President Bouterse kan zijn land niet uit

Bouterse hoopt met het presidentschap weer naar het buitenland te kunnen. Staatshoofden zouden immuun zijn. Maar dat is niet zo, stelt G. Spong.

De verkiezingswinst van Desi Bouterse leidt tot vragen over de juridische ruimte van de justitiële autoriteiten als Bouterse president van Suriname wordt. Tegen Bouterse ligt immers een Nederlands vonnis wegens drugshandel, waarbij hij tot een gevangenisstraf van 11 jaar is veroordeeld. Op grond hiervan is een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Kan Bouterse als president, als hij naar andere landen gaat, worden aangehouden zodat de hem opgelegde gevangenisstraf kan worden uitgevoerd?

Op grond van volkenrechtelijk gewoonterecht genieten staatshoofden volledige immuniteit van strafprocedures en onschendbaarheid. Daarom kon de Libische leider Khadaffi niet voor een Frans gerecht worden vervolgd voor betrokkenheid bij de aanslag op een Frans passagiersvliegtuig en werd in Duitsland geen gevolg gegeven aan de aangifte tegen Saddam Hoessein wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving van een Duits onderdaan. Ook besliste het Haagse Internationaal Gerechtshof in 2002 ten faveure van een Congolese regeringsleider dat sprake is van volledige immuniteit en dat die volledige immuniteit betrekking heeft op ‘any act of authority’.

Het is wel zo dat het argument dat een staatshoofd onbelemmerd moet kunnen reizen om effectieve betrekkingen binnen de internationale gemeenschap te kunnen onderhouden, enigszins gedateerd aandoet, nu middelen als videoconferenties voldoende mogelijkheden bieden om informatie met elkaar uit te wisselen. Maar afgezien van dit laatste is het tegen deze juridische achtergrond verleidelijk om te zeggen dat Bouterse als president juridisch-immunologisch gezien op rozen zit.

Die conclusie is evenwel niet alleen voorbarig, maar lijkt ook onjuist. De reikwijdte van immuniteit is de laatste jaren sterk in ontwikkeling. Die ontwikkeling duidt op een restrictief uitleggen en beperken van immuniteit. Zo besliste de House of Lords in 1998 dat de immuniteit van Pinochet, het voormalige staatshoofd van Chili, opzij wordt gezet door het VN-Verdrag tegen Foltering.

Eenzelfde verplichting valt te lezen in artikel 36 vierde lid van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van de VN. Hierin is opgenomen dat geen enkele bepaling van het betrokken artikel over de strafmacht het beginsel aantast dat de strafbare feiten worden omschreven, vervolgd en gestraft overeenkomstig de nationale wetgeving van een verdragspartij. Opmerkelijk is dat in deze verdragstekst gesproken wordt over een beginsel. Dit VN-verdrag over verdovende middelen dateert van 30 april 1961 en is van recenter datum dan het volkenrechtelijke gewoonterecht inzake immuniteit voor staatshoofden. En overeenkomstig het adagium dat een latere regel voor een oudere gaat, dient dit VN-verdrag doorslaggevend te zijn om Bouterse eventueel aan te houden.

Daarnaast geldt dat verdragsregels meestal prevaleren boven algemene regels van het volkenrecht. Het verdovendemiddelen-verdrag levert dus een eminente rechtsbasis op om de tenuitvoerlegging van het Nederlandse strafvonnis te bewerkstelligen, ongeacht de presidentiële statuur van Bouterse.

Ook de voormalige Panamese dictator Noriega, die in 1992 in Miami tot een gevangenisstraf van veertig jaar werd veroordeeld wegens drugshandel en witwassen, kon volgens de Amerikaanse rechter niet profiteren van de voor staatshoofden geldende immuniteit. Noriega is in Frankrijk veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens het witwassen van drugsgeld. Hij werd enkele dagen geleden, op 25 mei 2010, uitgeleverd aan Frankrijk. Vooralsnog gunnen ook de Fransen aan Noriega geen immuniteit.

Tot slot valt nog te wijzen op het in maart 2009 door het Internationaal Strafhof op instigatie van de Veiligheidsraad uitgevaardigde arrestatiebevel tegen de gister opnieuw beëdigde Soedanese president al-Bashir wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Of het van belang is dat het in al deze gevallen gaat om een vervolging en niet om een executie van een gevangenisstraf, valt gelet op de formulering van het IGH (any act of authority) niet met zekerheid te zeggen.

Maar al deze ontwikkelingen wijzen in de richting van een beperking van immuniteit. Samen met de verplichtingen in het VN-verdrag over verdovende middelen geven ze voldoende steun aan de Nederlandse justitie om Bouterse te (doen) arresteren, zodra hij zich buiten Suriname waagt.

G. Spong is advocaat te Amsterdam. Hij adviseerde het Surinaamse Openbaar Ministerie over de Decembermoorden.