De Langeleegte blijft bestaan, desnoods als museum

BV Veendam ging in beroep tegen faillissement. Het hof buigt zich woensdag over de zaak. „Onze voetbalclub gaat nooit kapot.”

. Om half een ’s nachts krijgt voetbalsupporter Bertjan van der Laan (21) uit Stadskanaal een sms-je: „Er staan zes auto’s op de parkeerplaats.” Het is van een vriend van hem die met zijn hond langs stadion De Langeleegte in Veendam loopt. Donderdag 20 mei was de laatste dag dat hun voetbalclub in beroep kon gaan tegen het faillissement en in het bestuursgebouw wordt een dag eerder druk vergaderd. Misschien, denkt Bertjan van der Laan, komt het toch nog goed.

De volgende avond staat hij met zo’n honderd andere supporters voor het stadion. Ze hebben tweeduizend handtekeningen verzameld. Via Hyves, en door langs de deuren te gaan. Die zijn voor de wethouder. Want De Langeleegte mag nooit verdwijnen. Zeker niet om het lullige bedrag van drie ton.

BV Veendam, RKC, Willem II, MVV en het inmiddels failliete Haarlem: veel betaald voetbalclubs hebben geldproblemen. Volgens KNVB-medewerker Ron Francis is de oorzaak ‘het vliegwiel’. Hoe meer geld een club heeft, hoe beter de prestaties. Hoe beter de prestaties, hoe meer geld er binnen komt. Daarom gaan de kosten vaak vast voor de baten uit. In de voetballerij heerst optimisme: ‘positief begroten’ heet dat.

Daar passen geen financiële buffers bij. Komt er een recessie, stagneert de transfermarkt of vallen de prestaties tegen, dan hebben clubs een probleem. Soms wil de gemeente helpen, door een stadion te kopen, lening te verstrekken of de huur te verlagen.

Jannie Bolwijn (60) komt al bijna dertig jaar naar de De Langeleegte. Alleen, haar man houdt niet van voetbal. Er kan een verjaardag zijn, ze kan griep hebben, maar een thuiswedstrijd mist ze nooit. Met twee vriendinnen die in hetzelfde tribunevak zitten, staat ze deze avond tussen de andere fans. Dat BV Veendam er straks niet meer zou zijn, daar kunnen ze niet aan denken. De wedstrijdspanning, de gezelligheid op de tribune, het gevoel van ‘een grote familie’, het hoort bij hun leven. „We hebben een geel-zwart hart.”

Elke wedstrijd komen 3.000 bezoekers naar het stadion, 2.400 mensen hebben een seizoenskaart. Met FC Groningen is het de enige betaalde voetbalclub in de provincie. Veendam promoveerde in de jaren tachtig twee keer voor een seizoen naar de eredivisie. Maar of de club het einde van dit seizoen haalt, is al maanden de vraag. Een conflict met een van de sponsors, een zakenman uit Oude Pekela, bracht de club begin dit jaar in acute financiële problemen. Na maanden van financieel en juridisch getouwtrek werd de club 12 mei failliet verklaard. Jannie Bolwijn deed die dag haar vlag, vaantjes, shirts en elftalfoto’s in een doos. De spullen die ze dubbel had, heeft ze aan de supportersvereniging gegeven. Bertjan van der Laan maakte een cd met het opkomstlied, Veendam Mijn Voetbalclub. Supporter Eilt Schreuder trok op de middenstip van De Langeleegte zijn geel-zwarte shirt uit, zakte door de knieën en riep: „Veendam, je was een topclub.”

Dat het met BV Veendam voorbij was, wilden Schreuder en de andere supporters toch niet accepteren. Acht dagen later lopen ze met toeters, Bengaals vuurwerk en een blikje bier van het stadion naar het gemeentehuis, de tweeduizend verzamelde handtekeningen op zak. De gemeente Veendam wil helpen waar het kan, laat de wethouder weten vanaf het bordes. „Onze club gaat nooit kapot”, zingen ze.

In 2004 kocht de gemeente het stadion over van BV Veendam voor 3,2 miljoen euro, na deze zelf ooit voor 1 euro aan de club te hebben verkocht. Drie jaar geleden kreeg de club een overbruggingskrediet van 3,5 ton, en jaarlijks sponsort de gemeente met vijftigduizend euro. „Wat we nu nog kunnen doen”, roept de wethouder, „is de huur van het stadion een jaar opschorten. Dat scheelt zo’n twee ton.” Gejoel en geklap. „Maar dan missen jullie nog steeds vier ton.”

Diezelfde avond gooien supporters de ruit van de glazen stadiondeur in. Ze begrijpen het niet. Eerst ontbrak er drie ton, nu weer zes. De curator van de club, Wim Entzinger, legt uit dat beide bedragen kloppen. Het ene laat nog wat ruimte, het andere is supersafe. Een fan vat de verwarring samen: „Ze zijn al drie keer failliet gegaan, drie keer gered, iedere keer is het weer wat anders, maar uiteindelijk missen ze steeds drie ton. Ik snap er niks van.”

Schreuder is teleurgesteld. „Als je het heel realistisch bekijkt, maar dat doe je als supporter niet, dan denk ik dat het over en uit is”, zegt hij een dag later. Ook Bertjan van der Laan ziet het nu somber in. Hij had gehoopt dat de gemeente wat kon geven. In de week daarop volgt hij de berichten op internet, teletekst en in de krant. Terwijl op het stadion auto’s komen en gaan en het shirt van Schreuder op het lege veld ligt, wachten de supporters af. Twee juni zal het gerechtshof in Leeuwarden zich buigen over het beroep.

Ondertussen denkt Schreuder na over straks, als de club er misschien niet meer is. Kan ‘het heiligdom’, het bord waar Sportpark Langeleegte op staat en de supporters elke vrijdag onderdoor liepen, behouden blijven? Dan kunnen ze daar een keer per jaar naar toe om herinneringen op te halen. En als het stadion gesloopt wordt, kan misschien een deel blijven staan, als museum over BV Veendam?