De kramp is verdwenen rondom de renteaftrek

Wat zijn de gevolgen van de verkiezingsprogramma’s voor verschillende groepen? Eerste deel in een serie over de portemonnee van de kiezer: de woningmarkt en de hypotheekrenteaftrek.

Het H-woord mag weer gewoon Hypotheekrenteaftrek heten. Jarenlang stond alleen al het noemen van de hypotheekaftrek gelijk aan politieke zelfmoord. Maar met miljardenbezuinigingen voor de boeg is het beperken van de aftrek tijdens de komende verkiezingen een groot politiek thema geworden.

Na Denemarken en Noorwegen kent Nederland in Europa de hoogste hypotheekschuld per hoofd van de bevolking: gemiddeld 35.940 euro per Nederlander. In totaal bedraagt de Nederlandse hypotheekschuld 590 miljard, ongeveer evenveel als het jaarlijkse bruto binnenlands product.

Dat wordt mede veroorzaakt door de hypotheekrenteaftrek, die de aankoop van een huis gedeeltelijk subsidieert. Een gemiddelde woning kostte in februari van dit jaar 234.000 euro, een modaal inkomen bedraagt dit jaar 32.500 euro bruto. De hypotheekrenteaftrek kost de overheid nu elk jaar 11,4 miljard euro. De afgelopen jaren zijn al voorzichtig maatregelen genomen (bijleenregeling, beperking van de aftrek tot dertig jaar) om iets aan deze woonsubsidie te doen. Maar na verkiezingen van 9 juni dreigen meer – en rigoureuzere – ingrepen. Wat kan de huizenbezitter verwachten?

Grofweg de helft van de huidige Tweede Kamer – PvdA, SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren – is voor verdere beperking, vaak in combinatie met afschaffing van de overdrachtsbelasting en eigenwoningforfait. De andere helft (CDA, VVD, PVV) is daar tegen. Tijdens een lijsttrekkersdebat op Radio 1 bombardeerde Jan Peter Balkenende de aftrek tot breekpunt.

In het verkiezingsprogramma is het CDA vager: „Zolang de hypotheekrenteaftrek huizenbezit stimuleert en doorstroming op de huizenmarkt bevordert, is dit een probaat middel voor de woningmarkt”. De vraag is dus wanneer dit naar het oordeel van het CDA niet meer zo is.

Trots op Nederland wil de hypotheekrenteaftrek intact laten, maar op termijn wel een vlaktaks van 25 procent invoeren, waarmee de aftrek tot diezelfde 25 procent wordt beperkt. Ook de SGP wil in de toekomst een ander belastingstelsel, inclusief een aanpassing van de woonsubsidies.

De voorstanders van ingrijpen hebben zo hun eigen recept om de aftrek te beperken. Drie grote lijnen zijn te onderscheiden.

Ten eerste: beperking van het tarief waartegen de rente mag worden afgetrokken. Dat tarief is nu maximaal 52 procent, maar kan terug tot 42 of 30 procent.

Ten tweede: beperking van de aftrek tot een maximum bedrag. Nu kunnen mensen nog alle betaalde rente aftrekken, ongeacht de hoogte van hun hypotheek. Dat zou je kunnen maximeren op bijvoorbeeld de prijs van een gemiddeld huis. Het bedrag kan geleidelijk worden verlaagd, maar kan ook eenmalig worden vastgesteld. In dat laatste geval zullen, door de inflatie, steeds meer huizen boven dat maximumbedrag komen.

Ten derde: de woning overhevelen van box 1 naar box 3. De waarde van de woning minus de hypotheekschuld wordt dan meegeteld als vermogen. Dit kan worden gecombineerd met een vrijstelling voor woningbezitters van bijvoorbeeld de gemiddelde huizenprijs. Het bedrag wat overblijft wordt opgeteld bij andere vormen van bezit (bijvoorbeeld spaargeld) waarover vermogensrendementsheffing van 1,2 procent per jaar moet worden betaald.

Deze maatregelen komen in verschillende varianten terug in de partijprogramma’s. Daarnaast hebben sommige partijen nog wat andere smaken in de aanbieding. Zo willen D66 en Partij voor de Dieren alle hypotheken behandelen als zijnde een ouderwetse annuïteitenhypotheek, die uitgaat van terugbetaling van de schuld in dertig jaar. Daarbij wordt de schuld jaarlijks minder, de te betalen rente ook, en daarmee dus ook de renteaftrek. Dat betekent voor elke huizenbezitter jaarlijks 3,3 procent minder aftrek, ongeacht de soort hypotheek. Ook de ChristenUnie voelt wel iets voor dit idee.

Hoe een eventuele beperking van de renteaftrek er uiteindelijk ook uit komt te zien, één ding is duidelijk: de huizenprijzen zullen dalen. Het Centraal Planbureau liet onlangs in een studie weten dat elke mogelijke aanpassing onmiddellijk leidt tot een verlaging van de huizenprijs, omdat mensen anticiperen op een lagere subsidie in de toekomst. Sterker nog: dat gebeurt al als er, zoals nu, alleen maar over wordt nagedacht. En daarvan profiteren vooral starters op de woningmarkt.