Zelfreflectie

Dat mannen vrouwen haten is zo alom aanwezig in ons collectieve bewustzijn, dat het kritiekloos tot bestsellers leidt. Het geval Maria Mosterd is daar een ellendig voorbeeld van. Meer dan een kwart miljoen mensen trapte erin door het boekje te kopen. Miljoenen meer zagen het getuigenis op de televisie en geloofden het.

Nu de leugen is aangetoond, is zelfreflectie noodzakelijk. Die zal moeten beginnen bij de tussenpersonen, de journalisten en recensenten die uit mededogen met een slachtoffer hun kritische blik achterwege hebben gelaten. Het is immers ook hun reputatie die hier een knauw heeft gekregen.

Stine Jensen deed met ‘Seks, leugens en dagboeken’ (Boeken, 21-05- 2010) een aanzet, waarbij ze de uitgever en de radio- en televisiejournalistiek terecht in het beklaagdenbankje zette. De schrijvende pers liet ze echter ongemoeid, terwijl ook de toch zo kritisch lezende recensenten hier een ferme steek hebben laten vallen. Waar blijft de zelfreflectie? Jensens intertekstuele analyse is mosterd na de maaltijd – die had in de originele recensie behoren te staan.

Uit Jensens conclusie blijkt dat ook bij haar de voedingsbodem voor deze frauduleuze hype niet is aangetast. Jensen wil Mosterd en haar uitgever namelijk een financiële donatie laten doen aan slachtoffers van seksueel geweld. Dat is onlogisch, want die zijn door dit boek niet getroffen. De slachtoffers van Mosterds boek – en van de seksistische mythe die eraan ten grondslag ligt – zijn de lezers/kopers ervan, de voor crimineel uitgemaakte jongeman en de waarheid.

Gert Jan de Vries,

Utrecht