'Na drie jaar was duidelijk: ik ben echt liberaal'

Het liberalisme zit diep bij Mark Rutte, die mogelijk de nieuwe premier wordt. „Ik ben een serieuze vent.” Gesprekken met lijsttrekkers, deel zeven.

Een oneliner is Mark Rutte niet snel te min. De VVD-lijsttrekker vormt zijn antwoorden en argumenten er zelfs graag omheen. Voorzichtig vraagt hij toestemming voor een van zijn bekendste: windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie. Hij kan er zelf om lachen. Maar, voegt hij er snel aan toe: „Het is natuurlijk wel zo.”

Is deze vlot pratende, doorgaans opgewekte politicus werkelijk op weg naar het premierschap? De peilingen wijzen er op. Schrikt hij daar zelf niet van?

„Nee. Ik zou het fantastisch vinden als Nederland mij de gelegenheid geeft die baan te vervullen. Ik zie dan grote mogelijkheden voor het land en heb de ambitie om daaraan sturing te geven.”

Bij uw geloofwaardigheid als premier lijkt een imago van studentikoze lichtvoetigheid u in de weg te zitten. Herkent u dat beeld?

„Jongens! Ik ben 43. Even oud als David Cameron en Nick Clegg. Ik ben een serieuze vent. Ik ben ooit gevraagd voor de politiek, ik heb er goed over nagedacht en ja gezegd. Nederland kan veel mooier. Dat neem ik uiterst serieus, maar er moet af en toe ruimte zijn voor een luchtig moment, een kwinkslag. Dat ga ik niet veranderen.”

Wilt u wel iets aan die beeldvorming veranderen?

„Nee. Ik strijd er niet tegen, dat heeft geen zin. Etiketjes moet je nooit bestrijden.”

U praat vaak over de staat als grote geluksmachine; de illusie dat in Den Haag het geluk van de burgers te maken is met goede bedoelingen en een flinke zak overheidscenten. Geeft u eens een voorbeeld.

„Het zijn er zó veel, dat is moeilijk kiezen. Het zit hem in grote en kleine dingen. Betuttelend beleid. De overheid legt een molton neer die alle zuurstof weghaalt.”

Dan het markantste voorbeeld...

„Oké, neem de Wajong, de levenslange uitkering voor jongeren met een geestelijke en fysieke handicap. Voor sommigen is dat een goede regeling, maar nu zitten daarin 150.000 jongeren. Er komen iedere dag twee schoolklassen bij, op naar de 500.000. Het zijn grotendeels jongeren met ADHD. Ik zeg weleens: van de huidige Kamer had de helft nu in de Wajong gezeten en driekwart van de journalisten. Er zijn in Nederland steeds minder gewone kinderen. Vroeger had je in de klas een groepje waar echt iets mee was. Nu gaat het om steeds meer kinderen. Ik zie het ook bij kinderen van vrienden. Die lopen bij de psychologische diensten, daar wordt aan gesleuteld.”

U bedoelt: die kinderen zijn niet anders dan veertig jaar geleden, maar door de tragiek van de goede bedoelingen...

„Precies. Je geeft die jongeren voor de rest van hun leven het stempeltje: definitief of partieel ongeschikt om normaal te functioneren. Je kan er beter voor zorgen dat ze zo lang mogelijk meedraaien en zo min mogelijk dat stempeltje krijgen. Allemaal goed bedoeld, vast, maar je helpt ze er niet mee.”

Een ander markant voorbeeld van de staat als grote geluksmachine: de hypotheekrenteaftrek.

„Dat is totaal geen voorbeeld.”

Een subsidie van zo’n elf miljard...

„Nee. Dat is geen subsidie. Nederland behoort tot de drie landen in de wereld met de hoogste belastingdruk. De hypotheekrenteaftrek is een correctie daarop.”

Een correctie die alleen voor huiseigenaren is bestemd.

„Ja, en wij willen dat zoveel mogelijk mensen huizenbezitter worden. Er moet een compleet nieuw corporatiestelsel komen waarbij corporaties hun huizen verkopen aan de bewoners of aan institutionele beleggers.”

Niet iedereen kan een huis kopen.

„Iedereen kan toch een huis kopen? Daar is toch geen enkel verbod op? 60 procent doet het al.”

Die kunnen het betalen.

„Als je een heel klein beursje hebt, kan je met de aftrek ook een woning kopen. Dan woon je in een goedkopere woning.”

Ook in de Randstad? Daar zijn de huizenprijzen hoog.

„Dan heb je het over het probleem van de huizenmarkt. De hypotheekrenteaftrek heeft die hoge huizenprijzen niet veroorzaakt. We bouwen te weinig huizen, de huurmarkt functioneert niet en de corporaties bezitten 2,8 miljoen woningen terwijl we er eigenlijk maar 1,1 miljoen nodig hebben.”

Die 1,1 miljoen huishoudens hebben niets aan de aftrek en zien ook nog eens dat hun huur door toedoen van de VVD omhoog gaat.

„Ons doel is niet dat mensen steeds hogere huren krijgen, maar dat ze een huis kopen. Ik wil een ownership economy, naar het concept van Margaret Thatcher. En je moet het hele verhaal zien. Wij steken ook 7 miljard in lastenverlichting. Voor kleine beurzen wordt de huurtoeslag hoger. We verhogen de arbeidskorting met 400 euro, we verlagen de belasting.”

D66 wil juist wel iets aan de aftrek doen. Het is zelfs een breekpunt, zegt Alexander Pechtold. Dat wordt lastig straks in een paars kabinet.

„Mannen... Neem dat nou niet zo serieus! Paars is heel ver weg. De afstand tussen ons en de PvdA is groot. Het risico is veel groter dat Balkenende met de PvdA verder gaat. Balkenende is daar de laatste weken al op aan het voorsorteren. Hij pakt Cohen met fluwelen handschoentjes aan en zet zich af tegen ons.”

Jullie hebben een heldere boodschap: meer asfalt, minder belastingen en stevig korten op de sociale zekerheid...

„En meer spoor, banen en onderwijs. En minder staatsschuld.”

Maar onder die helderheid schuilen verschillende opvattingen over liberalisme. Hoe liberaal is het plan voor een verplichte taaltoets voor peuters, en ze bij falen verplicht en op kosten van de gemeenschap voorschoolse educatie te geven?

„Zo’n toets betekent niet dat ze een gedicht van Bloem moeten kunnen determineren, maar wel dat als je een appel ophoudt, dat ze kunnen zeggen: dat is een appel. In het Nederlands. Stel een taalachterstand nou vroeg vast bij het consultatiebureau zodat die nog weg te werken is. Anders is de kans op schooluitval later veel groter.”

Is dat genoeg reden voor dwang? Waar ligt de grens voor een liberaal?

„De afgelopen drie jaar hebben we gebruikt om rustig na te denken over onszelf. Een reflectie daarvan is de beginselverklaring van vorig jaar, waarin we de krachtige, kleine staat als filosofie verkondigen. De staat terug in zijn hok, maar op sommige plekken mag je als overheid best iets vragen. Ik ben niet voor het opheffen van de staat. Kom nou. Op het gebied van straffen zijn we zelfs repressief.”

Wat is voor u een liberaal punt waarover u twijfelde? De spanning tussen veiligheid en privacy?

„Nee. En ik kan ook niets anders bedenken. Echt niet.”

U kunt toch niet menen dat er helemaal geen spanning bestaat tussen extra veiligheidsbeleid en de bescherming van de privacy?

„Ik voel die spanning helemaal niet. Camera’s op straat zijn een mooi voorbeeld. Het kan mij niet schelen dat die dingen hangen waar dat nodig is. Zolang de overbuurman die er niets mee te maken heeft, maar niet aan de beelden kan komen. Het is helemaal niet: meer camera’s, minder privacy. Zolang gegevens en beelden niet nodeloos worden opgeslagen, is de privacy niet in het geding.”

U worstelt er nooit mee?

„Nee, eigenlijk niet. De afgelopen drie jaar realiseerde ik me steeds meer: die liberale stroming zit diep in mij. Ik ben het echt, liberaal. Daarom is het ook moeilijk om een voorbeeld van zo’n dilemma te noemen.”

Vorig jaar stond de VVD in peilingen op 15 zetels, historisch laag. Nu op meer dan 30. Hoe kan dat?

„Daar moet je voorzichtig mee zijn, want het is nog geen 9 juni. Maar op straat of bij de stomerij, merk ik dat mensen zich over een paar dingen zorgen maken. Over de basics: mijnheer Rutte, hoe moet het met die staatsschuld? Dat kan toch niet? Nee, dat kan inderdaad niet. En mijnheer Rutte, de economie groeit niet en mijn kleinkinderen willen een baan, hoe gaan we dat doen? Nou, stemt u VVD. Mensen maken zich zorgen over de kansloze immigratie, en ook daar hebben wij goede plannen voor. Over de veiligheid, idem dito. En natuurlijk investeren in onderwijs en infrastructuur. En meer agenten, ook op het platteland.”