of syfilis, altijd in de basis.

Elitaire predestinatie.

Tot de klassieke Oranje-rel is het nog niet gekomen, maar je kan een mascotte als Dirk Kuijt natuurlijk niet zomaar opzij zetten. Dat pikt het klootjesvolk niet. Populaire kranten zijn alvast begonnen met het uitmelken van de slachtofferrol voor de populaire draver. Dirk zelf houdt het nog beschaafd op de mededeling dat niet Robin van Persie maar Bert van Marwijk beslist over de ploegopstelling. Hij denkt wel te zullen spelen. Maar terwijl hij het zei, zag ik toch een stofje in zijn anders zo zonnige woestijnlach, van oor tot oor.

Hoe zou Mark van Bommel zich nu voelen? Hij heeft een superjaar bij Bayern München achter de rug, tot in de finale van de Champions League. Door niemand nog gecontesteerd als aanvoerder van de grootste club in de Bundesliga. Geliefd zelfs. Van Bommel gaf in de nationale en Europese competitie een heuse demonstratie van leiderschap weg. Armen, benen, ogen, grimassen: alles was ineens hiërarchie aan de Limburger. En dat zou zich nu dan moeten voelen als ordinaire meeloper op een wolk van engelen? Als een restant? Die vernedering behapt een zuiderse ziel niet.

De middenvelder heeft pech dat uitgerekend zijn schoonvader bondscoach is. En niet dat beide heren geketend zijn door idyllische familietaferelen, maar als schoonzoon neig je toch iets makkelijker naar zelfcensuur. De grote mond van de Allianz Arena thuisgelaten, zeg maar. Van Bommel is tenslotte oud en wijs genoeg om zich te wapenen tegen mogelijke verdachtmakingen van nepotisme. Hij zal dus in Zuid-Afrika wat stiller en gereserveerder zijn dan in München, maar je kan niet verwachten dat hij zich laat aanblaffen door het zelfverklaarde politburo. Daar is zijn temperament niet naar.

Al even gevoelig is de positie van Giovanni van Bronckhorst in het Nederlands elftal. Hij is tot meerdere eer van land en volk aanvoerder van Oranje. We hebben het dus over een captain met beschaving, over een visitekaartje. Maar aanvoerder ben je voor de hele selectie. A-seksueel. Die rol dreigt te worden beproefd door het engelengedrag van de Grote Vier. Het zou uitermate tragisch zijn mocht Gio zijn prachtige voetbalcarrière moeten afsluiten als nationale voetveeg.

Gelukkig is er nog Bert van Marwijk. Hij zegt weinig en laat ook niet gauw in zijn ziel kijken. Maar als er iets is waar de bondscoach een gloeiende hekel aan heeft dan wel aan sterallures van parvenu’s. Het hallucinerende hemelgedrag van Van Persie zou de Arsenal-spits nog wel eens zuur kunnen opbreken. Wat heet, de eerste publieke schrobbering is nakend. Tussen Van Marwijk en Van Persie hangt trouwens al jaren een vaag soort incompatibilité d’humeur. Als ik Robin was, zou ik het niet al te bont maken.

Elk voetbalteam in Zuid-Afrika zal een gezicht hebben. Voor Argentinië is dat Messi, voor Brazilië Kaká, om het bij de grootste iconen te houden. Het gezicht van Oranje? Ik denk toch Arjen Robben. De grillige flankspeler heeft in Duitsland een welhaast atomische legende opgebouwd. Niet bij en niet tegen te houden. Doelpunten om in te lijsten. En altijd met die mooie Hollandse kop. Niet zo oer-Hollands als Dirk Kuijt, maar toch: in de schrale wangen is veel wind gepasseerd.

Is Arjen Robben een leider? Nee, dat is hij niet. Eerder een geboren foeteraar. Handen in de heupen, misbaar, kronkelend van de pijn, de hele Sahel in het gefronste voorhoofd. En buiten het veld: nauwelijks praatjes.

De Job Cohen van Oranje.