Alsof het alleen om hypotheekrente en AOW gaat

Kiezers stemmen niet alleen opgrond van privébelangen, zoals hypotheek of autogebruik. Ze kiezen ook op basis van hun beroep. Wat wil de leraar, de agent, de boer en de huisarts van de politiek?

Aan 150 prenten per jaar komt wijkagent Edwin van Katwijk niet. Dat is het minimale aantal bekeuringen dat elke agent moet halen. Edwin van Katwijk haalt er maximaal 90.

Is hij dan een slechte agent? Zeker niet. „Bekeuringen uitdelen is niet moeilijk”, zegt hij. „Als ik wil, heb ik er binnen een uur tien. Het ziet er misschien daadkrachtig uit, maar daarna wil niemand meer met je praten.”

Van Katwijk wil in gesprek blijven met de mensen in zijn wijk, Oud Krispijn in Dordrecht. Dus als hij een man zonder gordel ziet rijden met een kind los op de achterbank, dan gaat dat zo: „Hé joh, wat is dat nou?”

„Watte?”

„Nou, waar is je gordel?”

„O ja, m’n gordel.”

„En je kindje dan op de achterbank. Als je remt, vliegt ze zo door de voorruit. Moet dat mooie snuitje kapot?”

En dan geeft Ed van Katwijk een tweede kans. Hij denkt dat hij zo meer bereikt dan door onmiddellijk te bekeuren. „Maar als ik ze dan nóg een keer zonder gordel zie rijden, krijgt -ie een bon. Je moet grenzen trekken.”

De PVV en de VVD vinden dat niet effectief. Zij willen het gevoel van veiligheid bij de burgers vergroten door snel en hard te straffen, blijkt uit de partijprogramma’s. Zeker als het niet om een gordel gaat, maar om overlast of crimineel gedrag. Om overtreders te betrappen, moeten er meer agenten komen: de PVV wil 10.000 agenten meer, de VVD wil er 3.500 er, de SP 1.500. CDA, PvdA en SP zoeken grotere veiligheid ook in preventie. Zij hebben het over meer wijkagenten die „kennen en gekend worden”.

Kennen en gekend worden. Van Katwijk vindt het de essentie van zijn werk. Het netwerk van de buurtagent, blijkt uit recent onderzoek, heeft bij etnische spanningen nut. In een gemengde buurt als Oud Krispijn met een grote groep Antillianen en Marokkanen, zijn die niet ondenkbaar. Als er problemen ontstaan, schakelt Van Katwijk sleutelfiguren in. Mensen die respect genieten binnen een bepaalde groep. Het helpt als zij oproepen de rust te bewaren. „Dat is beter dan de wijk inrijden met vijf politiewagens”, zegt Van Katwijk. „Dan schiet echt de vlam in de pan.”

De wijkagent moet vooral optreden bij dagelijkse overtredingen. Als jongeren overlast veroorzaken, een buurtbewoner zijn vuilnis over het balkon kiepert of met 80 kilometer per uur voorbij scheurt. Van Katwijk fietst dan langs op zijn mountainbike. Als een oude dame verpietert in haar aanleunwoning of als hij vermoedens van kindermishandeling doorkrijgt – Van Katwijk belt aan voor een bakkie en kijkt meteen goed rond. Zijn aanpak hangt af van de situatie. „Jongeren spreek ik zelf aan, de buurman met zijn vuilniszak ook. Maar een eenzame oudere dame of vermoedens van kindermishandeling meld ik bij de instanties die daarover gaan.”

Van Katwijk houdt van zijn werk. Hij neemt op de koop toe dat je niet kunt pronken met criminaliteit die je hebt voorkomen. Hij vindt het leuk om bij iedereen een juiste toon te vinden. Hij kent de verschillende groepen in zijn wijk en hun gewoonten. En hij houdt er rekening mee. Hij grijpt niet meteen bij binnenkomst de hand van een Marokkaanse moeder en hij trekt zijn schoenen uit. „Tenzij het om een spoedje gaat, natuurlijk. Dan staan we meteen binnen.”

Een Antilliaanse man hapt op straat in een Turkse pizza. „Eet smakelijk”, roept Van Katwijk. De man zwaait lachend. „Dit is een lastige jongen”, zegt Van Katwijk. „Als we hem willen aanhouden, hebben we eigenlijk een arrestatieteam nodig. Maar zo’n actie geeft onrust in de straat.”

Van Katwijk pakt het anders aan. Bij Antillianen, zegt hij, is oma de baas. Hij ging een keer naar oma en zei: „Luister. Het gaat niet lekker met uw kleinzoon. We willen hem spreken. Het is beter voor iedereen als hij zich maandag op het bureau meldt.” Hij lacht. „En daar kwam ie aan hoor, op maandag.”

En de werkdruk? Wil Van Katwijk er politie bij, zoals de meeste politieke partijen? „Ach”, zegt hij. „Als ik er morgen tien man bij krijg, heb ik overmorgen werk voor vijftien. Je genereert ook werk door er te zijn. Het heeft voordelen dat ik meestal alleen werk. Als je met twee man komt binnenstampen, kan dat intimideren. Is er een melding waarbij collega’s paraat moeten staan, dan vraag ik altijd of de auto om de hoek wacht. Bij problemen zijn ze er zo. Als je met twee wagens komt aanrijden, verhoogt dat de spanning. Dat weet ik wel wat ze zeggen.” In plat-Dordts: „Hé, ze zijn met z’n zessen. Als je ze nodig hebt, zijn ze er nooit. Ga toch boeven vangen, man!”