Aan prioriteiten komt OM niet voldoende toe

De aanpak van kinderporno en mensenhandel verloopt niet voorspoedig. Extra bezuinigingen verergeren dit, waarschuwt justitie.

50 miljoen euro roomde het Openbaar Ministerie (OM) vorig jaar aan crimineel vermogen af. Twee keer zoveel als in 2008, bijna vijfmaal meer dan in 2004. Maar het succes van de ‘pluk ze-acties’ en verbeurdverklaringen is relatief. Op een criminele omzet van naar schatting 18 miljard euro is het een druppel op een gloeiende plaat, bevestigde voorzitter Harm Brouwer van het College van procureurs-generaal deze week bij de presentatie van het verslag van ‘zijn’ OM over 2009.

Mogelijk biedt nieuwe pluk-ze-wetgeving meer soelaas bij het afromen van crimineel vermogen. Nu nog moet onderzoek naar criminele geldstromen worden gestaakt, zodra de verdachte onherroepelijk is veroordeeld. Straks kan het onderzoek doorgaan als de veroordeelde zijn straf uitzit. Verder biedt de nieuwe wet de mogelijkheid de bewijslast om te keren: wie verdacht wordt, moet in bepaalde gevallen aantonen dat zijn vermogen rechtmatig is verkregen.

Of dan een substantiëler deel van die 18 miljard wordt aangeboord, moet blijken. Want het OM heeft veel moeite greep te krijgen op de georganiseerde criminaliteit, blijkt uit het jaarverslag.

Zo is de aanpak van kinderporno topprioriteit in opsporing en vervolging. En de mogelijkheden om bezit van kinderporno te vervolgen zijn toegenomen na een uitspraak van de rechtbank, vorig jaar, dat niet alleen het bezit van naaktfoto’s van minderjarigen strafbaar is, maar ook afbeeldingen van geklede kinderen in erotische poses.

Vorig jaar steeg het aantal kinderpornozaken dat justitie in onderzoek had tot 350. Maar het aantal nieuwe meldingen daalt niet, en honderden zaken wachten nog op nader onderzoek. Het Openbaar Ministerie komt er onvoldoende aan toe.

Dat de jacht op producenten en distributeurs stagneert, komt door personeelsgebrek bij de recherche en doordat veel kinderporno in Oost-Europa wordt geproduceerd. De producenten ervan zijn vanuit Nederland nauwelijks te traceren, ook omdat zij vaak gespecialiseerd zijn in ultramoderne digitale versleutelingstechnieken.

In de bestrijding van vrouwenhandel en mensenhandel, ook een prioriteit van het OM, is evenmin grote vooruitgang te melden. Het aantal zaken in onderzoek daalde vorig jaar zelfs, in vergelijking met een jaar eerder. Een van de oorzaken was, opnieuw, gebrek aan rechercheurs. Een rol speelt verder de geringe bereidheid bij veel slachtoffers om aangifte te doen of als getuige een verklaring af te leggen.

Legalisering van softdrugs zou kunnen leiden tot minder georganiseerde criminaliteit, en meer financiële armslag voor het Openbaar Ministerie. Maar Brouwer wimpelt de suggestie af. „Die discussie duikt om de zoveel tijd in de politiek op, maar ze is niet zinvol”, vindt hij. Nederland zou in elk geval eerst een aantal internationale verdragen moeten opzeggen die zich tegen legalisering van softdrugs verzetten.

En áls die horde is genomen, blijft het volgens Brouwer de vraag of legalisering van softdrugs een dam opwerpt tegen criminaliteit. „Bij de opheffing van het bordeelverbod, tien jaar geleden, hebben we die discussie ook gehad. De prostitutie is toen gelegaliseerd, maar in weerwil van de verwachtingen bestaat het probleem van de mensenhandel nog steeds.”

Als elke overheidsinstantie heeft ook het Openbaar Ministerie bezuinigingen te vrezen. Die kunnen de gestelde prioriteiten verder onder druk zetten, waarschuwt Brouwer, en behaalde successen tenietdoen. Dit jaar bezuinigt het OM al 35 miljoen euro op een begroting van 560 miljoen euro. Maar als daar bij de komende kabinetsformatie bezuinigingen bovenop komen, „dan is het huidige veiligheidsniveau niet meer te handhaven”, zegt Brouwer.

Volgens hem moet de politiek zich die consequentie realiseren. Als zij het budget verder beperkt, moet ze ook bereid zijn „te bezuinigen op het ambitieniveau” wat de veiligheid betreft – en dat hardop durven uitspreken.

Brouwer: „Anders komen politie, Openbaar Ministerie en de rechtspraak tussen de hamer van de bezuinigingen en het aambeeld van politieke en maatschappelijke verwachtingen die niet kunnen worden waargemaakt.”