tijdschrift

The Believer (mei 2010). McSweeney’s Publishing, 80 blz. € 13,95

Het in ons land nog relatief onbekende I am not Sidney Poitier, de zeventiende roman van de Amerikaan Percival Everett, is volgens The Believer de beste roman van 2009 en wint de vijfde Believer Book Award. De tevens geshortliste werken van Auster, Mantel en Coetzee moesten het afleggen tegen Everetts boek.

Een afgedrukte passage van Everetts boek belooft inderdaad veel goeds:

‘I watched as the nine-foot-tall, large-headed, large-hatted, mirror-sunglassed manlike thing unfolded from his car, closed his door, and walked towards me – one hairy-knuckled suitcase of a hand resting on his insanely large and nasty-looking pistol, the knuckles of the other hand dragging along the ground. I had a thought to be terrified, and so I was.’

Everetts roman is volgens een Believer-redacteur ‘a model of capturing satire without cynicism’. Een opmerking die niet alleen wat over I am not Sidney Poitier verraadt, maar ook over het tijdschrift dat de prijs toekende. Men mag schrijven over alles, maar afschrijven is uit den boze.

The Believer is het clubblaadje van vredige nerds. Zo probeert iemand al schrijvend over zijn fascinatie voor de ninjafilms uit de jaren tachtig heen te geraken, vindt iemand anders het jammer dat het modernisme van Virginia Woolf en James Joyce wel waardering krijgt en fantasy niet en hervat Nick Hornby zijn recensiecolumn voor het blad nadat hij twee jaar terug afscheid nam met de woorden ‘Good-bye, nerdy losers! I’m not wasting any more time ploughing through books on your behalf!’.

Maar goed, die fantasy dus. Daar moesten we maar eens wat ruimdenkender naar kijken, want ‘magical thinking [...] is not infantile at all, it turns out. It’s human.’

Een beetje ‘human’ zal meer nodig hebben dan dat om overtuigd te raken, dacht de lezer. Maar dat zal wel weer cynisch zijn.