Waarom is het elf en twaalf en niet ééntien en tweetien?

Joke van Dam geeft les op een basisschool in Nieuwerkerk aan den IJssel. Al jaren wordt ze geconfronteerd met dezelfde vraag. Als ze de kinderen in groep 1 en 2 leert tellen, dan vragen ze altijd: „Juf waarom heet 11 geen ééntien, 12 geen tweetien, 13 geen drietien en 14 geen viertien?”

Taal kan soms ontzettend onlogisch lijken, zeker voor kinderen. Taal is ook niet altijd logisch. Veel woorden zijn historisch zo gegroeid. Sommigen zijn erfwoorden, die zijn terug te voeren op een Germaanse stam. Maar de meeste zijn geleend uit een andere taal, soms al ontzettend lang geleden.

Gelukkig zijn er taalkundigen die de oorsprong en de geschiedenis van woorden opsporen. Joop van der Horst is hoogleraar taalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij kan helderheid verschaffen over de oorsprong van elf, twaalf, dertien en veertien.

Voor dertien en veertien heeft Van der Horst een eenvoudige verklaring: ‘der’ en ‘veer’ zijn varianten van drie en vier, die vroeger werden gebruikt. Overigens is dit niet alleen een historisch gegeven. „In alle hoeken van Nederland en Vlaanderen vind je nog dialecten waarin dertien en veertien op een andere manier worden uitgesproken”, zegt Van der Horst. Het verschil met de dialecten is dat ‘dertien’ en ‘veertien’ zijn opgenomen in het algemeen taalgebruik en in het hedendaagse Nederlands nog steeds worden gebruikt.

De uitleg voor elf en twaalf is iets gecompliceerder. „In die telwoorden zit de stam van het werkwoord blijven: lif/lief/lijf”, legt Van der Horst uit. „Die stam komt terug in de laatste twee letters van elf een twaalf. Dat het werkwoord ‘blijven’ in deze telwoorden zit, heeft te maken met het feit dat mensen vroeger hun vingers gebruikten bij het tellen. Stel je hebt elf appels en je telt ze op de tien vingers van je handen. Dan blijft er één appel over.”

Elf betekent dus eigenlijk: ‘eenblijf’, er blijft er één over. En twaalf betekent: tweeblijf, er blijven er twee over.

De telwoorden elf, twaalf, dertien en veertien zijn, in de periode die we kunnen overzien, altijd in deze vorm gebruikt. „Zelfs in de oudste Germaanse teksten, die dateren uit 375 na Christus, komen die telwoorden al voor. De tijd dat deze woorden zijn ontstaan, kan nog veel verder terug zijn.”

Toon Beemsterboer