Lezen over eten geeft eetlust

Ik zat te lezen in Ademschommel van Herta Müller. Dat is een boek dat de adem doet schommelen. Het vertelt heel ingehouden, alsof alles een feit is waar gevoelens niet bij nodig zijn, over de vijf jaren in een Russisch werkkamp van een groep Roemeense Duitsers. Die werden na de oorlog naar Rusland gevoerd om te helpen aan de Russische wederopbouw. Veel van hen overleefden het niet.

De hoofdpersoon vertelt hoe je soms wat groenten en kruiden kon plukken, als de tijd van het jaar er naar was. Melde kookten ze als spinazie of ze aten het rauw met wilde dille erover. Het was te eten als je zout had, zegt de hoofdpersoon.

„Wat valt er te zeggen over chronische honger. Kun je zeggen, er bestaat een honger die je ziek van de honger maakt. [….] Hoe loop je op de wereld rond als je niets anders meer over jezelf weet te zeggen dan dat je honger hebt.”

Zulke dingen las ik. Ik deed mijn boek dicht en keek om me heen: stralende zon op de schitterende blauwe zee. En ik zei opgewekt: „Ik heb honger.” En inderdaad had ik echt trek. Dat lezen over dille had een verlangen doen ontwaken naar een salade met dille of iets anders waarin dille.

Tegelijkertijd schaamde ik me een beetje. Ik had natuurlijk helemaal geen honger, het laatste wat ik als mededeling over mezelf zou willen doen was dat ik honger had. Ik had zin in eten en in de gezelligheid van een taverna. Maar lezen over eten, zelfs lezen over niet-eten maar honger hebben, geeft eetlust. Woorden lijken soms zo tastbaar, zeker woorden die naar eten verwijzen.

Elders in het boek voeren vrouwen lange gesprekken over hoe bepaalde gerechten klaar moeten worden gemaakt. „Door de verschillende meningen over de ingrediënten groeit de spanning. Die neemt razendsnel toe als er in de vulling van spek, brood en ei absoluut een hele ui moet en in geen geval maar een halve, en zes teentjes knoflook en niet maar vier, en als de uien en de knoflook niet slechts gehakt, maar fijngeraspt moeten worden.”

De vrouwen praten bijna net zo lang over de recepten als het klaarmaken ervan zou duren. „Kookrecepten vertellen is een grotere kunst dan grappen vertellen. Er moet een pointe zijn, hoewel die niet vrolijk is. Hier in het kamp begint de grap al met: MEN NEME. Dat je niets hebt, dat is de pointe. Maar die spreekt niemand uit. Kookrecepten zijn de grappen van de hongerengel.”

Ja, dat is wat anders dan leuke recepten voor volle magen. Maar je voelt ook eens te meer weer dat het verkeerd is om achteloos te doen over eten. Snobberig en overdreven hoeft ook niet. Aandacht voor wat je klaarmaakt, dat is het leven zelf.

Dus we maken iets heel eenvoudigs, met dille en zout. Tzaziki. Voor als het warm wordt, weer eens gauw. Of voor als we doen alsof het warm is.

Rasp de komkommer en leg hem in een vergiet, bestrooi hem goed met zout. Hussel dat er even door en leg dan een bord met een gewicht (een blik tomaten of zoiets) op de komkommer.

Laat een paar uur staan, er moet veel vocht uit. Spoel het zout dan af, knijp de komkommer uit en droog hem in een schone theedoek.

Hak de kruiden fijn en roer ze met de komkommer door de yoghurt.

Pers de knoflook erboven uit en roer die er ook door. Laat minstens een uur staan om de smaken tot hun recht te laten komen.

Eet, met een glaasje wijn of retsina, met een stukje brood, of bij gekookte bietjes of vis.