Oppoetsen van de familiejuwelen

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze keer een boek over onanie. ‘Masturbatie heeft ook een ecologische kant.’

Je zou natuurlijk leuk kunnen beginnen met te zeggen dat je er bijna een lamme hand van hebt gekregen, van het lezen van dit boek – maar dat is nu juist het soort geintje dat je door het lezen ervan afleert. Met de hand is een dik, serieus en onderhoudend boek over een veel voorkomende vorm van menselijk handelen: het jezelf bezorgen van een orgasme. Bijna alle mannen en bijna alle vrouwen doen het (mannen nog iets meer dan vrouwen). Maar ook bijna alle mannen en bijna alle vrouwen zwijgen er liever over (vrouwen nog iets meer dan mannen). Dat blijkt uit onderzoek. Zelfbevrediging is dus een taboe – nog meer dan erectieproblemen en geslachtsziekten (en ook daar is onderzoek naar gedaan). Masturbatie wordt sneu gevonden, en sullig. Het is omgeven door schuldgevoel en schaamte.

Mels van Driel, uroloog en seksuoloog, wilde daar meer van weten en besloot op onderzoek uit te gaan. Zijn verslag maakt in ieder geval één ding duidelijk: er is enorm veel masturbatie op de wereld. En: masturbatie heeft met van alles en nog wat te maken. Eerst is er al de taalkundige kant van de zaak. Je zou een boek kunnen wijden aan alleen al de vele benamingen voor het ‘vreemdgaan met jezelf’ en de bijbehorende handelingen. Ik noem ‘het oppoetsen van de familiejuwelen’ en ‘het witten van het plafond’. Ook voor het witsel zelf zijn talloze bijnamen in omloop, stuk voor stuk een socioculturele studie waard. Ik wilde het voor vandaag dan maar even laten bij de klamme yoghurt, het bearnaisesausje en de liefdesmayonaise.

Dan zijn er hoofdstukken over de geschiedenis van de masturbatie in allerlei culturen en godsdiensten. In de 18de eeuw begon het grote paniekzaaien: de vele ziektes die je ervan kon krijgen, te beginnen met ruggemergtering. Maar ook ‘roodheid van de neus’. En ‘hartgemurmel’. De komst van internet heeft voor een masturbatierevolutie gezorgd: overal is nu pornografisch materiaal voorhanden, met alle gevolgen van dien voor de de lustbeleving in de baas zijn tijd. Tegelijk heeft internet voor veel mensen ook de functie overgenomen van de oude biechtstoel. Dan is er nog de kwestie van onanie in het dierenrijk. En de vraag naar de evolutionaire functie van zelfbevrediging. Hoe zit het met de industrie (leuk verslag van een bezoek aan een dildofabriek)? Soms heeft soloseks grote politieke gevolgen. En er zit een ecologisch aspect aan de zaak: hoeveel bomen moeten er niet worden gekapt voor de miljoenen papieren zakdoekjes die na afloop worden gebruikt?

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de meer praktische kanten: hoe, hoe vaak, en met welke hulpmiddelen? Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren. In Zweden loopt een man rond die het graag op fietszadels van vrouwen achterlaat. Sommigen doen het met een strop om hun nek. Of in een warme appeltaart (American Pie). Er is een leuke lijst van voorwerpen met vibratorfunctie door de eeuwen heen, van de wortel en de waskaars tot en met kunstpenissen van zwoerd en potjes met meikevers erin. Een lijst van lustopwekkende middelen (motorolie, potgrond) en een lijst van middelen om het af te leren (een vogelkooi over de geslachtsdelen aanbrengen). En er is een lijst van voorwerpen die bij de EHBO voorzichtig weer uit de anus moeten worden verwijderd: een balpen, een appel, diverse soorten spuitbussen, een zaklamp.

Met de hand is een gevarieerd en boeiend boek geworden. Een beetje rommelig. Zonder registers. Met veel invallen en zijwegen. Op een van die zijwegen bevindt zich dan een man die lid is van de Broederschap der Onanisten. Hij houdt een dagboek bij op internet. Hij doet eigenlijk niks anders dan masturberen, zelfs tijdens het rijden op de snelweg. Gevaarlijk? Sommige mensen kunnen twee dingen tegelijk: ‘Ik raakte in een soort extase, zonder mijn aandacht voor de weg te verliezen.’

Mels van Driel: Met de hand. Een culturele geschiedenis van de soloseks. De Arbeiderspers, 336 blz. € 25,00.