Een bleek armpje uit een dierenvel

Bestaat de verschrikkelijke sneeuwman echt?

Jazeker, en hij woont in Oostenrijk. Daar is hij gesignaleerd en gefotografeerd door de Franse kunstenaar Charles Fréger, die in Galerie Nouvelles Images een portretreeks van Europese wildemannen exposeert. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ze werkelijk bestaan, deze angstaanjagende mannen gehuld in enorme schapenvachten en getooid met horens.

Maar dan blijkt een enkeling onder al die woestheid kousen te dragen met leuke rode bolletjes erop. Dan moet het wel echt zijn, want zo’n combinatie, dat verzin je niet.

Fréger heeft een sociologische passie voor folklore – doedelzakken, klederdracht. In Europese bergstreken vond hij zijn wildemannen: sjamanen die natuurgeneeskundige tradities uit pre-christelijke druïdetijden in ere houden. Verborgen achter zwarte maskers sjokken ze door de sneeuw, met op hun rug koeienbellen waar beenderen uit hangen. Een nietsvermoedende alpentoerist die zo’n man tegenkomt, zal zijn chalet niet zo snel meer durven verlaten.

Fréger moet erg onder de indruk zijn geweest van zijn onderwerp want hij voegde er niets aan toe. Hij fotografeerde de mannen rechttoe, rechtaan, zonder poespas. Begrijpelijk, maar is het kunst?

Verfraaien of niet is een bekend dilemma voor kunstenaars die met fotografie werken. Iemand die zijn beelden wel bewerkt, is Rainer Junghanns wiens foto’s ook in de galerie hangen. Junghanns fotografeert winkels en stegen en mensen in Marokko. Deze kleurrijke onderwerpen dikt hij aan met pastels, spiegelingen en wazige contouren – kitsch is het, waar Frégers subtiele aanpak juist weer heel gunstig tegen afsteekt.

Want al zijn bepaalde werken van Fréger wel erg documentair, dat geldt zeker niet voor alles. Heel ingenieus is zijn serie van Maori-jongens die in hun Engels uitziende schooluniformen traditionele vechtposes aannemen.

De clash tussen twee culturen is hier nog heftiger dan in de reeks foto’s van de wildemannen. De bevroren lichaamshoudingen en grimassen van de jongens met hun uitgestoken tongen zien er vreemd surrealistisch uit. Geportretteerd tegen een vlakke lucht boven een lage horizon lijken ze te zweven. Dit zijn foto’s die indruk maken.

En dat geldt ook voor twee van Frégers wildemannen: de enige foto’s waarop menselijke huid te zien is. Op twee portretten steekt door de woeste dierenvellen een stukje arm dat onhandig de boel recht zet. Deze bleke armpjes horen niet bij verschrikkelijke sneeuwmannen, ze horen uit colbertjasjes te steken. Dan besef je: deze indrukwekkende yeti’s hebben waarschijnlijk doordeweeks ook gewoon een hypotheek en een kantoorbaan. Dat maakt deze foto’s dubbel intrigerend. En zo zijn ze dus toch kunst.

Sandra Smets

Werk van Charles Fréger. T/m 23 juni in Galerie Nouvelle Images, Westeinde 22, Den Haag. Di-zo 11-17u. Informatie: www.nouvellesimages.nl