Ook de laatste restjes slachtafval zijn weg

Vleesverwerker Weyl Beef ging vorige week failliet. Diverse grote branchenoten azen op de moderne machines, en zoeken verdere consolidatie.

Niemand heeft de moeite genomen een wervingsbord weg te halen aan de poort van Weyl Beef in Enschede. „Wij zoeken collega’s, runderslachters, rundvleesuitbeners, kantsnijders”, staat er op het van kleur verschoten bord bij het slachtbedrijf, dat vorige week donderdag failliet ging. „Uitbenen is topsport”, staat erbij, maar de 400 werknemers moeten nu hun heil zoeken bij de sportschool om fit te blijven. Sinds vorige week woensdag is er op het bedrijf waar wekelijks 7.500 runderen tot vlees werden verwerkt geen koe meer geslacht.

Eergisteren informeerde curator Jacques Daniëls het personeel over de mogelijkheden van een doorstart. Volgens Daniëls verkeert het bedrijf in een „vrij luxe positie” dat zich zestien kandidaten hebben gemeld voor overname van de boedel. Daaruit heeft hij inmiddels zes serieuze gegadigden geselecteerd, „Nederlandse en Europese bedrijven”, die de komende dagen een boekenonderzoek mogen houden. Één partij is intussen afgehaakt.

Het personeel is gelaten onder het faillissement en de afwikkeling. Na afloop van de bijeenkomst van nog geen half uur staan ze in groepjes na te praten op het parkeerterrein. Een doorstart zal er wel komen, denken de meesten. Veel van hen willen niet praten en al helemaal niet met hun naam in de krant. De talrijke Poolse, Hongaarse en Roemeense arbeiders spreken nauwelijks Nederlands.

Een man met een hangsnor zegt er zeker van te zijn dat de slachterij zal worden overgenomen. „De apparatuur hier is het modernste van het modernste, de nieuwe slachthal is in oktober of november neergezet. Concurrenten kunnen daar nu heel goedkoop aankomen.”

Onder de belangstellenden zijn de grote Nederlandse slachterijen VION en VanDrie. Beide bedrijven bevestigen desgevraagd dat zij „zich oriënteren” op een aankoop van Weyl. VION is met een omzet van 9 miljard euro het grootste slachtbedrijf van Europa; VanDrie is de grootste kalfsslachter met een jaaromzet van 1,6 miljard euro. Onder het personeel van Weyl circuleren als mogelijke overnamekandidaten ook de namen van Skare Beef, een Deens familiebedrijf gespecialiseerd in rundvlees met een omzet van 226 miljoen euro, en het Duitse Tönnies Fleisch uit Nordrhein-Westfalen, de grootste varkensslachter van Duitsland met een omzet van 4 miljard euro.

Curator Daniëls hoopt „midden volgende week” duidelijkheid te kunnen verschaffen of er een doorstart in zit en in welke vorm. Als er een doorstart komt, kan volgens Daniëls „een belangrijk deel” van de banen behouden blijven. Kiwi, het uitzendbureau in Enschede dat voor eenderde eigendom was van Weyl, heeft intussen al een doorstart gemaakt.

Fred Heine, commercieel en logistiek medewerker van Weyl, is een van de weinige werknemers die wil praten. Onder de wapperende vlaggen bij de toegangspoort zegt hij dat de doorstart hoe dan ook „grote consequenties” gaat hebben voor de Nederlandse vleessector. „Of het nu VION of VanDrie wordt, zij bepalen als monopolisten straks hoe duur ons vlees wordt. Consumenten zullen het straks gaan betalen. Er zullen alleen een paar hele grote slachtbedrijven overblijven”, zegt hij.

Een potige collega met stekelhaar beaamt dat. „Voor de markt is het niet goed”, zegt hij. „Het maakt de machtspositie van grote bedrijven alleen maar groter.” Het gaat de gegadigden om de omzet en vooral om de klanten, denkt hij. „Weyl levert onder meer aan McDonald’s en daar zijn anderen wel eens jaloers op.” Hij wantrouwt vooral VION. „Ze laten het bedrijf dan een jaartje draaien en dan doen ze het alsnog dicht. Dan staan wij weer op straat. Dat hebben ze in het verleden ook zo gedaan met een slachthuis in Meppel.”

Hoe het zo ver heeft kunnen komen dat Weyl op de fles ging, is niet bekend. Een werknemer met kort grijs haar en een Duits accent noemt „mismanagement” als oorzaak, maar veel details daarover kan of wil hij niet prijsgeven. „Schuld is de oorzaak”, zegt even later de grote man met stekelhaar. „Als je te veel leent, dan gaat het fout. Volgens mij was alles hier geleast, tot en met de asbak in de kantine.” Zijn collega’s lachen met hem mee. Dan laat hij er serieus op volgen dat het met de financiën in het bedrijf „goed mis” moet zijn, „anders was er al veel sneller een doorstart geweest”.

Curator Daniëls wil alleen zeggen dat de geldnood vorige week acuut werd toen twee banken het vertrouwen in het bedrijf opzegden. Gewone crediteuren, vooral boeren en veehandelaren, die van het bedrijf pas weken later betaald kregen voor hun geleverde vee, hebben volgens de curator in totaal nog „40 tot 48 miljoen euro” tegoed van het bedrijf. De omvang van de schuld bij banken en de Belastingdienst is nog niet bekend.

Het onderzoek naar de toedracht van het faillissement en het aanwijzen van de schuldigen is voor Daniëls echter van later zorg. Eerst gaat al zijn aandacht naar de doorstart. Met de opbrengst van het bedrijf zullen de schulden worden voldaan, maar het is nog maar de vraag of het voldoende zal zijn om alle schuldeisers te betalen. Gewone crediteuren staan daarbij achter in de rij.

Terwijl het personeel weer huiswaarts keert, rijdt een vrachtwagen van destructiebedrijf Rendac een lege, donkere loods van het bedrijf in. De auto komt kennelijk de laatste restjes slachtafval ophalen die nog waren overgebleven. Een weeïge lucht verspreidt zich als de automatische robotarm drie tonnen vleesresten omkiepert in de laadbak.