Debat van de week

Luie flikkers. Debat over studiemotivatie en zesjescultuur. Door: Soeterbeeck Programma en de AKKURaaTd. Moderator: Jeroen Linssen. Woensdag 26 mei, Radboud Universiteit Nijmegen.

Het lot van de universiteit

Studenten zijn verwende kwasten en genieten op kosten van de belastingbetaler van een verlengde puberteit. Ze zijn, kortom, luie flikkers. Ongeveer dat schreef hoogleraar Ewald Engelen eerder dit jaar in een column in de Groene Amsterdammer. De Nijmeegse studentenfractie AKKUraatd en het Soeterbeeck Programma grepen zijn woorden aan voor een debat, afgelopen woensdag aan de Radboud Universiteit. Ewald Engelen was er zelf niet bij dus de woorden ‘luie flikkers’ vielen nauwelijks. Ieder zijn eigen woordkeuze. Bob Lieshout, hoogleraar internationale betrekkingen, mocht de toon zetten en noemde studenten „prinsjes en prinsesjes”. Zijn bachelorstudenten politicologie lezen zelden een boek buiten de verplichte stof om en zijn alleen geïnteresseerd in hun toekomstige kansen op een baan. Deze prinsjes en prinsesjes verpakken hun werkstukjes het liefst in kleurige, keurige mapjes. Rampzalige braafheid, aldus Lieshout, want waren de echt grote wetenschappers niet stuk voor stuk onaangepaste malloten?

Opvallend genoeg blijkt niemand in de zaal het fundamenteel oneens met de belangrijkste boodschap van Lieshout: het schort aan de intrinsieke motivatie van studenten.

Maar over het waaróm van dat motivatiegebrek is de zaal verdeeld in twee kampen. Kamp A zegt dat studenten niet gemotiveerd zijn omdat ze zijn verpest door een te milde opvoeding of door een te lakse cultuur op de basis- en middelbare school. Kamp B zegt dat studenten heus wel gemotiveerd aan hun studie beginnen, maar dat de universiteit die motivatie er binnen de kortste keren uit weet te werken.

Joep Bos, vicevoorzitter van een facultaire studentenraad, vertolkt dat laatste geluid. Opleidingen zijn „heel creatief” in het wegnemen van de studeerlust, zegt hij. Tal van docenten weten niet hoe ze een hoorcollege boeiend en interactief moeten geven. En voor het slagen voor een tentamen volstaat vaak het lezen van de samenvatting. „De student wordt te weinig uitgedaagd.”

Bob Lieshout reageert. „Weet je wat de meest gestelde vraag is bij hoorcolleges? ‘Moeten we dit ook weten voor het tentamen?’”

Een studente biologie en geneeskunde slaat terug. „Weet u welk antwoord docenten het meest geven op complexe vragen? ‘Dat hoef je niet te weten voor het tentamen!’” Applaus uit de zaal.

Het grappige is dat het publiek vol zit met studenten en docenten die met passie spreken over hun lot. Het schort hun duidelijk niet aan motivatie. Beide groepen staan eigenlijk voor dezelfde opgave: hoe blijf je gemotiveerd als de universiteit zelf onder Haagse druk in een rendementsfabriek is veranderd? Ook Bob Lieshout geeft het toe: „Alles moet snel-snel-snel, anders voldoen we niet aan de accreditatie-eisen.” De universiteit als protocollenbolwerk. Als de student én de docent niet heel goed opletten, veranderen ze allebei in een afgestompte lopendebandwerker. Dat is nog erger dan een luie flikker.

Ingmar Vriesema