Vrouwendag op kunstbeurs

De kunst op Art Dubai is erg ‘safe’. Kunstwerken mogen niet in strijd zijn met de islamitische wet en de publieke zedelijkheid. „Expliciete seks of porno moet je niet tonen.”

Art Dubai is de belangrijkste beurs van het Midden-Oosten en onderscheidt zich op het eerste gezicht in weinig van de andere beurzen overal op de wereld. Al is de ambiance in het reusachtige Madinat Jumeirah Resort Hotel veel luxueuzer. Wezenlijk anders dan Art Amsterdam of ShContemporary in Shanghai heeft Art Dubai een gescheiden opening voor vrouwen. „Op de vrouwenopening zijn beslist geen mannen”, zegt Jelle Bouwhuis van Stedelijk Museum Bureau Amsterdam die afgelopen maart op Art Dubai een project deed.

Op de vrouwendag zag je volgens hem overal vrouwelijke kunstenaars, vrouwelijke galeriehouders en vrouwelijke directeuren. Het was die dag volgens de organisatie twee maal zo druk als vorig jaar. Veel vrouwen uit de heersende families in de Golfstaten zijn actief in de kunsten. Maar zo’n gescheiden opening is een regel die kunstenaars en galeriehouders moeten accepteren als zij willen verkopen aan de 18.000 bezoekers die de beurs dit jaar trok.

Onder de 72 galeries uit dertig landen op Art Dubai waren geen Nederlandse. Wel een paar uit Duitsland en België. De Antwerpse galerie Koraalberg was er voor het eerst. „De mensen die je stand bezoeken zijn bijzonder geïnteresseerd en gaan serieus in op wat getoond wordt”, zegt galeriehouder François Verlinden. „Het was een vooroordeel van mij om anders te verwachten.” Tot verkopen heeft Art Dubai nog niet geleid. „Ik zie daar nog steeds veel mogelijkheden. Net als bij ons moet je mensen leren kennen en vertrouwen opbouwen. Een beurs is altijd een stap in het onbekende, ook in Amsterdam of Basel. Niemand zit op jou te wachten.”

Art Dubai heeft als regel dat de deelnemers rekening houden met de waarden van de regio. Kunstwerken mogen niet in strijd zijn met de islamitische wet en de publieke zedelijkheid. Ook dit jaar lieten de autoriteiten sommige werken verwijderen. Onder meer We Will Join Hands in Love and Rebuild Our Country van Ramin Haerizadeh – een collage van de gewapende kunstenaar in een chador vliegend op een bezem – moest van de muur. Van Sara Rahbar werd een werk uit haar Flags-serie verwijderd. Het werd even later gekocht door sjeika Paula Al-Sabah, een rijke vrouw uit Koeweit, voor 28.000 dollar.

Bij elke beurs denk je na over wat je meeneemt, zegt Verlinden. „Ga je figuratief werk tonen of abstracte schilderkunst? We hebben ditmaal vooral abstract werk getoond. Volgende keer neem ik zeker een sculptuur mee. Ik ga ook minder selecteren op wat volgens mij lokaal aanslaat, want eigenlijk weet je dat niet.”

Verlinden noemt de censuur van de beursorganisatie „een moeilijke discussie”, maar hij erkent dat het bij de selectie van werken een rol speelt. „Je moet geen cartoons van Mohammed of aanstootgevende zaken laten zien. Expliciete seks of porno moet je niet tonen. Maar verder mag je zelf weten wat je ophangt. Bij twijfel kun je te rade gaan bij mensen van de beurs.” Vooraf moet je foto’s van alles wat je toont naar de organisatie sturen. „Ik zie dat niet als censuur, al is het natuurlijk wel controle.”

Het viel Jelle Bouwhuis van het Stedelijk Museum op hoe ‘safe’ de meeste kunst op Art Dubai was. „Heel erg gericht op regionale verzamelaars uit de Verenigde Arabische Emiraten, India en Saoedi-Arabië. Aanstootgevende werken mogen sowieso niet, wel veel goud en glitter. Vaak kunst met een Indiase of Arabische signatuur.”

Bouwhuis won vorig jaar samen met de Egyptische kunstenaar Hala Elkoussy – ze deed een aantal jaren geleden de Rijksakademie in Amsterdam – de Abraaj Capital-prijs van 200.000 euro waarmee een kunstwerk voor de beurs moet worden gemaakt. Elkoussy heeft een muur van drie bij negen meter gemaakt van 48 panelen met geënsceneerde foto’s over de mythes van het moderne Kairo. Bouwhuis en Elkoussy waren zich daarbij bewust van de beperkingen die de beurs eist. „Die aanvaard je”, zegt Bouwhuis. „Naakt mag je niet tonen en referenties aan Israël of homoseksualiteit zijn verboden. Dat weet je gewoon. We hebben geen aanpassingen hoeven doen aan ons plan.”

Op Dubai Art bepalen de kunstvoorkeuren uit de Aziatische regio’s, Noord-Afrika en natuurlijk het Midden-Oosten het aanbod. Bouwhuis: „Er is weinig belangstelling voor westerse moderne kunst. Die lijkt meer bedoeld om de smaak van de beurs te bepalen.”

Het regionale aspect is, in de vier jaar dat de beurs bestaat, groter geworden. Belangrijke westerse galeries zijn op Art Dubai geweest, maar White Cube, Gagosian en Ben Brown kwamen na één editie niet terug. Damien Hirst en Takashi Murakami zijn voor de lokale smaak een brug te ver. En Dubaianen die er wel van houden, vinden wel de weg naar de galeries en veilingen in Londen en New York.

Dat wijst op een kleine onvolkomenheid in Dubai’s economische en culturele masterplan om Parijs, Londen en New York voorbij te streven als mondiale hoofdstad van de kunst. Zware concurrentie komt echter ook van dichterbij, uit collega-emiraat Abu Dhabi.

Gagosian en White Cube stonden afgelopen november wel op de nieuwe beurs Abu Dhabi Art. Net als topgaleries PaceWildenstein, Hauser & Wirth en Ropac. Dat ze voor Abu Dhabi kozen heeft alles te maken met de grote musea die daar de komende vijf jaar filialen openen met duizenden vierkante meters wand die gevuld moeten worden. Op Abu Dhabi Art waren Koons en Murakami volop te koop, evenals prima Picasso’s en een massief gouden hoofd van Marc Quinn.