De Zitting / Officier wil dat belager van buurvrouw ook stopt met telepathie

gedachtenJuridisch kan officier van justitie De Beer er niet zoveel mee. Maar als Edwin M. nog eens telepathisch contact met zijn buurvrouw zoekt, dan zal hij niet aarzelen de 35-jarige Rotterdammer “linksom of rechtsom” te arresteren.

Met bonken op de muur is Edwin al een jaar geleden opgehouden. Dat geldt ook voor de andere feiten in de tenlastelegging. Hij stond soms onaangekondigd voor de deur van zijn buurvrouw, drong aan om binnen gelaten te worden, fietste haar achterna en gaf haar eens een tik op de billen.

Verliefd

Ook draaide hij de volumeknop van zijn muziekinstallatie regelmatig helemaal open. “Op oorlogssterkte”, staat in de dagvaarding. Volgens advocaat Smits deed hij dat omdat de buurvrouw dan een reden zou hebben hem te bezoeken. Edwin was er namelijk van overtuigd dat zij, een vrouw van midden twintig, ook verliefd op hem was. “Dat is zijn belevingswereld”, zei de advocaat woensdag in de Rechtbank Rotterdam.

Die belevingswereld blijkt tamelijk bijzonder. “Ik dacht dat ik met haar aan het communiceren was”, verklaart Edwin. “Ze zei: kom maar langs.” Edwin geeft toe dat die uitnodiging niet schriftelijk, vocaal of met gebaren heeft plaatsgevonden. “Het was telepathisch.” Met gedachten dus.

De rechter toont oprechte interesse. “Van wie heeft u dat geleerd?” Van andere buren, zegt Edwin. “Ik heb nooit geweten dat ik telepathisch kon communiceren.” Hij wil het geen gave noemen, want iedereen kan het volgens hem. “U kan dat toch ook?”, vraagt hij aan de rechter. “Nee, ik heb die ervaring niet”, antwoordt hij. Dat verhaal kent Edwin wel. Mensen durven er volgens hem gewoon niet voor uit te komen. “En daarom doen ze al zeven jaar alsof ik gek ben.”

Verslaafd

Edwin loopt momenteel bij verslavingszorg Bouman. Daar zit hij in een zogenoemd verstrekkingsprogramma waar hij methadon krijgt, een afkickmiddel voor heroïneverslaafden. Hij moet rondkomen van 800 euro bijstand. Edwin ziet er gezond uit en draagt afgesleten doch schone kleding. Een fris uiterlijk, maar uit zijn reacties is wel af te leiden dat hij in de omgang moeilijk kan zijn. En kwetsbaar, want de aanvaring met zijn buurvrouw heeft hem behoorlijk van zijn stuk gebracht. “Ik heb 35 jaar lang iedereen vertrouwd. Nu zie ik pas hoe gemeen mensen kunnen zijn”, zegt hij tegen de rechter. “Ik vertrouw niemand meer. Bouman niet, mijn advocaat niet en ú ook niet.”

Ook de buurvrouw heeft nog steeds last van wat er vorig jaar is gebeurd. Niet dat Edwin nog voor geluidsoverlast zorgt, want daar is hij al lang mee gestopt. Ook merkt ze niets van zijn telepathische toenaderingen. Maar ze vindt het gewoon doodeng, zo’n man naast zich. Ze heeft een stuk of acht vriendinnen meegenomen naar de rechtszaal en geeft de rechter toestemming om haar brief voor te lezen. “Mijn leven is negatief veranderd. Ik heb moeite om in vrijheid te functioneren. Eerst was ik bang dat ik hem op straat tegen zou komen. Daarna werd ik ook bang in huis. Mijn keukenraam heb ik afgeplakt, de rolgordijnen doe ik altijd naar beneden. Ik houd van zonnen, maar durf de achtertuin niet meer in. Laatst schreeuwde hij tegen de stemmen in zijn hoofd. ‘Ga in iemands anders hoofd zitten. Rot op met die oversekste ideeën’, hoorde ik. Vaak neem ik een andere weg naar mijn werk, zodat hij niet weet waar dat is. Ik voel me nog steeds niet op mijn gemak als iemand achter me fietst of loopt.”

Sinds een paar maanden heeft ze een vriend. Bij hem voelt ze zich veilig. Maar de angst is nog niet weg. “Ik ben bang dat hij me kan zien. Ik vrees dat hij me in de gaten houdt. Ik durf niet zomaar de vuilniszakken buiten te zetten. Ook ga ik naar een andere supermarkt in een andere buurt. Laatst was hij op de stoep zijn fiets aan het repareren. Ik verstijfde van angst.”

Wat vindt u daarvan, vraagt de rechter aan Edwin, die het verhaal nog even op zich laat inwerken. Na tien seconden draait hij zich naar haar om en toont een bezorgd, maar vriendelijk gezicht. “Dat heb ik nooit zo bedoeld”, zegt hij zachtjes.

Ophouden

Na het strafblad van Edwin voorgelezen te hebben - “winkeldiefstal, bedreiging en verder wat kleinere dingen” - geeft de rechter het woord aan officier van justitie De Beer.

“We hadden afgesproken dat je niet meer telepathisch zou communiceren”, buldert hij. “Maar je doet het wel!” Met deze benadering treedt hij de belevingswereld van Edwin binnen. “Anderen kunnen niet zien wat jij denkt”, vervolgt hij nu wat rustiger. “Jij doet allerlei dingen waar zij niet van begrijpen dat het gebeurt.” De belaging, met uitzondering van de telepathie, acht de officier bewezen. Maar over de sanctie twijfelt hij. “Jouw wantrouwen tegen mensen maakt dat alle begeleiding mislukt. Ik wil daarom het volgende afspreken. Met jou, maar ook met mevrouw. Als je het weer doet, dan moet haar vriend tegen jou zeggen: ‘En nu ophouden!’ Doe je dat niet, dan laat ik je oppakken. Linksom of rechtsom. Ik vind heus wel iets. De meeste mensen doen niet aan telepathie, maar ik zou niet weten welke straf daar op moet volgen.” De officier adviseert de buurvrouw om haar eis voor immateriële schadevergoeding, 2.025 euro, neer te leggen bij bureau Slachtofferhulp. “Bij hem valt er niets te halen.” De buurvrouw is al naar het bureau geweest. Via het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft ze al 575 euro uitgekeerd gekregen.

De advocaat brengt in dat Edwin nooit de bedoeling heeft gehad zijn buurvrouw lastig te vallen. “Hij leefde steeds in de veronderstelling dat mevrouw ook meer wilde.” Nu iedereen zich ermee bemoeit, vertrouwt hij niemand meer. Ze vertelt dat Edwin zelfs even is opgenomen in een psychiatrische instelling. “U voert het verweer van ontoerekeningsvatbaarheid?”, vraagt de rechter. De advocaat laat dat in het midden – ze heeft immers geen verklaringen van deskundigen. “Ik vind dat ik het gezegd moet hebben.”

Edwin draait zich om naar zijn advocaat. “Sorry dat ik het zeg, maar dit klinkt allemaal wel heel negatief.” Hij wendt zich tot de rechter: “Zij ontkent ook het telepathisch communiceren!” Edwin stelt dat hij beter af is zonder haar. De rechter weigert te bemiddelen en vraagt wat het slachtoffer van het voorstel van de officier vindt. “Ik wil het idee hebben dat hij mij met rust laat”, zegt ze. “Dat beloof ik”, antwoordt Edwin.

Praktisch

De rechter kan zich vinden in de “praktische oplossing” van de officier. “U moet bij haar wegblijven. Ik acht u schuldig, maar zal geen straf opleggen. Als het mis gaat, dan krijgt u weer met de officier te maken.” De vordering van 2.025 euro wijst hij af. “Dat wordt te ingewikkeld.” Na de uitspraak loopt de officier naar het slachtoffer toe. Hij geeft haar zijn visitekaartje, voor als er iets is. Of ze veel geholpen is met deze zitting, betwijfelt hij. “Een andere woning is misschien toch niet zo’n gek idee.”

Hij die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen, is strafbaar op basis van artikel 285b wetboek van strafrecht.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.