Pensioen met 60 jaar onhoudbaar

Franse vakbonden demonstreerden gisteren tegen verhoging van de pensioenleeftijd. Maar president Sarkozy ziet de relatief geringe opkomst als een steun in de rug.

Jarenlang had Frankrijk de reputatie hét EU-land van stakingen en demonstraties te zijn. Maar de Griekse crisis heeft de verhoudingen veranderd. Het Franse protestseizoen heet dit jaar nog relatief rustig.

Desondanks trokken gisteren in Parijs en andere steden volgens de vakbonden een miljoen mensen de straat op om te protesteren tegen aanstaande pensioenhervormingen. Veel wilden de vakbondsleiders dat niet noemen. Zouden de Fransen onder druk van de schuldencrises in Europa niet geloven in een heet voorjaar?

Niet te snel, gromden de actieleiders. Die miljoen mensen waren in slechts twee dagen gemobiliseerd – en dat terwijl nog niet eens bekend was wat de regering nu precies wil met de pensioenen. „Dit is een waarschuwing, de regering moet zich aanpassen.”

Een ander geluid klinkt rond president Nicolas Sarkozy. Nog geen half miljoen demonstranten, terwijl de regering toch duidelijk heeft gezegd dat de pensioengerechtigde leeftijd echt omhoog moet. Naar Franse maatstaven betekent dat: groen licht voor de regering, suggereren spinners van de president. Volgens regeringswoordvoerder Luc Chatel betekende de „lage opkomst” dat de regering de goede aanpak kiest voor wat de grootste hervorming moet worden van het kabinet Sarkozy I.

Precieze plannen komen volgende maand pas, maar in afwachting benadrukken president en ministers dat langer leven zonder langer werken niet haalbaar is. Sarkozy trok de afgelopen dagen ten strijde tegen François Mitterrand, de president die in 1982 de pensioengerechtigde leeftijd verlaagde van 65 naar 60 jaar. De socialistische president „had ons veel problemen kunnen besparen”, vindt Sarkozy. Minister van Begroting Eric Woerth vertelt dat de pensioengerechtigde leeftijd niet op 60 jaar kan blijven liggen. Maar waar moet het heen? 62? 63?

Frankrijk heeft de afgelopen vijftien jaar een aardige achterstand opgelopen bij het aanpassen van het pensioenstelsel aan de vergrijzing. De werktijd is geleidelijk en na veel protest verhoogd naar 42 jaar, maar nog niet voor iedereen. En terwijl in de omringende landen de discussie meestal gaat over een pensioengerechtigde leeftijd van 65 of 67 jaar, houden vakbonden en de Parti Socialiste in Frankrijk stug vast aan 60 jaar. „Het geld is er gewoon”, herhaalden demonstranten gisteren hun vertrouwde argumenten. „Het zit alleen bij banken, grote multinationals en investeerders.” Ook veel gehoord: „Mijn kinderen van in de twintig jaar zijn werkloos, ik geef mijn plaats graag aan hen.”

De regering hoopt dat de Fransen na de Griekse lente beseffen dat hervormingen onvermijdelijk zijn. De staatsschuld, nu 83 procent van het bruto binnenlands product, vliegt de komende jaren omhoog zonder hervormingen. Onheilsprofeten voorspellen dat Frankrijk zonder ingrijpen op Griekse toestanden afstevent.

Het pensioenstelsel is cruciaal, temeer daar Frankrijk een omslagstelsel heeft, waarbij belastingbetalers pensioenen direct betalen, zonder collectieve vermogensopbouw via pensioenfondsen. Maar de regering moet opboksen tegen de publieke opinie. De heersende opvatting is dat de financiële problemen van overheden het gevolg zijn van onrecht, van scheefgegroeide verhoudingen tussen rijk en arm. Van de overheid wordt correctie verwacht: wetten om de rijken tot delen te dwingen en te investeren in plaats van te bezuinigen. Ook Sarkozy plaatste zichzelf de afgelopen jaren in de lange Franse interveniërende traditie.

Sinds een week wil hij opeens het streven naar begrotingsevenwicht in de grondwet opnemen. Berlijn en de financiële markten vertrouwen geven met streng financieel beleid staat voorop. Die wending – waarvan waarnemers de bestendigheid alweer betwijfelen – is zo uitzonderlijk in de Franse politieke cultuur, dat de demonstranten er gisteren nauwelijks woorden voor hadden.