Olie Louisiana blijft lekken

Amerikanen wachten in spanning op een verlossend woord over de pogingen van oliemaatschappij BP om het lek in de Golf van Mexico te dichten. De olieramp voor de kust van Louisiana wordt in de Verenigde Staten inmiddels omschreven als de grootste uit de Amerikaanse geschiedenis, omdat nooit eerder zoveel olie vrijkwam.

BP heeft gisteravond het pompen van dikke modder in het lek hervat, nadat de ambitieuze poging om het gat te dichten voor 18 uur werd stilgelegd. De oliemaatschappij denkt nog 24 tot 48 uur nodig te hebben voor de operatie. BP raamt de kans van slagen van de procedure, die tot nog toe 930 miljoen dollar (750 miljoen euro) heeft gekost, op 50 procent.

Berichten van de kustwacht, gistermiddag, dat de oliestroom op 1.500 meter diepte onder controle zou zijn gebracht, werden door BP niet bevestigd. In plaats daarvan meldde de oliemaatschappij dat modder met de olie was gaan meelekken. Doel van de procedure, die bekend staat als ‘top kill’, is de druk van de oliestroom te neutraliseren om het lek te kunnen afdekken met cement. De ingreep is nooit eerder toegepast op een diepte van 1.500 meter.

Volgens nieuwe ramingen van een overheidspanel dat de olievlek bestudeert, lekken momenteel 12.000 tot 19.000 vaten olie per dag de zee in. De Amerikaanse overheid en BP zijn lange tijd uitgegaan van 5.000 vaten per dag. Als de nieuwe cijfers kloppen, zou de ramp, gemeten naar gelekt volume, groter zijn dan die met de tanker Exxon Valdez bij Alaska in 1989, waarbij 42 miljoen liter zware olie in zee stroomde.

Op basis van een gemiddelde van schattingen zouden uit het olielek ongeveer 527.000 vaten, of 83 miljoen liter, zijn gestroomd sinds de ramp begon nadat het boorplatform Deepwater Horizon zonk op 22 april.

De balans van milieu-, financiële en politieke schade moet nog worden opgemaakt. President Obama bezoekt vandaag Louisiana. Hij verdedigt zich tegen kritiek dat de overheid niet goed op de ramp heeft gereageerd. Volgens een peiling is 60 procent van de Amerikaanse bevolking ontevreden. Waarnemers omschrijven de olieramp als „Obama’s Katrina”.

Obama: pagina 5