De boksschool

Het zijn grondoefeningen die men ook thuis had kunnen doen. Luidt het cliché niet dat de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens? In uw eentje zou er geen donder van terechtkomen. Daarom zijn er gelegenheden waar men het lichaam kan stalen. Om het zo – voor een poosje althans – te wapenen tegen het onherroepelijk naderend verval. Na tachtig minuten touwtjespringen, hardlopen, slagenrepertoire doornemen, schaduwboksen en tegen de boksbal rammen, dreigt bij de meesten de totale uitputting. En dan die ellendige grondoefeningen. De hevig zwetende groep vlijt zich kreunend neer op de verschoten judomat, waarna een comfortabel tegen de touwen leunende trainer via de op volle sterkte gezette geluidsinstallatie de grondoefeningen declameert. Afwisselend worden de zwetende en verschillend getinte hoofden en rompen richting het noorden en het zuiden gericht, als betrof het een gezamenlijke gebedsoefening van verschillende geloven, zo waarschijnlijk onbedoeld het rijkgevulde mengsel van volksaard en geloven op de mat tevredenstellend. Opdrukken, optrekken, oprollen als een egel, ondertussen loeren naar die mooie meid of die getatoeëerde spierbundel. Eindelijk is het eind van de training daar, dan richten de uitgeputte groepsleden zich op en gaan gezamenlijk over tot het goedkeurend klappen voor de grijnzende tiran en de deelnemers rondom. Als betrof het een geslaagde landing na een turbulente vlucht.

Dit is de dertiende aflevering in een serie over een boksschool.