Ontspannen, optimistisch en niet voor bange mensen

D66 werd de afgelopen jaren bij verkiezingen een paar keer gehalveerd, maar is nu aan de winnende hand.

Dat begon in 2007. Deel 7 van een serie.

Sombere mensen stemmen geen D66. Waar anderen bedreigingen en problemen ontwaren, ziet de D66-politicus kansen en uitdagingen. ‘Nederland is één van de beste plekken ter wereld om in te leven en te werken’, schrijft de partij in het verkiezingsprogramma. Om vervolgens negentig pagina’s lang te vertellen hoe alles in het land anders moet. Van die voorstellen is overigens geen enkele heilig. Want ook dát is D66: altijd bereid over het eigen pragmatisme te struikelen.

Partijleider Alexander Pechtold vroeg zich vier jaar geleden af of hij bij D66 het licht zou uitdoen. Na een voor D66 desastreus verlopen regeringsdeelname aan een coalitie met CDA en VVD was de partij bij de verkiezingen van 2006 gehalveerd: van zes naar drie Kamerzetels. Het was de tweede halvering in acht jaar. Deelname aan Paars II leverde D66 ook bij de verkiezingen van 2002 al een halvering op: van veertien naar zeven zetels. (Tussendoor, in 2003, zakte het aantal zetels van zeven naar zes.)

Maar er is hoop: de partij wist zich de afgelopen drie jaar ontspannen en optimistisch in peilingen en media veel groter te maken dan die drie zetels in de Tweede Kamer. Als de partij ook in het echt groeit, boekt D66 het derde verkiezingssucces binnen één jaar. Terwijl alle partijen monkelden over de Europese Unie, behaalde D66 grote winst bij de Europese Verkiezingen met een compromisloos pro-Europa-verhaal. Bij de gemeenteraadsverkiezingen steeg de partij dit jaar van 144 naar 500 raadszetels.

Wil je D66 stemmen, dan ben je niet meer één van de weinigen maar bevind je je in een omvangrijk gezelschap. Het begon in 2007. D66-leider Pechtold bleek toen de eerste politicus die frontaal de aanval koos tegen de anti-islampartij van Geert Wilders. Terwijl het CDA de PVV-leider negeerde, de VVD wat halfslachtig met hem meepraatte, de PvdA elke aanval op Wilders begon met „de heer Wilders benoemt natuurlijk wel echte problemen...” en GroenLinks de dialoog zocht, maakte Pechtold Wilders al vol overtuiging uit voor racist.

Het maakt zijn partij tot een vluchtstrook voor mensen die teleurgesteld zijn over de onzekere omzichtigheid waarmee de grote partijen de anti-islamitische retoriek van Wilders bestrijden. Critici van Pechtold verwijten hem dat zijn aanvallen op Wilders meer electoraal opportunisme zijn dan iets anders. De PVV-leider refereert daar zelf ook graag aan: „Ik kan best zonder D66, maar zonder de PVV zou D66 niet bestaan.” Een opmerking die Pechtold nooit leuk vindt om te horen.

De aanvallen op Wilders zijn niet de enige verklaring voor het herstel van D66. Zo’n 20.500 leden heeft de partij nu, een verdubbeling ten opzichte van 2007. En die hebben zich niet allemaal aangemeld omdat ze Wilders niet mogen. De bezoekers van partijbijeenkomsten noemen juist de zegeningen van de Europese Unie, de staat van het onderwijs en de achterstandspositie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt de belangrijkste onderwerpen voor hun partij en hebben het zelden over Wilders. En op die D66-avonden valt nog iets op: jongeren domineren. Voor de sfeer is het goed. Er wordt gelachen en hardop gedroomd.

Ze genieten, net als Alexander Pechtold zichtbaar geniet als hij in het Kamerdebat weer eens treffend zijn tegenstanders op hun nummer heeft gezet. Bij zijn fans is de stapel rapporten die hij september vorig jaar naar de interruptiemicrofoon in de debatzaal zeulde nu al legendarisch. Belachelijk, vond Pechtold het dat het kabinet ambtenaren een half jaar wilde laten studeren op bezuinigingsmogelijkheden. Alles was al onderzocht. CDA’er Van Geel beloofde dat de ambtenaren voor de samenhang zouden zorgen. Pechtold sloeg op zijn stapel: „Zal ik er een nietje doorheen slaan?”

Het goede humeur van D66 staat een grote behoefte Nederland te veranderen overigens niet in de weg. Die combinatie van optimisme en veranderingsdrang is mooi samengevat in de wat koddige slagzin ‘Ja, Anders!’ waarmee D66 deze campagne in is gegaan.

De veranderingen waar D66 van droomt hebben allemaal hetzelfde recept. Voor de rechten en de krachten van het individu, tegen betutteling en tegen de bevoorrechting van traditionele (lees: ouderwetse) groepsverbanden en maatschappelijke organisaties. Dus geen „rigide ontslagbescherming” of „dichtgetimmerde CAO’s”. Die zijn er alleen voor de langstzittende werknemers die „koste wat koste vasthouden aan hun comfort”.

D66 is er voor mensen die nieuw zijn op de arbeidmarkt, met losse contracten, zelfstandigen. De partij pleit voor een hogere AOW-leeftijd en voor een kortere maximale WW-termijn, zodat mensen weer sneller aan het werk gaan. Geen „subsidie” voor mensen met een hoog inkomen en een hoge hypotheek, of voor goedverdienende huurders „die al jaren voor een lage huur in hetzelfde huis wonen”. „Jonge mensen komen er gewoon niet tussen”, concludeert de partij. Dus wil D66 de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afschaffen en een meer inkomensafhankelijke huur. Voor de emancipatie, acceptatie en bescherming van homo’s kun je natuurlijk ook bij D66 terecht, getuige de 24 verwijzingen naar dat onderwerp in het programma.

Voor bange mensen is D66 geen goede plek. Europa is voor veel mensen misschien eng, maar ook de enige garantie voor vrede, duurzaamheid en welvaart, vindt de partij. Een flexibelere arbeidsmarkt, minder ontslagbescherming? Geen ramp voor werknemers, maar juist een kans om zich eindelijk eens los te weken van de beknelling van een werkgever voor het leven. Integratieworstelingen? Natuurlijk een probleem, maar geen bedreiging voor de staat – en zeker geen reden voor een apart hoofdstuk in het programma. Want, staat in het verkiezingsprogramma, „integratie is een zaak van mensen onderling”. Niet iets voor een aparte minister, maar iets waar je elke dag aan werkt, op school, op het werk en in de straat. Zonder onderscheid naar afkomst. „Tolerantie is de sleutel.”

Zo is het progressieve D66 in alles het tegenovergestelde van de sociaal-economisch oer-conservatieve, sombere PVV. En ook van die andere somber-conservatieve krachten in de politiek bij SP, CDA, SGP en regelmatig ook de PvdA. Zoals een nieuw lid op een bijeenkomst in Utrecht antwoordde op de vraag wat hem aan D66 beviel: „Het land is in de greep van angstpolitiek, en dan heb ik het dus niet over Wilders. Wij hebben een positieve blik. Wij willen overal het beste uithalen.”

Vind je strategisch stemmen belangrijk, dan heeft een keus voor D66 nog een ander voordeel: de stem gaat waarschijnlijk niet verloren. De voorspelde fragmentatie van het politieke landschap maakt D66, als de partij voldoende zetels haalt, een belangrijke factor bij het vinden van een meerderheid in de Tweede Kamer. Niet alleen is D66 altijd bereid te regeren, ook als daar problemen van komen. Maar ook stelt de partij zich inhoudelijk nogal flexibel op: D66 kan als het moet met CDA en VVD een coalitie vormen, maar voelt zich ook thuis bij GroenLinks en PvdA.

In beide coalities zal de partij iets van haar programma kunnen inbrengen. Om het regeervermogen van de partij nog maar eens te etaleren, zette D66 bij het verkiezingscongres twee bestuurlijke zwaargewichten op het podium: ex-minister van Economische Zaken Hans Wijers en Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad.

Mocht het zover komen, dan zal D66 een beroep doen op een bekende, maar niet altijd succesvolle ervaringsdeskundigheid: laveren tussen idealen en pragmatische machtsuitoefening. Vaak koos D66 voor de macht. Toen D66-leider Thom de Graaf als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing zijn gekozen burgemeester en een wijziging van het kiesstelsel zag stranden, trad hij af. Maar zijn partij, nota bene opgericht om bestuurlijke vernieuwing door te voeren, bleef in de coalitie zitten.

Het blijft een moeizaam worstelen, bleek ook weer in Amsterdam na de gemeenteraadsverkiezingen. De PvdA wilde met D66 een college vormen. Maar dat PvdA’er Lodewijk Asscher zijn vertrekkende partijgenoot Job Cohen opvolgde als waarnemend burgemeester, viel niet lekker bij de nieuwe Amsterdamse D66-fractievoorzitter Ageeth Telleman. „Dit is de bestuurscultuur, de arrogantie van de macht waartegen D66 al 45 jaar strijdt”, zei ze.

Telleman stopte de onderhandelingen, hierover was geen compromis mogelijk. Een week later begon ze weer besprekingen, om daar wéér een week later „definitief” mee te stoppen. Na interne kritiek meldde Telleman zich toch maar weer bij de PvdA, maar die hadden er geen zin meer in. Drie dagen later was Telleman afgetreden als fractievoorzitter.

Ook dat is D66: wie al te opzichtig miskleunt, verdwijnt al snel in de coulissen.