Pijnlijk realisme

President Barack Obama van Amerika wil de nieuwe geopolitieke realiteit onbevreesd onder ogen zien. Volgens hem kunnen de Verenigde Staten het in de wereld niet meer alleen af. Weliswaar is de Amerikaanse militaire macht nog steeds superieur. Maar zonder een navenante politieke en economische basis wordt Amerika een reus op lemen voeten.

En dat is precies wat sommige concurrenten willen, aldus Obama in zijn eerste National Security Strategy die gisteren is gepresenteerd. „Onze tegenstanders zouden graag willen zijn dat Amerika zijn kracht ondergraaft, door zijn macht te overschatten”, schrijft de president.

Met dit document neemt Obama ideologisch afstand van zijn voorganger George W. Bush. Die liet zich inspireren door de neoconservatieve denkers van het Project for the New American Century. De primaire veronderstelling van de denktank was dat de wereld, na de westerse overwinning op het Sovjetblok in de Koude Oorlog, „unipolair” was geworden. De VS moesten moesten op vele fronten tegelijkertijd oorlog kunnen voeren. Want Amerika kon het zich, zo meende Bush, nooit meer veroorloven dat er zich toch weer andere en rivaliserende mogendheden zouden aandienen.

De strategische en tactische keuzes die in 2003 in Irak werden gemaakt, waren een uitvloeisel van de invloed van de ideeën van het Project for the New American Century.

Obama formuleert het anders. „De lasten van de jonge eeuw kunnen niet louter op Amerikaanse schouders worden gelegd.” Dat is een van de redenen waarom de VS stap voor stap afscheid nemen van het oude laat twintigste eeuwse concept dat de wereld informeel wordt gestuurd door de G8, het conclaaf van de acht traditionele industriemachten. Een bredere club, waarin hoe dan ook China, India en Brazilië zitten, kan meer in beweging krijgen omdat die meer draagvlak bezit. Als het gaat om de nucleaire ontwapening of indamming van staten als Noord-Korea en Iran, biedt een G20 een beter platform om effectieve sancties te treffen dan de toch al verdeelde G8.

Amerika moet wel, zo lijkt Obama te erkennen. Los van de vraag of de VS voldoende politieke veerkracht hebben, is er een economisch motief. Door de kredietcrisis kan Amerika de oorlogen in Irak en Afghanistan/Pakistan niet eindeloos voeren. Dat is een pijnlijke maar onloochenbare waarheid.

Maar deze woordkeuze betekent niet dat de Amerikaanse regering ook in daad het omgekeerde doet. Na ruim een jaar als president heeft Obama uiteraard eveneens onder ogen moeten zien dat de werkelijkheid van de VS wel haar continuïteit kent. Als het landsbelang op het spel staat, zal de regering niet schromen en overgaan tot eenzijdige actie.

De National Security Strategy is zo een tekst waaruit het besef spreekt dat er zich een nieuwe wereldorde aandient. Anders dan die vorige nieuwe orde, die president Bush sr. ongeveer twintig jaar geleden aankondigde, eist deze nieuwe orde veel aanpassingsvermogen. Maar wie dat wil blijven ontkennen, bedrijft gevaarlijke struisvogelpolitiek.