'Ducks' en doosjes

Stapelen is een oervorm van bouwen. Nog steeds stapelen ontwerpers, alleen de stapeleenheid is veranderd: van blokken naar gebouwen.

Niet alleen kinderen stapelen blokken tot torens, ook de tempels van de oude Grieken zijn stapelingen van zuilen, architraven, tympanen en andere elementen. Eigenlijk is de klassieke bouwkunst niets anders dan een uitgebreide, ingenieuze blokkendoos.

In het begin van de 21ste eeuw stapelen architecten nog altijd graag. Alleen gebruiken ze al lang niet meer stukken uit de klassieke blokkendoos, maar stapelen ze hele gebouwen op elkaar. Een mooi voorbeeld van een hedendaags stapelgebouw is het nieuwe Inntel-hotel in Zaandam, dat dit voorjaar is opengegaan. De ontwerpers, Molenaar en Van Winden/WAM architecten, hebben het hotel het aanzien gegeven van op elkaar gestapelde, houten Zaanse huisjes in verschillende tinten groen – één huisje is blauw.

Hoewel sommige huisjes een beetje uit de gevel steken, is Inntel niet een echte stapeling van huisjes. Achter de gevels, collages van Zaanse huisjes, gaat een vrij gewoon hotel van twaalf verdiepingen schuil, met kamers aan een gang rondom een liftschacht.

Wel een echte stapeling van huisjes is het Vitra Haus, de nieuwe toonzaal/het museum van de Vitra meubelfabriek in het Duitse Weil am Rhein, vlakbij de Zwitserse grens. Dit gebouw, ontworpen door het fameuze Zwitserse duo Herzog & De Meuron, bestaat uit strenge, geabstraheerde rijtjeshuizen die kruislings boven op elkaar zijn gezet. De kopse kanten zijn van glas.

Zo heeft de wereld de laatste maanden wel meer stapelingen te zien gekregen. Neutelings & Riedijk omschrijven hun spectaculaire nieuwe Museum aan de Stroom in Antwerpen bijvoorbeeld als een stapeling van musea. En eigenlijk is ook het Nederlandse paviljoen op de huidige Wereldtentoonstelling in Shanghai een soort stapeling. Hier heeft John Körmeling langs een hellingbaan, die eindigt in een koningskroon, allerlei bekende en anonieme Nederlandse gebouwen laten neerzetten, zoals het Rietveldhuis in Utrecht, Duikers Cineac in Amsterdam en, alweer, een rijtjeshuis.

Hoewel de hedendaagse stapelingen aanzienlijk van elkaar verschillen – vergeleken met de vrolijke Molenaar en Van Winden zijn Herzog & De Meuron grijze calvinistische sombermansen – hebben ze hun oorsprong gemeen: allemaal zijn het variaties op de grote hotels die de afgelopen twintig jaar in Las Vegas zijn gebouwd. Al sinds het begin van de gokstad in de woestijn van Nevada hebben de exterieurs van de gebouwen maar één doel: bezoekers naar binnenlokken. Dat doen ze met uitbundig versierde gevels. Er zijn drie soorten casino’s, zo lieten de architecten Robert Venturi, Denise Scott-Brown en Steven Izenour in hun beroemde boek Learning from Las Vegas zien. Een casino kan een decorated shed zijn, een duck of allebei.

Een decorated shed is een simpele doos met een versierde en verlichte voorgevel. Een duck is een gebouw waarvan de vorm de inhoud onthult. Een hotdogtent in de vorm van een reusachtige hotdog is er het bekendste voorbeeld van. Vreemd genoeg noemden Venturi en zijn mede-auteurs zulk soort ‘architecture parlante’ niet een hotdog maar een duck, naar The Duckling, een drive-in restaurant in New York in de vorm van een eend. Het is overigens onwaarschijnlijk dat er alleen eend op de kaart van The Duckling stond.

Toen Learning from Las Vegas in de jaren zestig verscheen, waren vrijwel alle casino’s en hotels in Las Vegas ‘versierde schuren’. De eend was nauwelijks relevant, merkte Venturi c.s. op. Maar omstreeks 1990 werd dat anders. Toen verscheen in ’s werelds grootste gokstad een serie enorme eenden, zoals het Luxor, een hotel in de vorm van een glazen piramide met een kolossale sfinx ervoor, en New York New York, een opeenhoping van verkleinde wolkenkrabbers en gebouwen uit New York, waaronder het Chrysler Building, het Empire State Building en het Whitney Museum. Tot de kredietcrisis bleven steeds grotere verschijnen, zoals Paris met onder meer een kleine Eiffeltoren als blikvanger en Venice, met natuurlijk een Dogenpaleis.

Vooral het Nederlandse paviljoen in Shanghai is een onvervalste Las Vegas-eend, met een serie min of meer bekende gebouwen uit één land naast elkaar. In de andere nieuwe ducks, zoals het Inntel en het Vitra Haus hebben de architecten een nieuwe draai aan de eend gegeven. Ze hebben de gebouwen niet naast elkaar gezet, maar op elkaar gestapeld. Veel maakt het natuurlijk niet uit: ook dit zijn en blijven eenden.