Taliban van de vijfde eeuw

De film Agora is een peperduur sandalenepos over een multiculturele samenleving in verval. „Het gaat mij om alle mensen die moorden uit overtuiging.”

De Spaanse regisseur Alejandro Amenábar (38) trof haar voor het eerst in de boeken van zijn idool Carl Sagan, de goeroe van de wetenschap. Hypatia van Alexandrië, een unieke vrouw. Waarschijnlijk geboren rond 355 na Christus, gold zij als de eerste wiskundige, astronoom en filosoof van haar tijd en trok leerlingen uit de hele Romeinse wereld naar Alexandrië. Hypatia hield zich in de mannenwereld staande met demonstratief vertoon van kuisheid. Een legende wil dat zij een verliefde leerling op de dwaasheid van fysieke liefde wees door hem haar gebruikte maandverband cadeau te doen: „Dit is wat je bemint, jongeling. Er is niets moois aan.”

De anekdote keert terug in Amenábars film Agora, die deze week in Nederland in première gaat. En uiteraard haar martelaarsdood in het jaar 415, toen een meute christelijke fanatici Hypatia levend vilde met scherpe oestersschelpen, haar lichaam in stukken reet en de resten verbrandde. Zo werd een martelaar van de rede geboren, de Jeanne d’Arc van de Verlichting. Een half vergeten heiligenleven dat Amenábar in staat stelde zijn gedroomde film over astronomie als tegengif tegen obscurantisme te maken.

„Ik wilde een speelfilm maken over astronomie die de religieuze idee ondergraaft dat de mens centraal staat in de schepping omdat wij in een uithoek van de melkweg om een ordinaire ster bleken te draaien”, zegt de Spaanse regisseur over de telefoon. Geen soepel concept voor een speelfilm, tot hij Hypatia ontdekte. In Agora sterft ze vlak nadat ze, twaalf eeuwen voor Copernicus en Keppler, ontdekt dat de aarde in een elliptische baan om de zon draait. De camera van Amenábar zwiept dan in Google Earth-stijl weg uit Alexandrië, het heelal in. De nacht valt op aarde.

In Agora brengt dagelijkse observatie van sektarisch geweld, bloedvergieten en chaos Hypatia op het idee dat de aarde misschien niet in een perfecte cirkel om de zon draait, een idee-fixe van de toenmalige astronomen. Het ondermaanse is onvolmaakt, dus waarom zouden de planeten niet in een imperfecte ellips om de zon kunnen draaien? Zo verbindt Amenábar kosmologie met de tragische historische gebeurtenissen in Alexandrië.

Agora is een film over een multiculturele samenleving in verval, verscheurd door opkomend religieus extremisme – met christelijke fanatici als de Taliban van hun tijd. Grotendeels gefilmd op Malta, is de film een even ambitieuze als riskante onderneming. Na kleinschalige films als Abre los Ojos en The Others, is Agora een voor Europese begrippen peperduur zwaard- en sandalenepos. En met een hoofdrol voor een onmenselijk kuise, geheel in haar studie opgaande heldin, gespeeld door Rachel Weisz. In Cannes, waar de film vorig jaar in première ging, bekende Weisz tot de ‘seksisten’ te behoren die bij Amenábar aandrongen op een scheutje romantiek in het script om Hypatia’s cerebrale karakter wat warmte te geven. Hij weigerde. „Voor mij loopt haar leven parallel met dat van Jezus. Hypatia is voor mij een seculiere Jezus”, zegt Amenábar. „Einstein en Copernicus zijn mijn profeten.”

Een riskante gok ook, omdat Agora een aanval op het christendom lijkt. De principiële atheïst Amenábar heeft onder katholieken een bedenkelijke reputatie nadat hij in 2004 al eens de degens met de kerk kruiste in zijn met een Oscar bekroonde film Mar Adentro (The Sea Inside), over het recht op een waardige dood van de vanaf zijn nek verlamde activist Ramon Sampedro. De anti-christelijke teneur van Agora maakte het moeilijk een Amerikaanse distributeur te vinden. Totdat de film ondanks, of dankzij, milde katholieke protesten in Spanje uitgroeide tot de best bezochte film van 2009. Amenábar: „In Italië vallen christenen overigens veel sterker over Agora dan in Spanje. En interessant genoeg ook in Egypte, waar de film zich afspeelt. Daar is Agora op verzoek van christelijke Kopten verboden: zij vrezen dat de film moslims aanzet tot pogroms. Dat is toch een interessante parallel met de film?”

Sommige critici verwijten Amenábar om de ware bron van hedendaags fanatisme heen te tippelen: de islam. Agora zou een veilig, wat laf spelletje bandstoten zijn. De regisseur erkent dat rechtstreekse kritiek op de islam „heel tricky is, dat heeft u in uw land gemerkt met Theo van Gogh”. Het klopt natuurlijk dat je obscurantisme en vrouwenhaat nu vooral in de moslimwereld aantreft. Maar dat ontzegt hem toch niet het recht dit verhaal te verfilmen?

„Het verhaal van Agora is waar gebeurd, ik blijf heel dicht bij de geschiedenis. Komt u maar met een script dat het gevaar van religieus fanatisme beter verbeeldt dan Hypatia. En al zijn moslimfanatici nu het meest zichtbaar, het gaat mij om alle mensen die moorden uit overtuiging. Daaronder reken ik bijvoorbeeld ook de (Baskische afscheidingsbeweging) ETA.”

In christendom schuilt volgens Amenábar geen enkel gevaar meer. „Dat is een gedomesticeerde religie. De positie van de kerk in het huidige Spanje valt te vergelijken met die van het heidense establishment rond de tempel van Serapis in mijn film. Hun verzet tegen de christenen smelt weg omdat ze een geloof verdedigen dat zijn vitaliteit heeft verloren. Maar wat komt ervoor in de plaats?”

Maar de cyclus van sektarisch geweld en wraak in de Egyptische metropool Alexandrië van de vierde eeuw is wel degelijk bedoeld als analogie voor wat de ‘clash of civilizations’ nog voor ons in petto kan hebben. „Agora gaat over onze wereld”, stelt Amenábar. „Een beschaving in crisis. Het Romeinse Rijk is in verval, zoals het huidige Amerika. Alexandrië, een ontwikkelde, verfijnde, van oorsprong Griekse metropool die ooit door de Romeinen werd veroverd, is Europa. Een mozaïek van volkeren en religies. Joden, Egyptenaren en Grieken leven er samen. Orestes, de gematigd christelijke gouverneur van de stad, zie ik als het redelijke, tolerante soort politicus dat de vrede probeert te bewaren. Een Obama van begin vijfde eeuw.”

De historische Hypatia stierf door de vijandschap van de toenmalige aartsbisschop Cyrillus van Alexandrië, een heilige en kerkvader die in zijn tijd de kapelmeester was van bloedige pogroms tegen heidenen, ketters en Joden. Cyrillus stookte in 415 vanaf de kansel zijn aanhang op tegen de ‘heks en waarzegster’ Hypatia – uit vrouwenhaat, nijd over haar populariteit bij de elite en omdat ze zijn rivaal Orestes adviseerde. Orestes, in de film een tussen realpolitik en humanistische principes zwalkende oud-leerling van Hypatia, verloor van Cyrillus en diens stoottroepen, de parabolani. Dat was een van oorsprong christelijke broederschap die zich ontfermde over zieken en lepralijders, maar uitgroeide tot een extremistische knokploeg.

Amenábar modelleert deze parabolani uiterlijk naar de Taliban: met hun baarden, donkere gewaden en hoofddoeken steken ze als bad guys scherp af tegen de heidenen in hun lichte toga’s en Joden in hun kleurrijke gewaden. Straatarme, ongeletterde vrouwenhaters zijn het, vol rancune tegen beschaving en kennis. In massascènes zien we de parabolani als zwarte mieren over de agora uitzwermen, deze markt waar culturen elkaar treffen en ideeën uitwisselen. Waarna de beroemde bibliotheek van Alexandrië wordt verwoest, perkamentrollen in as opgaan, bustes en wetenschappelijk apparatuur in stukken worden geslagen.

„De parabolani begonnen als het beste van religie en eindigden als het slechtste”, zegt Amenábar. „Zij ontfermen zich als enige over lepralijders, onderdrukten en armen. Maar die rechtschapenheid gaf ze in eigen ogen het volste recht extreem geweld te gebruiken tegen andersdenkenden. Die mentale dynamiek van religie is van alle tijden.”