Diep boren in zee heeft grote risico's

Een opeenstapeling van fouten ging vooraf aan de olieramp met het boorplatform Deepwater Horizon. „Er hebben daar mensen ontzettend zitten slapen.”

Het ging vreselijk mis op dinsdag 20 april, om 9.49 uur in de ochtend. Een gasbel zocht zich vanuit de diepte met een enorme kracht een weg naar boven, ontvlamde, en zette het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in lichterlaaie. Het had niet mogen gebeuren. Maar op het boorplatform deden zich in de uren voorafgaand aan de ramp een aantal fouten voor waarop de bemanning vreemd genoeg niet heeft gereageerd, zo begint langzaam duidelijk te worden. Het werd elf mensen fataal. „Centraal bij deze ramp staat de onoplettendheid van een aantal mensen”, zegt olie-ingenieur Rudy Weerheym, die zelf jarenlang olie- en gasputten heeft geboord in de Noordzee.

Na de gasbel kwam de olie. In enorme hoeveelheden. Tot op heden is het nog steeds onzeker of de boorput op de zeebodem definitief gedicht is, ondanks alle pogingen van de Britse oliemaatschappij BP. Gisteren werd bekend dat er inmiddels meer olie vanuit het lek in zee is gespoten dan er vrijkwam bij de ramp met de Exxon Valdez, in 1989. Daarmee is de huidige olieramp uitgegroeid tot de grootste in de Amerikaanse geschiedenis. De schade is inmiddels opgelopen tot een miljard dollar.

Maar wat ging er nu precies mis op het boorplatform? Waardoor kon zich een blow out – het onder hoge druk vrijkomen van gas of olie – voordoen? In Amerika doet een senaatscommissie er uitgebreid onderzoek naar, maar Weerheym kan er kort over zijn. „Er hebben daar mensen ontzettend zitten slapen.”

Dat zegt ook Wouter Schiferli, olie- en gasdeskundige bij TNO in Delft. Het is volgens hem op drie punten misgegaan. „Het is een opeenstapeling van fouten die normaal niet mogen voorkomen”, zegt hij. Ook hij wijt het aan menselijk falen. Dat leidt hij af uit getuigenissen die tot nog toe zijn afgelegd door medewerkers van BP en andere bedrijven die bij het boren betrokken waren.

Zo blijken er problemen te zijn geweest met de cementlaag die de boorpijp aan de buitenkant moet afdichten. Die pijp is opgebouwd uit onderdelen. Ze worden smaller naarmate er dieper wordt geboord. Op de overgang van een bredere naar een smallere pijp is het essentieel dat de cement aan de buitenkant goed dicht, anders kan er een lek ontstaan waar het gas of de olie zich vanuit de zijkant doorheen perst, en via de boorpijp naar boven schiet. In het geval van de Deepwater Horizon heeft het Amerikaanse bedrijf Halliburton 20 uur voordat het ongeluk gebeurde de laatste cementlaag gegoten, onderaan in de boorpijp, op vier kilometer onder de zeebodem. Die cementlaag is getest op stevigheid.

Uit bekentenissen blijkt nu dat er problemen mee waren. Verklaringen spreken van een „erg grote abnormaliteit”. Er stond opeens grote druk op de boorpijp. Weerheym zegt dat toen alle alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen. „Je weet dat er in zo’n geval grote problemen zijn.” Volgens Schiferli heeft er ergens een lek in de cement gezeten. Maar er is geen actie op ondernomen. Het werk ging gewoon door.

Fout nummer twee. De bemanning plaatste aan het einde van de boring geen cementen plug bovenin de boorpijp. Terwijl dat wel de procedure is. Want pas daarna kun je de riser, dat is de pijp tussen het boorplatform en de boorput, schoonspoelen en afkoppelen. Maar nu begon de bemanning met spoelen zonder een plug te hebben gezet. Bij het spoelen wordt de zware boorvloeistof in de riser vervangen door zeewater. Wat veel lichter is. In dit geval daalde daardoor plotseling de neerwaartse druk in de boorpijp, die nodig is als tegenwicht tegen de olie en het gas, die met enorme kracht omhoog drukken. Zo kregen het gas en de olie kans om omhoog te schieten.

Dan is er normaal gesproken nog altijd een laatste barrière, de blow out preventer. Dat is een stapeling noodafsluiters die bovenaan de boorpijp zitten. Ze worden onmiddelijk gesloten als de druk plotseling te hoog wordt. Maar dat deden ze nu niet. Waarom niet? Er zijn geruchten dat sommige onderdelen gewoonweg ontbraken. Terwijl het apparaat van te voren herhaalde malen was gekeurd, en goed bevonden. Ook lijkt er een lek te hebben gezeten in het systeem dat de sluitklep bedient, de klep die in het uiterste geval van nood de boorpijp doorsnijdt. Het definitieve antwoord, zegt Weerheym, zal pas komen als de blow out preventer boven water wordt gehaald, en nagekeken.

Veiligheidsadviseurs hebben inmiddels gewaarschuwd dat het niet het laatste ongeluk zal zijn. De oliesector zoekt hongerig naar olie, en moet daarvoor naar steeds diepere wateren. Maar dat brengt extra risico’s met zich mee. De omstandigheden zijn extremer. „Hoe dieper, hoe hoger de druk”, zegt Schiferli. Dat stelt speciale eisen aan het materiaal dat wordt gebruikt. Als reactie is bijvoorbeeld het staal waaruit de boorpijp bestaat, steeds sterker geworden. Maar dat heeft tot gevolg dat het voor de blow out preventer lastiger wordt om, in geval van nood, de boorpijp af te knijpen of door te snijden. Ook Weerheym zegt dat dat een probleem is: „Ik heb jaren geleden al rapporten gezien waarin de vraag wordt gesteld of de huidige blow out preventers wel krachtig genoeg zijn. Dat blijkt niet altijd het geval.”

Er speelt nog een ander probleem op dieptes van honderden meters tot enkele kilometers. Duikers kunnen er voor werkzaamheden niet meer bijkomen. Bijvoorbeeld als er iets gerepareerd moet worden. Of als zich iets ernstigs voordoet, zoals nu. Het gebeurt allemaal met op afstand bestuurbare robots. „We zijn steeds meer overgeleverd aan de technologie”, zegt Weerheym. Volgens hem moet de oliesector zich afvragen hoe een onderzeese blow out een volgende keer snel in de kiem kan worden gesmoord. Door de slechte bereikbaarheid zo diep onder water bestaat de kans dat er straks weer een gigantische milieuvervuiling optreedt.

Toch zal de zoektocht naar olie in diep water doorgaan. De bron is commercieel te verleidelijk om in de bodem te laten zitten. Bovendien worden de internationale oliemaatschappijen zoals BP en het Brits-Nederlandse Shell deze kant op gedwongen. De makkelijk winbare olie- en gasvelden in het westen raken uitgeput. En tot de velden in het Midden-Oosten, Rusland, Venezuela krijgen ze steeds moeilijker toegang. Die zijn in handen van staatsbedrijven. Naarmate de resterende olie zich concentreert op hun grondgebied voelen zij hun macht groeien. De laatste jaren zijn ze hun natuurlijke bronnen beter gaan afschermen.

Het alternatief, boren in diep water, is duur. Er is daarom een sterke druk om op kosten te besparen. In combinatie met de extreme omstandigheden in diep water, heeft dat voor een golf aan technologische vernieuwingen gezorgd, zegt Schiferli. Boorplatforms stonden vroeger met poten op de zeebodem. Dat kan niet meer. Daarvoor is de afstand van het wateroppervlak tot de zeebodem te groot. Boorplatforms in diep water drijven. Ze worden in positie gehouden met ankers, of door ze met scheepsschroeven continu bij te sturen. Ook het boren is verbeterd. Je kunt niet alleen meer recht naar beneden boren, maar ook horizontaal, of golvend. „Waar het vroeger niet rendabel was om één zo’n klein veld vertikaal aan te boren, is het nu wel rendabel om meerdere kleinere velden tegelijk aan te prikken”, zegt Schiferli.

Ook zijn boorvloeistof, boorkop en cement gestaag verbeterd. En de elektronica heeft zijn intrede gedaan, zegt Weerheym. Tegenwoordig wordt de boormeester op de hoogte gehouden via een rij computerschermen. Die vertellen hem wat zich diep beneden hem allemaal afspeelt.

Ondanks al die verbeteringen is het principe van het boren de afgelopen honderd jaar niet veranderd, zegt Weerheym. Je boort door verschillende geologische formaties waarbinnen de druk erg kan variëren. Daar moet je op inspelen door de zwaarte van de boorvloeistof te variëren. Die moet de juiste tegendruk bieden. De boorvloeistof is een complex mengsel, bestaande uit allerlei chemicaliën en polymeren. Daarmee speel je het spel, zegt Weerheym. „Een goede controle van een boorput draait om het voortdurend balanceren van de druk vanuit de formatie.” En dat spel moet je 24 uur per dag spelen, zegt hij. Anders kunnen er dingen goed fout gaan.

De technologische ontwikkelingen zullen doorgaan, zegt Schiferli. Boorplatforms worden gaandeweg vervangen door enorme boorschepen, die alle apparatuur en kilometers buizen aan boord hebben. Schepen zijn sneller verplaatsbaar. Dat scheelt tijd, en geld. Ook verplaatsen steeds meer onderdelen van de apparatuur zich naar de zeebodem. Er zijn al velden waar het gewonnen gas meteen op de zeebodem wordt gescheiden van water, en dan via lange pijpleidingen naar land wordt getransporteerd.

Intussen roepen politici en milieuorganisaties om strengere veiligheidsmaatregelen. Waarom duurde het bijvoorbeeld zo lang voordat BP allerlei noodoplossingen ter plekke had? Moeten die niet standaard aanwezig zijn op een boorplatform? Nu moet alles van grote afstand worden aangevoerd. Mede daardoor duurt de operatie al vijf weken. En blijft de olie maar uit het lek stromen. Met grote gevolgen voor het leven in zee, en in de kwetsbare Mississippi-delta.

Weerheym vreest een enorme extra papierwinkel voor oliemaatschappijen. Bedrijven zullen bijvoorbeeld moeten aangeven dat ze in staat zijn een blow out te voorkomen, of de gevolgen te bestrijden. Maar het blijft een papieren oefening. „Wat je ook doet aan veiligheid, ooit gaat er wat fout”, zegt hij. En het is vaker door menselijk falen, dan door een technisch mankement.