Puh puh pokerface, we zijn daar wel klaar mee

Iedereen luistert naar zijn eigen muziek.

Daardoor zijn er geen superhits meer die iedereen kent. En dat is een verlies.

In 1988 was ik elf jaar oud en The Time of my Life van Bill Medley en Jennifer Warnes was mijn favoriete nummer. Totdat het een superhit werd en zelfs mijn ouders het mee begonnen te zingen. Na vijf maanden in de top-40 gestaan te hebben – waarvan negen weken op nummer een – hadden mijn ouders er ook genoeg van. Het nummer was stukgedraaid.

Een decennium later stond ik op mijn eerste eightiesfeest en werd The Time of my Life massaal meegezongen. Het nummer was een echte evergreen geworden en werd door de dansvloer omarmd als een oude vriend die je na jaren weer onverwacht tegenkomt.

Dit jaar kunnen de eerste ‘jaren nulfeesten’ georganiseerd gaan worden. De vraag is alleen welke evergreens daar gedraaid gaan worden. Er is namelijk iets raars aan de hand in de muziekindustrie. Er zijn deze eeuw geen evergreens meer bijgekomen die wereldwijd door jong en oud kunnen worden meegezongen, gefloten of geneuried. Een kleine zelftest: noem één internationale superhit van de afgelopen vijf jaar. Precies.

Onze populaire cultuur is sterk gefragmenteerd en geïndividualiseerd. Muziekliefhebbers hebben hun eigen niche gevonden en halen hun favoriete muziek van iTunes, Spotify, LastFM of een torrentsite.

Radio wordt steeds minder voor nieuwe muziek beluisterd en de top-40 is op sterven na dood. Jongerenzender MTV zendt al jaren geen muziek meer uit overdag en heeft ook geen eigen hitlijsten meer. Hierdoor worden er geen nummers meer ‘stukgedraaid’. Wanneer heb je iemand voor het laatst horen zeggen: ‘Ik kan dit nummer echt niet meer horen!’?

Daarnaast zijn er geen nieuwe muziekstijlen meer. De jaren zestig tot en met de jaren negentig kenmerkten zich door grote en snelle veranderingen in de populaire cultuur. Het was onmogelijk om een liedje uit begin jaren zeventig te verwarren met eentje uit het einde van dat decennium. Aan deze ontwikkeling lijkt een einde gekomen te zijn.

Dit komt voornamelijk door het gebrek aan nieuwe subculturen. In de twintigste eeuw kwamen de meeste nieuwe muziekstijlen voort uit subculturen, met elk zijn eigen evergreens. Wat California Dreaming voor de hippies was, was Smells Like Teen Spirit van Nirvana voor de grunge subcultuur begin jaren negentig.

De snelle verspreiding van informatie en de enorme invloed van marketing hebben deze eeuw de subcultuur een mokerslag toegediend. Als ergens in een Berlijnse buitenwijk honderd jongeren zich apart kleden en op eigen muziek een raar dansje doen als politiek statement, staat dat de volgende dag op YouTube en Facebook, even later op een modeblog en al snel ligt het statement op tafel bij een groot modemerk die het als inspiratie gebruikt. De beginnende subcultuur wordt onmiddellijk de mainstream in getrokken en sterft daardoor een vroegtijdige dood.

Bij gebrek aan iets eigens grijpen veel jongeren nu terug op een subcultuur uit het verleden zoals punk, gothic of gabber. Ze voeren vaak wel een kleine vernieuwing door, maar in de basis zijn dit ‘oude’ subculturen.

Op zoek naar vernieuwing en eigenheid is in de jaren nul uit armoe de mash-up (of mix-up) cultuur ontstaan: als het dan niet mogelijk is om een eigen nieuwe muziekstroming of subcultuur te creëren, dan maar oude muziekstijlen mixen tot iets nieuws. In de mash-ups worden vaak stukjes evergreen gebruikt om een ‘superhit gevoel’ te creëren en een brug te slaan tussen de generaties. Een voorbeeld hiervan is Pokerface van Lady Gaga waarin duidelijk het Ma Baker refreintje van Boney M wordt gebruikt. De mash-up stroming is echter geen subcultuur – eerder een vervolmaking van de remixtrend die in jaren zeventig begon.

Is het verdwijnen van de superhit een probleem? Ja. Muziek is een te belangrijk onderdeel van onze cultuur om het zonder evergreens te stellen. Jongeren hebben behoefte aan collectieve cultuurbeleving.

Gelukkig is er YouTube en uitzendinggemist, waarmee we elkaar massaal filmpjes en tv-uitzendingen doorsturen. Daarmee impliciet zeggend: ‘Kijk hiernaar, dan kunnen we het hier later over hebben.’ Het doel: collectieve cultuurbeleving.

Samen muziek meezingen, meeneuriën of meefluiten, creëert een band. Draai voor een groep progressieve babyboomers een nummer van Janis Joplin en de weemoed slaat toe. Zet U2’s Sunday Bloody Sunday op en bijna iedereen weet: Ierland, begin jaren tachtig. Een evergreen is een onderdeel van de populaire cultuurgeschiedenis en staat voor een specifiek moment, met een eigen connotatie en een eigen gevoel.

Doordat jongeren de helden van hun ouders remixen en mash-uppen, blijven zij hangen bij oude evergreens. Tijd om ermee te stoppen. Laten we alle muziek uit de vorige eeuw net zo oubollig maken als de jarenvijftigsupersterren Frankie Carle, Jo Stafford en Guy Mitchell. Dan komt er hopelijk ruimte voor nieuwe muziek, die vervolgens volledig stukgedraaid kan gaan worden.

Thimon de Jong is cultuurwetenschapper en onderzoeksdirecteur bij het commerciële onderzoeksbureau TrendsActive.

Ook behoefte aan superhits? Praat mee op nrcnext.nl